'Zin van referendum moet nog blijken'

ROTTERDAM, 21 sept. Het referendum is dood, lang leve het referendum, moeten de stadsbesturen van Leiden en Amsterdam hebben gedacht toen ze dit jaar besloten tot een proef met het lokaal referendum. Immers, vorig jaar zei de Tweede Kamer na jarenlange discussies definitief 'nee' zei tegen invoering van de volksraadpleging op landelijk niveau.

Het Leidse college van B en W liet deze week weten de burgers te willen raadplegen over de sluitingstijden van de horeca, in Amsterdam wordt nog gedacht over een onderwerp. De experimenten in beide steden vallen samen met de verkiezingen voor Provinciale Staten, in maart 1991. In Leiden lag de keuze van het onderwerp voor de hand: de sluitingstijden van de horeca vormen al jaren een heet hangijzer in de gemeentepolitiek. In Amsterdam verloopt de procedure moeizamer: op de gemeentelijke advertentie waarin de burgers werd gevraagd onderwerpen voor te stellen, kwamen slechts dertig reacties. Toen daarop werd besloten telefonisch onderwerpen te verzamelen, bleek 40 procent van de ondervraagde Amsterdammers niet te weten wat een referendum is noch dat er bij wijze van proef twee volksraadplegingen zullen worden gehouden in de stad.

Hoewel de Grondwet alleen het raadplegend referendum toestaat, waarvan de uitslag niet bindend is, hebben zowel de Leidse als de Amsterdamse gemeenteraad reeds aangekondigd de uitslag van de volksraadpleging als bindend te zullen beschouwen. D66-fractievoorzitter P. Langenberg, initiatiefnemer van het Leidse referendum: 'Als de gemeenteraad zich niet aan de uitslag zou houden, dan is het referendum niet meer dan een enquete en hou je de burgers een fopspeen voor.'

Hij heeft dan ook geen moeite met het feit dat eerst werd besloten tot een referendum en pas daarna een onderwerp werd vastgesteld. 'Een referendum met een in feite bindende uitslag is een ingrijpende, unieke vorm van participatie en voor mij is dat voldoende reden om heel goed over een onderwerp na te denken'. Liever dan over de sluitingstijden had D66 een referendum gehouden over een al dan niet autovrije binnenstad, gekoppeld aan een maximumsnelheid van 30 km, bekent fractieleider Langenberg. 'Dat betekent niet dat we de sluitingstijden een slecht onderwerp vinden, maar volgens ons spreekt een verkeersmaatregel de Leidenaar nog meer aan'.

Langenberg vindt 'in beginsel elk onderwerp geschikt', bij voorkeur controversieel en van algemeen belang voor de stad. Onderwerpen aangaande bijvoorbeeld buitenlanders acht hij bij dit experiment minder geschikt, hoewel hij vindt dat zo'n onderwerp in een later stadium, als de burgers gewend zijn aan het fenomeen referendum, 'moet kunnen'.

'Het argument dat je als volksvertegenwoordiger het betere geweten moet zijn, vind ik onzin', zegt Langenberg. 'Ik verwacht namelijk absoluut niet dat de burgers massaal zullen zeggen dat de buitenlanders eruit moeten. En gebeurt dat wel, dan is dat de uiteindelijke consequentie van de democratie, dan moet dat gebeuren.' Als het aan de VVD in Leiden had gelegen was er geen referendum gekomen. De liberalen menen dat de burger voldoende inspraakmogelijkheden heeft. Ook de kosten, geraamd op 45.000 gulden, vinden zij bezwaarlijk. 'Leiden moet veel bezuinigen en dan moet je voorzichtig zijn met kostbare activiteiten waarvan de zin nog moet blijken', zegt fractievoorzitter M. van der Nat. 'Bovendien heb ik sterk de indruk dat er een onderwerp met de haren bij wordt gesleept omdat er nu eenmaal een referendum moet komen.'

De VVD keert zich tegen een bindende uitslag van het referendum. 'Voor ons blijft het bij zwaarwegende inspraak, andere mogelijkheden biedt de wet eenvoudigweg niet', aldus Van der Nat.

De enige in Amsterdam die al heel lang een onderwerp heeft voor een referendum is R. van Duijn, raadslid voor Groen Amsterdam. 'Ik pleit al jaren voor een autovrije binnenstad, het staat voor mij vast dat dit het onderwerp moet worden.'

Dat het referendum in Amsterdam direct verband houdt met de lage opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen en de forse verkiezingsnederlaag van de PvdA in maart vindt hij 'geen minderwaardige aanleiding'.

'Het is goed dat zo'n uitslag tot nadenken stemt.'

Van Duijn is nogal verbolgen over het feit dat behalve bewoners ook in de hoofdstad werkende forensen zullen worden geraadpleegd tijdens het referendum, zij het in de vorm van een enquete. 'Ik vind dat principieel onjuist. Dat relativeert de uitslag van het referendum. Werknemers hebben heel andere belangen dan bewoners. Denk bijvoorbeeld aan de aanleg van een tweede Coentunnel'. Het enthousiasme onder de Amsterdammers voor een referendum mag dan niet groot zijn, ook de hoofdstedelijke gemeenteraad loopt niet echt warm voor een volksraadpleging. CDA en extreem-rechts stemden tegen, de VVD ging slechts akkoord omdat het een experiment betreft en de PvdA wil 'het wel proberen'.

'Het verkeerde antwoord op een slechte verkiezingsuitslag', licht CDA-fractievoorzitter V. Bruins Slot zijn scepsis over het referendum toe. 'Er was voor veel partijen een akelige verkiezingsuitslag, er is een kloof geconstateerd tussen bestuur en bevolking en dan wordt onder het kopje 'bestuurlijke vernieuwing' het referendum weer van stal gehaald. Zo'n verkiezingsuitslag betekent dat de partijen beter moeten argumenteren en betere besluiten moeten nemen, niet dat ze even afstand moeten doen van hun bestuurlijke verantwoordelijkheid, dat vind ik te makkelijk.' De eindverantwoordelijkheid ligt altijd bij de raad, vindt Bruins Slot. 'Dat klinkt bijna dictatoriaal, ja, maar als je de uitslag bij voorbaat bindend verklaart loop je het gevaar dat je instemt met een andere visie dan die waarmee je de verkiezingen bent ingegaan. En het standpunt van de bevolking vernemen kun je op een goedkopere manier.'

Voor de twee proefreferenda in Amsterdam is 1 miljoen gulden uitgetrokken.

Hoewel de PvdA instemde met een referendum, nemen ook de socialisten een afwachtende houding aan. Fractievoorzitter A. de Waart: 'Het is een manier om te kijken of je de betrokkenheid van de burger bij de politiek kunt vergroten en of je het politieke debat kunt aanwakkeren.'

Geschikte onderwerpen heeft de partij nog niet, 'laat staan twee', aldus De Waart. De volgorde waarbij eerst tot een referendum wordt besloten en vervolgens het onderwerp vastgesteld, vindt zij 'zo gek nog niet': 'Als je wel een goed onderwerp hebt, duurt het heel lang voordat je een referendum hebt georganiseerd. Nee, ik zie het referendum niet als een noodsprong om de burger weer bij de politiek te betrekken, daarvoor wordt er al te lang over gepraat.' 'Het standpunt van de burgerij vernemen kun je op een goedkopere manier'

    • Friederike de Raat