Wethouder Magotte overweegt kunstwerken te verhuren; Mercantiele fantasieen van Luik

LUIK, 21 sept. Wethouder Hector Magotte heeft zorgen. Zijn stad Luik kan zich niet meer de luxe permitteren er twaalf musea, een opera en een symfonie-orkest op na te houden. In zijn kamer, waarvan het discreet verlichte oranje-rode tapijt op de vloer en langs de wanden aan wulpsere bezigheden doet denken, piekert hij over oplossingen voor zijn geldproblemen.

Vorig jaar ging hij serieus in op de suggestie van de Waalse minister van cultuur om het kostbaarste object uit de Luikse musea, La Famille Soler van Picasso, te verkopen. Met de opbrengst zou Magotte in een klap zijn financiele problemen te boven zijn. Maar dit voorjaar kwam een einde aan alle discussies toen de curator van de failliete stad, de minister voor het Waalse Gewest, verbood de opbrengst voor culturele doeleinden te bestemmen. Het geld moest gebruikt worden om de gaten in de gemeentekas te vullen. 'Toen ik dat hoorde, heb ik de discussies meteen gestaakt. Stel je voor dat er met het geld van een Picasso een weg wordt geasfalteerd of een vrachtauto wordt aangeschaft!' Voortgejaagd door de hoge nood en de strenge curator blijft Hector Magotte zijn mercantiele fantasieen botvieren op Picasso, Gauguin, Ensor en zoveel andere kunstenaars van wie de stad werk bezit. Nu de verkoop van de Picasso niet doorgaat, denkt de wethouder aan verhuur van de mooiste stukken uit de stedelijke collectie. Om voor de huur in aanmerking te komen, moet men van goede huize en van heel ver komen. 'Het gaat om zeer substantiele bedragen, want je leent een werk niet zomaar voor een paar weken uit aan iemand uit de buurt. U moet eerder denken aan mensen die er enkele tientallen miljoenen franks voor over hebben om een schilderij een jaar lang te kunnen huren. Dan denk ik in de eerste plaats aan Amerikanen of Japanners, ' zegt Magotte. 'Ik heb hier en daar eens voorzichtig de belangstelling gepolst, maar er is nog niemand serieus op ingegaan. Er is trouwens ook nog niets over beslist door de gemeenteraad.'

De commissie uit de gemeenteraad die de noodoplossingen van Magotte bestudeert, moet zich de komende weken uitspreken over het plan.

Na enig aandringen geeft Magotte iets meer prijs over het bedrag dat hij voor de verhuur van een doek denkt te vragen als het plan doorgaat. 'U kunt het zelf uitrekenen: de waarde van La Famille Soler van Picasso bijvoorbeeld is geschat op anderhalf miljard Begische frank. Als ik dat geld op de bank zou zetten had ik daar ieder jaar tien procent rente van. Wie dat schilderij een jaar wil lenen moet ongeveer aan die prijs denken, maar met honderd miljoen frank zou ik ook al heel tevreden zijn. Dat is namelijk het bedrag dat ik nu tekort kom op mijn begroting.'

Sanering

De curator van de stad, de Waalse deelregering, is echter niet van plan te wachten op de rijke oom uit Amerika. Magotte is nu bezig met een drastische sanering van de lasten die een rijk cultureel verleden met zich meebrengt. De Waalse gemeenschap heeft de personeelslasten van de opera en het symfonie-orkest, samen goed voor vierhonderd werknemers, overgenomen. De exploitatie van het volkenkundige Musee de la Vie Wallone is overgedaan aan de provincie. Het architectuurmuseum is opgedoekt en het Musee du Fer et du Charbon, dat het industriele verleden in herinnering houdt, is door de plaatselijke staalindustrie overgenomen. De musea voor Maaslandse kunst en het Musee Curtius zijn bezig te fuseren. Van de acht musea, die nu nog ten laste van de stad komen, zullen er door samenvoegingen nog vier overblijven. Van de zeventig suppoosten die vorig jaar nog op de loonlijst van de gemeente stonden, zijn er nog twintig over. TV-camera's moeten hun werk grotendeels vervangen en waar die niet zijn geinstalleerd, zullen musea beperkt geopend blijven. 'Als we niet meer steun van derden krijgen, kunnen we met ons budget niets anders doen dan conserveren, zo goed mogelijk bewaren wat we hebben. Om te vernieuwen of de musea een dynamische rol te laten spelen hebben we veel meer nodig, ' zucht de geplaagde wethouder. 'We zijn nu in onderhandeling met de Waalse deelregering om die te laten participeren in het Musee d'Art Moderne. Men voelt er wel voor ons te verheffen tot het centrum van Wallonie voor kunst en cultuur, maar wij zijn niet de enige stad die daarom vraagt. Ik vind natuurlijk dat Luik die functie toekomt omdat het een stad is met het rijkste cultuurbezit en ook meer gevoel heeft voor kunst en cultuur, maar als ik dat zeg, krijg ik onmiddellijk Mons en Charleroi op mijn dak.'

Niemandsland

Wie zich aan een wandeling waagt door de stedebouwkundige ramp die Luik heet, zal de opmerking van de wethouder Magotte over de Luikse liefde voor kunst en cultuur afdoen als pure retoriek. Alleen al de plek die de gemeente in de oude stad heeft laten uithakken om er een betonnen niemandsland van te maken, getuigt eerder van minachting voor het verleden. En als de financiele crisis niet had toegeslagen, zou het hart van de stad, de Place Saint Lambert, nu als spaghetti van achtbaanswegen aan het automobiel zijn voorgeschoteld. In de periode dat het werk aan het plein wegens geldgebrek heeft stilgelegen, is het stadsbestuur gelukkig tot bezinning gekomen. Er wordt sinds kort weer gewerkt aan de reconstructie van het plein, al bestaat dat werk voorlopig uit het afbreken van wat men tien jaar geleden niet heeft kunnen voltooien.

Het Musee d'Art Moderne ligt er al even deplorabel bij. 'Er wordt al twee jaar aan gewerkt om het glazen dak te repareren en een beveiliging aan te brengen, ' vertelt conservator Francoise Safin. Maar voor steigers of werklieden is binnen noch buiten iets te zien. 'Het regent nu tenminste niet meer binnen, ' zegt zij, al kijkt ze bedenkelijk naar een plastic teiltje dat half vol water midden in de centrale hal staat. En de grote scheur, die de aardbeving van 1983 heeft veroorzaakt in de muur pal boven de toegangsdeur, wordt binnenkort ook gerepareerd, verzekert zij.

Als alles naar wens verloopt, gaat het museum 'ergens in 1991' weer open. Dan kan de stad haar bijzonder fraaie collectie tonen, waarvan de topstukken nu nog een zwervend bestaan leiden. Daartoe behoren ook de negen doeken die de stad in 1939 op een veiling van 'Entartete Kunst' in Luzern verwierf. Welgestelde burgers stuurden toen de conservator en de burgemeester met een zakje geld naar Zwitserland. De 126.000 Zwitserse frank, die ze daar uitgaven, zijn goed besteed. Voor dat bedrag kreeg je toen nog een Picasso, een Gauguin (Le Sorcier uit 1902), een Ensor (Dodenmaskers), een Chagall, een Kokoschka, een Liebermann, een Marc, een Laurencin en een Pascin. 'Als er meer geld komt dan alleen voor het bewaren van de collectie nodig is, gaan we heropenen met een grote Cobra-tentoonstelling, ' zegt Francoise Safin vol goede moed. 'Want volgend jaar is het precies veertig jaar geleden dat in Luik Cobra officieel werd ontbonden'.

    • Jacques Herraets