Voormalig olieminister van Saoedie-Arabie, Sjeik Yamani: Olieprijs stijgt alleen door hysterie

AMSTERDAM, 21 sept. Nog nooit had de taxichauffeur zo'n goede klant gehad. Honderd dollar fooi kreeg hij van sjeik Ahmed Zaki Yamani in zijn handen gedrukt voor het ritje van Hilton op Schiphol naar de witte prive-jet op Schiphol-Oost, nadat hij een bloemstuk in de zitsalon van het vliegtuig plaatste. De bloemen vormden een onvervalst stukje Holland-promotion. Gele tulpen in een paar witte klompen. 'Voor een tocht met Nederlandse bo-bo's naar Brussel krijg je vaak niet meer dan een tientje, en daar zit je zes uur voor achter het stuur.'

Die paar passen door het vliegtuig vond hij ook best de moeite waard: 'Alles zit er in, tot een badkamer en een keuken met magnetron toe.'

Het eerste wat de sjeik in de taxi deed was even met de autotelefoon naar New York bellen om de olieprijs te vernemen.

Yamani, de vroegere olieminister van Saoedi-Arabie, bracht gisteren een bliksembezoek aan Schiphol waar de industriele top van Nederland naast het zwembad van Hilton aan zijn voeten lag voor een actuele analyse van de Golfcrisis en de oliepolitiek. In eendrachtige samenwerking hielden bodyguards (hun wapen moesten ze thuislaten want dat mag niet in Nederland) en gewapende politiemannen de zaal potdicht voor de pers.

Na afloop was er geen tijd voor een gesprek, maar op weg naar buiten gaf Yamani in en paar woorden een duidelijk advies aan de olie-importerende landen. Dit moment wilde hij ondanks de tegenstribbelende lijfwachten niet onbenut laten, want volgende week vergadert het Internationaal Energie Agentschap (IEA) in Parijs voor de derde keer na het uitbreken van de Golfcrisis om te pogen de oliemarkt wat tot rust te brengen. 'De huidige olieprijs van tegen de 35 dollar is alleen gebaseerd op hysterie van de handel, want er zijn plenty voorraden. Als de IEA-landen (de Westerse olie-importeurs met Japan) hun voorraden terugbrengen van de 99 dagen consumptie die ze nu hebben tot 96 dagen, gaat de prijs tien dollar omlaag. Daar is een overeenkomst tussen de regeringen en de oliemaatschappijen voor nodig. Ga je terug naar 90 dagen, de norm die het IEA zelf hanteert, dan kun je zelfs een prijs van 21 dollar bereiken, die je tot 1992 kunt handhaven.' Yamani, in 1930 in Mekka geboren, studeerde rechten en politieke wetenschappen in Kairo, New York en Harvard, was achtereenvolgens advocaat en directeur van de Saoedische oliemaatschappij Aramco. In 1962 werd hij minister van oliezaken van Saoedi-Arabie en later voorzitter van OPEC, de organisatie van olie exporterende landen, in welke functies hij als een dominante tegenpool van de olie-consumerende landen optrad.

De sjeik werkte mee aan de nationalisatie van de olie-industrie in de Golfstaten en het embargo in 1973 tegen de Verenigde ten en Nederland dat de eerste oliecrisis inluidde. Twintig jaar lang bepaalde hij als minister de Saoedische oliepolitiek, tot hij in 1986 bij koning Fahd in ongenade viel omdat hij te hard een matiging van de olieprijs nastreefde. Yamani vestigde zich in Londen, waar hij nu een adviesbureau voor energiezaken leidt.

Congresgangers gaven gisteren hoog op van zijn kennis van de oliezaken. Zijn analyse is gebaseerd op een vreedzame oplossing van het Golfconflict, waarbij hij doelde op een 'Arabische' oplossing: een vergelijk met Saddam Hussein zoals koning Hussein van Jordanie nastreeft. Yamani's grootste vrees bleek gisteren dat Irak de olie-installaties in zijn geboorteland met Exocet-raketten zal vernietigen, en de mijnen bij de boorputten in Koeweit tot ontploffing brengt. Alleen een supersnelle luchtaanval van de Amerikanen op Bagdad zou dat kunnen voorkomen, zei sjeik Yamani in de discussie met Nederlandse top-industrielen.

    • Theo Westerwoudt