Uitspraak: geen hoger salaris aio's

AMSTERDAM, 21 sept. De bijzondere universiteiten hoeven assistenten-in-opleiding (aio's) niet het salaris van beginnende academici te betalen. Ook zijn ze niet verplicht hen het wettelijk vastgelegde minimumloon te geven.

Dit heeft de president van de Amsterdamse rechtbank, mr. B. Ascher, gisteren bepaald in het kort geding dat vier aio's tegen de Vrije Universiteit hadden aangespannen. De aio's, afgestudeerden uit de eerste fase die nu een opleiding tot wetenschappelijk onderzoeker volgen, eisten dat de korting op hun salaris ongedaan werd gemaakt.

Het was de tweede keer dit jaar dat aio's via de rechter probeerden af te komen van een korting op hun inkomen. Deze korting bedraagt 45 procent in het eerste jaar van hun aanstelling en 15 procent in het laatste jaar. Aio's worden betaald op grond van de voor beginnende academici geldende salarisschaal.

Eerder spande het landelijk aio-overleg een kort geding aan tegen minister Ritzen (onderwijs). De president van de Haagse rechtbank wees toen hun eis af. De eis van de aio's om in elk geval het minimumloon te ontvangen hun salaris in het eerste jaar ligt daar onder kon hij niet inwilligen omdat de wet op het minimumloon niet op de rijksoverheid van toepassing is. De bijzondere universiteiten zijn wel gehouden het minimumloon uit te betalen omdat ze formeel geen overheidsinstelling zijn. Dat was reden voor vier aio's om met steun van het landelijke aio-overleg te proberen de bijzondere universiteiten te dwingen hen ten minste het minimumloon te betalen.

Volgens Asscher verrichten de aio's maar in een deel van hun werktijd produktieve arbeid. Gedurende de rest van hun aanstelling krijgen zij een opleiding. Daarom krijgen ze terecht niet het volledige salaris uitbetaald, aldus de Amsterdamse rechtbankpresident. Dat was ook het standpunt van oud-minister Deetman van onderwijs, toen deze de functie van aio creeerde.