Symposium ontzenuwt mythen Japan

ROTTERDAM, 21 sept. Het beeld dat Europeanen en Japanners van elkaar hebben verschilt nogal eens van de feiten. Verschillende mythen werden gisteren in het Rotterdamse World Trade Centre ontzenuwd tijdens het symposium 'Meeting the facts', gehouden door de Dutch en Japanese Trade Federation (Dujat). In een vooraf uitgedeeld rapport stelde de Leidse hoogleraar dr. F. van Dam dat de statistieken al heel wat misverstanden over Japan kunnen wegnemen. Zo zouden Japanse investeerders de Verenigde Staten opkopen. In werkelijkheid investeert Japan niet meer in de VS dan het veel kleinere Nederland en investeren de Britten twee keer zoveel in de VS. De Amerikaanse ergernis over de beperkte investeringsmogelijkheden in Japan is begrijpelijker. 'Ik geef toe dat er nog steeds enige complicaties en moeilijkheden zijn met de formaliteiten in Japan', zei Mitsui-topman E. Hori met gevoel voor understatement. 'Wij als bedrijf blijven doorgaan met het aansporen van de autoriteiten tot het vereenvoudigen van de formaliteiten.' Nederlanders denken ten onrechte dat Japanners heel anders zijn dan zijzelf. Dat stelde ir. P. de Bruin, directeur bij Van Doorne's Transmissie dat dit jaar meer dan de helft van de omzet in Japan behaalt. 'Japanners hebben ook twee benen, twee armen en gelukkig een hoofd. Als je dat beseft, is de barriere al een stuk kleiner.' Een goede voorbereiding is wel vereist. De Bruin raakte zelf in Tokio ook de weg kwijt toen bleek dat straatnamen alleen met Japanse karakters worden aangegeven. En de zakenman moet de Japanse mentaliteit goed kennen. 'Ze willen nog steeds dingen namaken en kunnen daar heel trots op zijn. Laten ze enthousiast de kopie van je produkt zien, en natuurlijk een die het beter doet dan het origineel.'

'Japanners proberen ook alle mogelijke problemen te voorzien en willen dan vooraf maatregelen treffen. Zakendoen met Japan is daarom tijdrovend. Het kostte ons tien jaar om echt een voet aan de grond te krijgen, maar dan loopt het ook als vanzelf', aldus De Bruin, die ook merkte dat Japanners zeer stipt op tijd zijn, ook met betalen.

Veel Japanse werknemers blijven lang of zelfs hun hele leven bij dezelfde werkgever. 'Maar dat betekent niet dat je langdurige contacten kunt leggen. Binnen het bedrijf wisselen ze namelijk vaak van positie zodat je regelmatig met iemand anders te maken krijgt.' Ir. M. D. Westermann van de raad van bestuur van Akzo onderstreepte ook de noodzaak van een goede voorbereiding. 'Je kunt het beste beginnen met een kantoor met een paar mensen die niets anders doen dan informatie vergaren.'

Dr. M. Trevor, hoogleraar in Londen en Tokio, is opgevallen dat grote Japanse bedrijven zelf ook 'heilig geloven in het verzamelen van informatie'.

De Bruin: 'Ze vragen gerust op zeer vriendelijke wijze de meest vertrouwelijke financiele gegevens. Als je dat geeft kunnen ze van alles precies je kostprijs berekenen.' Een van de feiten is volgens het rapport van Van Dam dat de Nederlands-Japanse handel in feite weinig voorstelt, ondanks de eeuwenoude band. De Nederlandse invoer vanuit Japan bedroeg 6 miljard gulden in 1988 op een totale invoer van 196 miljard gulden. De totale Nederlandse uitvoer (204 miljard gulden) overtrof weliswaar de totale invoer, maar er ging slechts 2 miljard richting Japan, hoofdzakelijk chemische produkten en voedsel.

Ook over statistieken valt te twisten. Zo blijken Japanners hun aankopen van kunstwerken van Renoir en Van Gogh in New York te registreren als import vanuit Europa omdat de schilderijen daar oorspronkelijk zijn gemaakt. In juli maakte dat een derde van het handelscijfer met Europa uit. Misui-topman E. Hori wees op een ander verschil: 'In onze statistieken was de uitvoer naar Nederland twee miljard dollar hoger dan in de Nederlandse statistieken omdat wij in tegenstelling tot de Nederlanders ook de doorvoer meetellen.'

Het maakt het handelstekort tussen Nederland en Japan alleen nog maar groter. Een 24 oktober in Tokio te openen Trade Promotion Office moet daar verandering in brengen.

Voorlopig zien de Japanners meer in investeren op Nederlandse bodem dan Nederlandse produkten naar Japan te halen. Yoshikazu Kawana, president van Nissan Europe, noemde als redenen voor de vestiging van het Europese hoofdkantoor in Nederland het stabiele politieke klimaat en het vrije en flexibele financiele systeem met een traditie die teruggaat tot de zeventiende eeuw, de tijd dat Nederland als eerste land met Japan handelsbetrekkingen aanknoopte.

Andere sterke punten zijn de goede infrastructuur en kwalitatief hoge en rustige arbeidsmarkt met mensen die vaak Engels spreken, voor Japanners de internationale taal. Dat de politiek zich gisteren van een wat minder zonnige kant liet zien, leek de Japanse gasten nauwelijks te deren.