Studie: concurrentie voor openbaar vervoer

AMSTERDAM, 21 sept. Het stad- en streekvervoer in Nederland moet er rekening mee houden dat buitenlandse bedrijven zich straks als concurrenten kunnen aanbieden. De 'zeer beschermde positie' van de Nederlandse openbaar-vervoerbedrijven wordt bedreigd, wat ze zich tot nu toe nauwelijks hebben gerealiseerd.

Dit is gebleken bij een studie naar de gevolgen van 'Europa 1992' die in opdracht van de werkgeversorganisatie Koninklijk (die status geldt sinds vandaag) Nederlands Vervoer is uitgevoerd. De resultaten daarvan werden gisteren bekendgemaakt op de Autobus RAI. Een toekomstige EG-richtlijn schrijft openbare aanbesteding voor overheidsopdrachten als openbaar vervoer voor. Hetzelfde geldt voor werkzaamheden op het gebied van water en energie alsmede telecommunicatie. De overheid moet uit aanbiedingen dan haar keuze maken op grond van vooraf bekend gemaakte, niet-discriminerende criteria. Bij het openbaar vervoer liggen er, behalve voor buitenlandse bedrijven, ook mogelijkheden voor besloten vervoerders (touringcar-bedrijven). Uiteraard geldt ook het omgekeerde: Nederlandse openbaar-vervoerbedrijven kunnen de buitenlandse markt aftasten. Verder wordt verwacht dat de onderlinge concurrentie tussen de bestaande stad- en streekvervoerbedrijven zal toenemen.

De Nederlandse stad- en streekvervoerbedrijven kunnen de potentiele bedreiging het hoofd bieden door te trachten de vergunningverlener aan zich te 'commiteren', zo wordt in de studie aanbevolen: 'Dat kan uitsluitend door hoogwaardige dienstverlening.' Als handicap geldt dat de openbaar vervoerbedrijven tot nu toe nauwelijks gewend zijn te moeten concurreren. Verwacht wordt verder dat de Europese eenwording een stimulans zal zijn om in grensgebieden het openbaar vervoer doelmatiger te regelen.

Niet alleen het openbaar vervoer zelf heeft met het EG-beleid rekening te houden, maar ook de leveranciers van materieel. Ook daarvoor is een richtlijn in de maak, die betrekking heeft op materieel met een leveringswaarde van meer dan 920.000 gulden. In de studie wordt de aanbeveling gedaan de belangenbehartiging van de Nederlandse stad- en streekvervoerbedrijven in Brussel te versterken, onder meer door oprichting van een EG-platform dat zich in de Belgische hoofdstad moet vestigen. Koninklijk Nederlands Vervoer heeft al laten weten deze suggestie over te nemen en het secretariaat voor het platform te willen voeren.