Sovjet-economie kan niet meer zonder Westerse oliekennis

ROTTERDAM, 21 sept. 'Njet, njet, geen concessies', riep een topambtenaar van het Sovjet-ministerie voor de olie- en gasindustrie, toen een groep Amerikaanse geologen in Moskou op bezoek kwam om te praten over een joint venture.

Het was nog voor de perestrojka, voordat Gorbatsjov in 1985 de trom ging roeren. Amerikaanse technologische hulp bij exploratie van de gigantische energievoorraden in de Russische bodem leek een revolutionair idee. Taalproblemen vormden ook een belangrijke barriere. De ambtenaar had van zijn tolk begrepen dat de Amerikanen concessies op het gebied van de mensenrechten verlangden, als onderdeel van een zakelijke overeenkomst. Het kostte moeite het misverstand op te helderen: het ging om de voorwaarden voor het verlenen van boorvergunningen.

De stemming onder de energiespecialisten in Moskou is compleet veranderd, nu duidelijk wordt dat de economische hervormingsplannen dreigen te worden verlamd door de deplorabele toestand waarin de olie- en gaswining zich bevindt. Westerse oliemaatschappijen zijn nu van harte welkom om snel te helpen bij het inlopen van achterstanden. Dat is hard nodig, want de olieproduktie van de Sovjet-Unie is de eerste helft van dit jaar al vier procent teruggelopen en zal volgens berichtgeving in de Pravda nog verder verminderen, waardoor ook de export lager wordt. Polen krijgt vanaf volgend jaar geen Russische olie meer, de andere buurlanden en Cuba moeten het nu al met aanzienlijk minder stellen. Afgelopen zomer waren er problemen met de oogst in de Sovjet-Unie wegens een brandstoffentekort en onlangs moest het land voor het eerst benzine importeren.

Olievelden in de provincie Tiumen in West-Siberie, waar 60 procent van de totale oliestroom vandaan komt en een bijna even groot deel van het aardgas, worden met sluiting bedreigd door onvoldoende aanvoer van materialen. Weliswaar biedt de hoge olieprijs voor de korte termijn compensatie voor het inkomstenverlies, maar de Moskouse bureaucraten houden hun hart vast. Vorig jaar leverde de olie-export 10,5 miljard dollar op, ruim de helft van de deviezeninkomsten. In een rede voor het parlement, de Opperste Sovjet, voorspelde de economische adviseur van Gorbatsjov Abel Aganbegjan deze week een verlies aan olie-inkomsten voor de staat van tien miljard dollar in de komende twee jaar.

Volgens professor Thane Gustafson van de Universiteit van Georgetown kampt de Sovjet-Unie al sinds Breznjev met een ernstige energiecrisis omdat de sector olie- en gaswinning in het tijdperk van de rigide communistische planeconomie ernstig was verwaarloosd. Vooral door een gebrek aan voldoende industriele ondersteuning, schrijft hij in zijn vorig jaar gepubliceerde boek Crisis temidden van overvloed.'s Werelds grootste producent van olie en gas, met de meest overvloedige energievoorraden ter wereld, zou zonder Westerse hulp vastlopen in deze paradoxale toestand. Als Gorbatsjov niet snel drastische maatregelen neemt, zullen zijn pogingen om de industrie te moderniseren, worden verlamd, voorspelt Gustafson.

In hun wedijver om de energievoorziening van de rijke landen veilig te stellen en minder afhankelijk te maken van het Midden-Oosten, steken politici en oliemaatschappijen elkaar momenteel naar de kroon waar het gaat om contacten met de Sovjet-Unie. In juni, voor Saddam Hussein aan zijn Koeweitse avontuur begon, presenteerde premier Lubbers zijn plan voor de vorming van een Europese Energie Gemeenschap aan de EG-topconferentie in Dublin.

Aanvankelijk waren de reacties wat weinig enthousiast, maar dat is met de donderslag van de Golfcrisis en het dreigende olietekort drastisch veranderd.

President Bush maakte van zijn topontmoeting met Gorbatsjov in Helsinki, twee weken geleden, gebruik om Amerikaanse hulp bij de olie- en gaswinning in de Sovjet-Unie aan te bieden. Hij had zijn minister van Handel Robert Mosbacher meegebracht, die meteen met een delegatie van topmensen van de Amerikaanse oliemaatschappijen naar Moskou doorreisde om spijkers met koppen te slaan.

Bush beoogt precies hetzelfde als Lubbers: technische hulp om de olie- en gasvoorraden in de Sovjet-Unie zo snel mogelijk naar boven te halen, met participatie van Westerse ondernemingen in dat moelijke proces, in ruil voor lange termijn-leveranties van grote hoeveelheden energie. Waarbij Lubbers in zijn plan ook de deerniswekkende positie van de meeste Midden- en Oosteuropese landen heeft opgenomen: zij blijven voor hun energievoorziening voornamelijk aangewezen op de Sovjet-Unie. West-Europa heeft nog voor decennia olie- en gasvoorraden in en rondom de Noordzee en heeft pas op langere termijn een aandeel in de Russische rijkdommen nodig.

De Amerikanen zijn jaloers op het plan van de Nederlandse premier. Enkele dagen na de Helsinki-top, toen bekend werd dat de Europese Commissaris voor energiezaken Cardozo e Cunha eveneens naar Moskou afreisde om de eerste piketpalen voor een Europese Energie Gemeenschap te slaan, werd in de Wall Street Journal een bezorgde diplomaat uit Washington geciteerd: 'De Verenigde Staten willen betrokken worden in alles wat er gebeurt op de (energie)markt, of het het plan-Lubbers betreft of het plan-Donald Duck, dat maakt niet uit.' In een vraaggesprek met deze krant direct na het uitbreken van de Golfcrisis wees prof. Peter Odell, energie-expert van de Erasmusuniversiteit, al op de grote reserves aan olie, gas en kolen in de Sovjet-Unie, waarmee het Westen zich veel minder afhankelijk kan maken van de wispelturige staten in het Midden-Oosten.

Sinds de machtsovername door Gorbatsjov in 1985 proberen oliemaatschappijen uit Westerse landen en Japan al om het hardst joint ventures met de Russen af te sluiten. Ook het Nederlands-Britse olieconcern Shell heeft een goede kans om binnenkort, net als zijn Amerikaanse concurrenten Texaco, Chevron en Occidental Petroleum, het Franse Elf Aquitaine en het Japanse Mitsubishi (petrochemie) een of meer overeenkomsten af te sluiten. Daarmee zou Shell terugkeren naar de Russische bodem, waar de maatschappij tot de nationalisaties van de revolutie van 1917, in de olievelden van Baku onder leiding van Sir Henry Deterding zo succesvol heeft geopereerd.

Shell is geinteresseerd in de Sovjet-Unie, zei president-directeur ir. Lodewijk van Wachem in juni in deze krant, 'maar het is uitermate ingewikkeld'.

Wij lopen niet zo hard van stapel, zegt een woordvoerder van de maatschappij nu. 'De kansen op een eventuele participatie in de energiewinning daar zijn afhankelijk van heel zorgvuldig onderzoek.' Kyndell Mc Neill, adjunct-directeur van Professional Geophisics Industry (GPI) in Houston, een bedrijf dat gespecialiseerd is in seismisch onderzoek, meent echter uit zijn contacten met Shell zeker te weten dat het concern plannen maakt voor een akkoord met de Russen. GPI heeft al sinds 1974 seismisch onderzoek in de Sovjet-Unie verricht. Mc. Neill spreekt van 'zeer veelbelovende' gegevens over olie- en gasvelden in West-Siberie, maar ook in zuidelijker streken bij Baku, in Georgie, de Caspische zee en in de Kaukasus, nog afgezien van het door de Russen zelf ontdekte gasveld onder de Barentszee, dat tien maal zo groot zou zijn als Slochteren. Acht maatschappijen, waaronder Shell, hebben de seismische gegevens van GPI aangekocht. 'Het probleem voor de Sovjets is dat ze met technisch materiaal uit de jaren zestig werken en een groot tekort hebben aan pijpen, boormachines en dergelijke. Westerse oliemaatschappijen en aannemers werken met modern materiaal en zijn in staat de tekorten aan te vullen', zegt Mc Neill.

Dat het de maatschappijen veel tijd kost om in de Sovjet-Unie tot zaken te komen, acht hij heel begrijpelijk. 'Tot voor kort was het nog vrij onduidelijk welke de bevoegheden waren van mensen waarmee je in Moskou om te tafel zat. Maar sinds kort is er veel gedelegeerd naar regionale overheden. Wel stuit je op enorme problemen in de ver afgelegen gebieden waar nog weinig of niets aan exploratie is gedaan. Door het klimaat kun je er maar een paar maanden per jaar werken. Er zijn vaak geen wegen en nauwelijks transportmogelijkheden, je moet er per helikopter heen. Pijpleidingen zijn er weinig, in West-Siberie wordt olie per spoor afgevoerd, een traag en inefficient systeem. Maar Amerikaanse maatschappijen hebben die problemen in Alaska destijds ook weten op te lossen.' Herald Zimmerman, directeur exploratie en produktie op het hoofdkantoor van Texaco in New York, de maatschappij die al een joint venture met de Russen heeft afgesloten voor het verrichten van een haalbaarheidsstudie voor exploratie en oliewinning in Timan Pechora ten westen van Siberie, bevestigt dat verhaal. Hij reisde de afgelopen weken met de Amerikaanse delegatie naar Moskou en ging daarna naar de toendra's in het Beloofde Land in het noorden, waar een voorraad van vijf miljard vaten olie onder de bodem moet zitten. 'We zullen nog veel problemen moeten overwinnen, maar de Russen stellen zich cooperatief en voortvarend op.' Zimmerman verwacht dat 'we met onze technieken medio 1991 al een begin kunnen maken met de olieproduktie op commerciele basis.' Vijf jaar geleden zou geen mens hebben verwacht dat Amerikaanse kapitalisten in de Sovjet-Unie zouden worden toegelaten om daar op grote schaal geld te verdienen, maar vandaag is de grootste behoefte van de Russen buitenlands kapitaal. Volgens de Petroleum Economist van juli absorbeert de energiesector in de Sovjet-Unie nu 40 procent van de totale industriele investeringen, tegen 28 procent in de jaren zeventig. Alleen al om de huidige olie- en gasproduktie te handhaven, hebben de Russen de komende 15 jaar 875 miljard dollar nodig. Westerse bedrijven kunnen daar een fors deel van overnemen. De plannen van Lubbers en Bush komen dan dichter bij realisering, want de Sovjet-Unie is een netto exporteur van energie en kan die export straks flink verhogen.