'Scholen moeten sporters beter begeleiden'

ARNHEM, 21 sept. Topsport en studie kunnen alleen samengaan wanneer wederzijds begrip bestaat tussen de sporter en zijn onderwijsinstelling. De ervaring leert dat talenten vaak moeten woekeren met hun tijd. Ze hebben moeite hun aandacht toe te spitsen op hun sportbeleving, zonder hun maatschappelijke carriere in gevaar te brengen. Er bestaan al verschillende topsportvriendelijke scholen en universiteiten, zoals in Arnhem, Amsterdam, Groningen, Den Haag en Enschede, maar volgens de afdeling Individuele Begeleiding van het Nederlands Olympisch Comite heerst onder (aankomende) topsporters een dringende behoefte aan uitbreiding en bundeling van ervaring en kennis.

Tijdens de informatiedag 'Topsport en studie' op Papendal probeerden medewerkers van de afdeling Individuele Begeleiding en topsporters aan dekanen en schoolbegeleiders duidelijk te maken welke problemen er heersen en welke aanpassingen in het onderwijs nodig zijn. 'Het idee bestaat dat topsporters wel terecht komen', verwoordde drs. D. de Vries, oud-voorzitter van de afdeling IB en rector van een scholengemeenschap te Almere de heersende mening. 'Er gaat immers veel geld in om, wordt gedacht. Maar beroepssport is geen goede weergave, die is meestal goed georganiseerd. De grenzen tussen amateursport en topsport zijn vervaagd. Vroeger beginnen met topsport is bovendien noodzaak geworden. Topsport is een dagtaak, ook in het onderwijs. Scholen zouden daarom beter moeten begeleiden. Sport is niet te ontkennen. Daardoor wordt gedrag op school beinvloed.' Illustratief zijn de ervaringen die schaatser Gerard Kemkers tijdens zijn vwo-opleiding opdeed. 'De eerste vier jaar deed ik het goed op school. Toen ik voor Jong Oranje werd geselecteerd moest ik aan leraren vaak uitstel van huiswerk en tentamens vragen. Daardoor ontstonden gaten. Ik deed steeds minder voor school. De motivatie werd minder omdat ik mijn aandacht steeds meer op sport richtte. In het vijfde jaar werden mijn cijfers steeds lager. In het laatste jaar ging het helemaal mis. Ik kreeg geen handtekening onder mijn diploma, maar nam genoegen met vier deelcertificaten. Ik moest toen naar een andere school, maar ik haalde het weer niet. Ik heb vervolgens twee jaar niets meer gedaan, terwijl ik toch steeds in mijn achterhoofd had dat ik dat vwo-diploma moest halen. Ik voelde me schuldig. Dat ging aan me vreten.'

Dank zij het Luzac-college (een particuliere onderwijsinstelling die is gespecialiseerd in versnelde opleidingen, verspreid over het hele land) behaalde Kemkers zijn vwo-diploma. Het college maakte door middel van reclamespotjes met de schaatser promotie voor zijn faciliteiten. Kemkers kreeg drie prive-leraren, bouwde met hen een goede relatie op, waardoor wederzijds begrip werd gekweekt en bij Kemkers een plichtsbesef onstond. De schaatser kent het gevoel van goede voornemens. 'Maar als topsporter kwam daar weinig van. Je raakt in een negatieve spiraal, waardoor ook je sportprestaties nadelig worden beinvloed.'

Drie miljoen

Kemkers legde gisteren de nadruk op het feit dat uitstel en begrip wel te realiseren zijn wanneer je een bekende sportman bent. 'Maar toen ik jong was, aarzelden de leraren op school. En daar ligt bij veel jonge talenten het grootste probleem.'

De schaatser heeft als veel topsporters gebruik kunnen maken van de zorg van Individuele Begeleiding die dank zij een net van medewerkers faciliteiten probeert te regelen aangaande dienstplicht, school, werk, beroepskeuze-ontwikkeling en zelfs bij prive-problemen tijdens en na de sportcarriere inspringt. Per jaar beschikt het IB over een budget van drie miljoen gulden. 'Maar', zei voorzitter mr. J. Loorbach, 'dat is eigenlijk altijd te weinig.'

Met de ervaring van het IB hebben onder meer het Katholiek Gelders Lyceum te Arnhem, de Hoge School van Amsterdam en de Internationale Academie voor Fysiotherapie te Utrecht studiebegeleidingsprojecten opgezet. 'Topsport is weliswaar een egoistisch bedrijf', beseft ex-basketbalinternational Loorbach. 'Maar de maatschappij toont ook interesse voor topsport. Iedereen beleeft het graag mee. Dan vind ik dat de maatschappij zich ook moet interesseren voor de topsporter.' Olympisch kampioen roeien Nico Rienks studeerde gelijktijdig met zijn sportcarriere bewegingswetenschappen aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Die combinatie verliep met horten en stoten, ondanks een basisbeurs van zeshonderd gulden en een NSF-bijdrage van driehonderd gulden per maand. Toen hij zich als voorbereiding op de Spelen van 1988 volledig op het roeien wilden richten, kon hij 10.000 gulden sponsorgeld van de VU krijgen in ruil voor een radiospotje en advertenties. De studie raakte door zijn eenzijdige keus echter achterop. 'Later hoorde ik dat een roeier die in Delft studeerde wel via het auditoren-fonds (steun bij noodgedwongen verlenging, red.) geholpen kon worden. In Amsterdam kon dat niet.'

Zelfstandig

Drs. De Vries onderkende dat veel willekeur bestaat. 'Het voortgezet onderwijs lijkt best in staat afzonderlijk regelingen te treffen. Maar men wordt het er niet over eens. Scholen die het wel doen kunnen daarom als speerpunt dienen in de vastgeroeste discussie.'

Hij sprak de wens uit door middel van voorlichting aan dekanen begrip bij de schoolleidingen voor de topsporters te kweken. Mr. T. Maris, career counselor en onder meer leider van de Managementopleiding Rijksoverheid, meent dat topsporters 'beweeglijker' moeten worden. Hij vroeg zich af of topsporters na hun loopbaan voldoen aan de eisen van de arbeidsmarkt. Hoe staat het met hun flexibiliteit, creativiteit, zelfstandigheid en originaliteit? 'Misschien kun je teamsporters flexibel noemen. Maar is een topsporter zelfstandig?' Maris is een project met tien topsporters begonnen en concludeert dat zij allen behoefte hebben aan een coach. 'Als je hun talentenspectrum bekijkt zijn ze enthousiast en slagvaardig, anders hadden ze natuurlijk de top niet bereikt. Maar naar buiten tonen ze veel schroom.' Maris wees er op dat het grote bedrijfsleven 'niet zit te wachten op topsporters' en dat bij het klein- en middenbedrijf 'het toch een kwestie van maatwerk is'.

Hij vindt dat het onderwijs topsport-leerlingen weerbaarder moet maken. 'Ze moeten duidelijk weten wat ze willen. We moeten afrekenen met twijfel onder topsporters. Er zou een boekje moeten komen 'Topsport en arbeidsmarkt', want de arbeidsmarkt verandert elke vijf jaar.' Kemkers stelde voor topsporters na hun carriere een soort diploma te overhandigen als entree voor de burgermaatschappij. 'Waarom heeft de werkgever geen belangstelling? Topsporters maken toch een enorme ontwikkeling door. Ze leren met allerlei zaken omgaan. Is een doorgewinterde sporter niet per definitie geschikt?' Maris: 'Maar jij bent uniek, de minderheid is anders. Misschien heeft een carrierevaardigheidsregeling zin. Maar men moet niet vergeten dat een sportman na zijn loopbaan in een totaal andere cultuur terecht komt.'

    • Guus van Holland