Reeds Adenauer sloeg voor de Elbe-brug een kruisje

BERLIJN Het klonk zo logisch en ook zo onvermijdelijk: Na de val van de Muur wordt Berlijn wat het vroeger was en wat het volgens elke geloofsbelijdenis sinds 1945 ook vanzelfsprekend weer zou moeten worden, namelijk hoofdstad van een verenigd Duitsland. Niet voor niets waren Westduitse parlementariers immers decennia lang fractiegewijze van Bonn naar West-Berlijn gevlogen om in de voormalige Rijksdag te vergaderen en op deze manier een paar keer per jaar hun intenties te demonstreren. Berlijn moest hoofdstad worden en als een Tibetaanse gebedsmolen was het vlakbij de Muur dan herhaald. Prompte protesten van de Sovjet-Unie volgden volgens diezelfde routine op zulke demonstraties van verenigingsdrang en daarmee was de cirkel van het ritueel decennia lang ook weer rond.

Maar nu de Muur weg is en de Duitse eenheid een feit, nu staan de bezweringen van weleer plotsklaps oog in oog met de werkelijkheid: Moet Berlijn eigenlijk wel hoofdstad worden? Op het Aspen-instituut in Berlijn werd er deze week over gediscussieerd en na twee dagen bleek het vraagteken er nog groter dan bij het begin.

De vraag is eigenlijk op zichzelf al hachelijk, want er is geen levende politicus in West-Duitsland te vinden die niet bij feestelijke gelegenheden voor 9 november 1989 de hoofdstedelijke roeping van Berlijn heeft bevestigd. De een had het destijds weliswaar wat oprechter gemeend dan de ander, maar dat was toen eigenlijk nooit een probleem geweest, want ten eerste getuigde warmte voor Berlijn van goede bedoelingen en ten tweede leek de kans op verwezenlijking van de Duitse eenheid gering en in elk geval ver weg. Dat is nu allemaal anders en het was dan ook onvermijdelijk dat Berlijn in het verenigingsverdrag tussen de twee Duitslanden formeel werd aangewezen als nieuwe Duitse hoofdstad. Zo geschiedde en de geallieerden hebben er dan ook hun goedkeuring aan gehecht. Een soevereine staat koos een soevereine hoofdstad.

Maar hoe nu verder? Moeten tienduizenden ambtenaren van Bonn naar Berlijn, is er de laatste jaren voor niets gebouwd in Bonn? Is de prijs voor Berlijn een betonnen spookstad aan de Rijn? En verder: Was het uberhaupt wel zo'n goed idee om Berlijn weer hoofdstad te maken?

Symboliek

De chaos aan sentimentele, principiele, economische en provinciale argumenten om Berlijn al dan niet tot metropool aan de Spree te promoveren, is op het ogenblik adembenemend en het lijkt bij dit debat om niets meer of minder meer te gaan dan om de existentiele vraag wat voor soort republiek Duitsland wil.

President Richard von Weizsacker heeft onlangs voor Berlijn een lans gebroken. Geschiedenis en morele verplichting jegens Berlijn geven de stad een recht op een volledige inrichting als hoofdstad, inclusief regering, parlement en ministeries. Er is, aldus Von Weizsacker, na veertig jaar Westduitse democratie geen enkele reden om aan het democratische gehalte van Duitsland te twijfelen en tegenover alle negatieve symboliek van Berlijn als vroegere Rijkshoofdstad staat evenzoveel positieve symboliek als later vrijheidsbaken.

Bovendien kan een democratisch centrum Berlijn midden in de geestelijke en politieke leegte van de voormalige DDR een stimulans voor haar omgeving zijn en de eenheid ook psychologisch mee helpen versnellen. De angst in de DDR en ook in West-Berlijn is toch al groot dat zij samen als de zes oostelijke deelstaten zullen afglijden tot de sociale zelfkant van West-Duitsland. Wordt Berlijn alleen maar titulaire hoofdstad en blijft verder alles en iedereen in Bonn, dan vrezen Westberlijners en Oostduitsers ook in de woorden van een vroegere burgemeester van West-Berlijn dat het hele oostelijke gedeelte van het land 'aan een Rijnlandse mentaliteit wordt onderworpen'.

Onderhuids gaat het dus overdreven gezegd ook om de al meer dan honderd jaar oude spanning tussen het oostelijk-protestante Pruisen en het zuidwestelijk katholieke Rijnland. Zo beschouwd staat Berlijn voor een ander Duitsland dan Bonn.

Voorstanders van een complete verhuizing naar Berlijn zien hierin ook een psychologische afrekening met de voorgewende politieke kleinheid. Berlijns kosmopolitisme krijgt dan de ruimte, onder kleinburgerlijkheid wordt een streep gezet.

Maar Berlijn roept ook verzet op, meer en meer zelfs. Ten dele gaat het om moreel getinte pleidooien voor Duitse bescheidenheid. Berlijn kan associaties oproepen met nationalistisch machtsstreven en met politiek centralisme. 'Ondermijnt een grote, machtige hoofdstad Berlijn op den duur ook niet het federalisme?' vraagt Marion Donhoff van het (Hamburgse) weekblad Die Zeit zich bijvoorbeeld af.

Voorlopigheid

Er is in zekere zin in Duitsland sprake van een bizar ontwaken uit veertig jaar voorlopigheid. De DDR blijkt in al die tijd plotsklaps nul-komma-nul eigen identiteit te hebben ontwikkeld, de Bondsrepubliek daarentegen veel meer dan de officiele bezweringen over de Duitse saamhorigheid bij de gebruikelijke plechtigheden moesten doen geloven. De Bondsrepubliek blijkt en blijft toch 'de kernstaat van een verenigd Duitsland', zoals de historicus Ernst Nolte het uitdrukt. Niet zonder ironie valt nu zelfs te constateren dat de kleinkinderen van links hun hart voor die altijd zo vermaledijde technocratie-zonder-geheugen genaamd Bondsrepubliek hebben geopend. Dezelfde groeperingen in de SPD en bij de Groenen, die altijd hun neus ophaalden voor de kleinburgerlijke, anti-intellectuele politieke koehandel in het 'ruimtevaartuig Bonn', klampen zich nu plotsklaps aan de overzichtelijke Rijnland-idylle Bonn vast. Het ongemak over Berlijn begint geleidelijk aan in allerlei hoeken te borrelen. Noordrijnland-Westfalen herinnert zich dat de Keulse burgemeester uit de jaren twintig, Konrad Adenauer, met de trein naar Berlijn reisde voor overleg en dan bij het passeren van de Elbe-brug een kruisteken sloeg: 'God, hier begint Azie'.

In Beieren krijgt de traditionele afkeer van Pruisen ('Saupreussen') een verfje. De Beierse CSU-premier heeft inmiddels een effectief populistisch bezwaar tegen Berlijn in de etalage gezet. Daar in Berlijn wonen te veel anarchisten: 'Hoofdstad Kreuzberg, Nein Danke'. De media-wereld heeft ook bezwaren, niet in de laatste plaats omdat velen gewoonweg geen zin hebben om uit Hamburg, Keulen, Frankfurt of Munchen te verhuizen. Hetzelfde geldt uiteraard voor de federale bureaucratie.

Achter de schermen worden inmiddels in diverse deelstaten politieke coalities tegen Berlijn gesmeed. Een simpele regionaal-economische belangenstrijd dient zich aan en subtiel regionaal particularisme gaat achter geestelijk-morele argumentatie schuil.

Lobby

In 1948 werd Bonn hoofdstad en dat als provisorium in afwachting van de Duitse vereniging en de hoofdstad Berlijn. Toen was er een touwtrekken geweest tussen Frankfurt en Bonn en ook toen was er heftig en principieel gediscussieerd over de voor- en nadelen en de symboliek van beide steden. Ten slotte volgde achter de schermen een gecompliceerde lobby en de uitslag in het voorlopige parlement was een nipt toeval dat ook nog in de hand werd gewerkt door het feit dat Konrad Adenauer om de hoek woonde en in verhuizen geen zin had. Zo werd het Bonn.

De geschiedenis herhaalt zich en niet uitgesloten is dat de uitslag van het nieuwe nationale identiteitsdebat Bonn of Berlijn wordt beslecht door toeval, manipulatie en een compromis: De president plant de vlag op het Berlijnse slot Bellevue en de rest regeert verder in Bonn, uiteraard en wederom voorlopig.

    • Ben Knapen