Ministers geven fouten toe bij straf zwartrijden

DEN HAAG, 21 sept. De ministers Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) en Hirsch Ballin (justitie) hebben gisteren in de Tweede Kamer toegegeven dat zij coordinatiefouten hebben gemaakt bij het bestraffen van zwartrijders in het openbaar vervoer.

Maij-Weggen heeft gebruik gemaakt van haar bevoegdheid de boete voor zwartrijden per 1 augustus jl. van 25 naar 100 gulden te verhogen. Hirsch Ballin heeft echter de voorgestelde sanctie in een richtlijn aan de officieren van justitie nog niet veranderd, zodat zij de bestaande schikking van 65 gulden hanteren. Het lijkt dus lonend voor zwartrijders de boete aan het openbaar-vervoerbedrijf niet te betalen en te wachten op een schikkingsvoorstel van de officier van justitie.

Om deze discrepantie te omzeilen, is bij het Openbaar Ministerie inmiddels afgesproken zwartrijders die de boete niet betalen pas na 1 november justitieel te vervolgen. De bedoeling is dat richtlijn aan de officieren van justitie dan in overeenstemming is met de administratieve sanctie die in het openbaar vervoer wordt gevraagd.

Hirsch Ballin heeft daarover advies gevraagd aan de procureurs-generaal en wil ook de mening van de Kring van Kantonrechters weten. Voorzitter mr. D. Runia van de kring toonde zich vanochtend verbaasd over het gebrek aan afstemming tussen het ministerie van verkeer en waterstaat en het openbaar ministerie. Het staat volgens Runia nog helemaal niet vast dat kantonrechters een eventuele eis van 100 gulden van de officier van justitie redelijk zullen vinden. Dat de kantonrechters met terugwerkende kracht voor overtredingen die voor 1 november zijn begaan al een vonnis van 100 gulden zullen uitspreken, is volgens Runia zeer de vraag. 'Ik denk niet dat de meeste collega's daartoe bereid zijn, ik zou het in elk geval niet doen.'