Keus van de eeuw: Zwitsers referendum over kernenergie

Over twee dagen spreken de Zwitsers zich in een volksstemming uit over de toekomst van de kernenergie in hun land. Men zal ja of nee moeten zeggen op een voorstel voor een moratorium van tien jaar op de bouw van nieuwe kerncentrales en op een tweede voorstel, dat neerkomt op sluiting van de vijf Zwitserse kerncentrales voor het jaar 2025, zonder enige vervanging.

Het gaat om de keuze van de eeuw, daar is een ieder het over eens. De campagne van voor- en tegenstanders is van een hardheid, die zelfs de Nederlandse confrontaties in het recente verleden in de schaduw stelt. Leugens, halve waarheden, vergiftiging van de publieke opinie: dat is het soort kwalificaties dat men voor elkaar over heeft. De indieners van het volksinitiatief verspreiden affiches met foto's van misvormde Tsjernobyl-kinderen en van kalveren met twee koppen. De tegenstanders, dus de voorstanders van kernenergie, laten een kind zien, dat beduusd naar een lamp kijkt, die niet meer brandt, en roepen op tot een 'twee keer nee' tegen, wat ze noemen, de kortsluitingsinitiatieven.

Het is geen wonder, dat de Zwitserse gemoederen duchtig in beweging zijn, meer dan zelfs in Zweden, toen een soortgelijk referendum werd gehouden, en meer zelfs dan omstreeks 1985 in Nederland. In ons land zijn na Borssele en Dodewaard geen vestigingsplaatsen voor nieuwe kerncentrales meer aangewezen, al scheelde het in 1986, vlak voor Tsjernobyl, maar een haar. In Zwitserland daarentegen zijn de plannen voor drie kerncentrales, te Kaiseraugst, Graben en Verbois, helemaal rond. Slechts dank zij een volksoploop kon voorkomen worden, dat met de bouw van Kaiseraugst begonnen werd.

Afgezien van het verschil in opgewondenheid lijkt de situatie in Zwitserland veel op die bij ons. In beide landen ligt de verdere toepassing van kernenergie onder het beslag van een moratorium, in Zwitserland feitelijk bestaand en in Nederland formeel vastgelegd, zoals men weet tot het einde van deze kabinetsperiode. Maar ook de argumenten, die door de een en de ander gebruikt worden om een moratorium en een geleidelijke 'phase out' af te wijzen dan wel te verdedigen, lijken verbazend veel op wat in Nederland naar voren wordt gebracht.

De een zegt dat in moderne kerncentrales de kans op een groot ongeluk niet groter is dan 'eens in de tien miljoen jaar'. De ander zegt dat het niet om de kans, maar om de omvang van een nooit uit te sluiten ramp gaat en die kan net zo schrikbarend worden als die in Tsjernobyl. Bovendien heeft onlangs een Franse inspecteur van Electricite de France verklaard dat voor het gehele Franse kernenergiepark de kans op een ongeluk enkele procenten bedraagt en dat eens in de dertig, veertig jaar een ramp mogelijk is.

Roemenie

De een zegt dat zonder kernenergie de Zwitsers 40 procent van hun levensstandaard voor energie zullen moeten inleveren en de Zwitserse economie op springen zal komen te staan. Schrikbeeld Roemenie. De ander zegt dat enorme besparingen mogelijk zijn en verwijst naar het rapport van de door de Zwitserse regering benoemde Groupe d'experts sur les Scenarios Energetiques (GSE), waarin het einde van de Zwitserse kernenergie tegen 2025 een haalbare en economisch aanvaardbare optie wordt geacht. Zwitserland zou door zijn hoge technologische niveau zelfs een 'wereldleider' kunnen worden op het gebied van doelmatig energiebeheer.

De een zegt dat Zwitserland door de aanwezigheid van graniet en andere min of meer ondoorlaatbare gesteenten heel geschikt is voor het probleemloos opbergen van radio-actief afval. De ander zegt dat juist in jonge beweeglijke gebergten zoals de Alpen niet gegarandeerd kan worden, dat honderdduizenden jaren stralend afval nooit het grondwater zal besmetten. Net als in Nederland bij de zoutkoepels.

De analogie gaat nog verder: men verwacht in de Noordzwitserse gebieden, die voor definitieve berging van het radio-actieve afval op de nominatie staan, grote demonstraties zodra de plannen in een concreet stadium komen. Demonstraties zoals die bij Kaiseraugst waarvan we de uitkomst kennen. Wie denkt dan niet aan de acties in Noord-Nederland, die ertoe leidden dat nooit proefboringen in het zout zijn uitgevoerd? Om het beeld vollediger te maken dient ook gewezen te worden op de verschillen, die in uitgangspositie tussen Zwitserland en Nederland bestaan.

In Zwitserland wordt 40 procent van het elektriciteitsverbruik met kernenergie opgewekt, in Nederland zijn dat slechts enkele luttele procenten. Zwitserland beschikt over een belangrijke inheemse energiebron en dat is waterkracht. In Nederland is dat aardgas. De produktie uit waterkracht kan slechts heel moeilijk opgevoerd worden, in tegenstelling tot de stroomproduktie met behulp van aardgas.

Er is ook nog een belangrijk institutioneel verschil. Om in Zwitserland een beter energiebeleid te kunnen verwezenlijken, zullen kantonale bevoegdheden moeten overgaan naar de nationale confederatie. Hoewel een meerderheid van de bevolking zich in 1983 voor zo'n centralisatie uitsprak, ging het niet door wegens verzet van de kantons. Dat soort institutionele hindernissen bestaat in Nederland gelukkig niet.

Deze verschillen in uitgangspositie wijzen alle in dezelfde richting: in Zwitserland zal het afscheidnemen van kernenergie veel meer pijn doen dan in Nederland. In een veel groter deel van de elektriciteitsproduktie zal op andere wijze moeten worden voorzien; Zwitserland beschikt niet of nauwelijks over energiebronnen die het gat kunnen opvullen; de centralisatie van bevoegdheden, nodig om de energie-efficiency drastisch te verbeteren, is een aanslag op de bestaande bestuurlijke structuur.

Daar staat gelukkig het een en ander tegenover. Het niveau van energietechnologie in Zwitserland behoort tot het hoogste ter wereld. De vooruitzichten voor zonne-energie zijn er heel goed. Men zal de mogelijkheden die hierin besloten liggen volledig moeten benutten om de ongunstige uitgangspositie te compenseren.

In 1984 sprak de Zwitserse bevolking zich nog met een krappe meerderheid van 55 procent uit tegen het volksinitiatief 'naar een toekomst zonder kerncentrales'. De vier Franstalige kantons plus Tessin en de beide Basels waren er al voor. Daarna kwam Tsjernobyl. Anno 1990 wordt de strijd via de media op zo heftige en verbeten wijze gevoerd, dat hij volgens sommige kranten op een godsdienstoorlog gaat lijken.

Nederland doet er goed aan met meer dan gewone belangstelling uit te zien naar de uitslag van de Zwitserse volksstemming, aanstaande zondag.

    • K. Zijlstra