Het esperanto van het lichaam; Total Recall (1990) van Paul Verhoeven

Deze film zag ik op een donderdagmiddag om twee uur. Buiten scheen niet de zon. Ditmaal had ik mijn toegang echt betaald. Er zaten nog drie andere mannen in de zaal.

Wie zijn wij, de vier mannen die op zomaar een donderdagmiddag naar Arnold Schwarzenegger kijken? Natuurlijk wisten we van zijn lichaam. Arnold Schwarzenegger zijn lichaam is ongeveer tien jaar geleden Mr. Universe geworden. Het is nog altijd het best gebodybuilde lichaam van het serieuzere witte doek. Dit wil onder meer zeggen dat Schwarzenegger zich kan uitkleden wat hij wil, maar dat het altijd lijkt alsof hij onder zijn spieren nog iets aan heeft. Dit is het vreemde en begoochelende van de uitentreuren gespierde man. Naakt is hij gekleder dan aangekleed.

Ondertussen is de vraag: wat zegt een gebodybuild lichaam ons precies? Het merkwaardige is namelijk dat het geen kracht uitstraalt, niet zoals het lichaam van bokser Mike Tyson de belofte inhoudt van een mortale upper cut, of zoals, omgekeerd, het lichaam van Prince ons eigenlijk alleen maar het hefvermogen ter grootte van een enkele bonbon voorspiegelt. Bij de Schwarzeneggers zit de kracht in de spieren, en kan er niet meer uit. Hun lichamen lijken al hun kracht opgesoupeerd te hebben aan zich zelf. Hun massa's zijn volmaakt lijdzaam.

Ofschoon Schwarzenegger in zijn gedenkwaardige acteercarriere een reeks zeer actieve, wrekende en vernietigende personages heeft belichaamd (de 'Terminator'-cyclus), is zijn uitstraling in eerste instantie passief, 'vrouwelijk', om zo te zeggen. Dit wordt versterkt door zijn afgetrainde, effen gezicht dat vooral wordt getypeerd door de beschroomde mondhoeken. Die geven zijn voorkomen iets vaags, roerends en, vooruit, sereens. Een gezicht zonder trekken, verstoken van iedere melancholie. Het bevindt zich op een hoofd dat, zoals vaker bij bodybuilders, de helft te klein lijkt.

Iedere film waarin Schwarzenegger de hoofdrol speelt is te beschouwen als een poging om Schoonheid die lijdzaam is, onbeweeglijk en onschuldig om te toveren tot Actie en Gerechtigheid (dat wil zeggen gerechte wraak). Dit is het veronachtzaamde Herculesmotief; de wraak leidt tot een grote schoonmaak. Het ligt ook ten grondslag aan Total Recall, geregisseerd door de energiekste en voortvarendste filmmaker die Nederland heeft voortgebracht, Paul Verhoeven. Hij heeft Schwarzeneggers Herculestraject voorbeeldig heruitgestippeld en een film gemaakt die je als een kogel door een flipperkast jaagt.

De film begint met de dubbelslag die verricht moet worden wil er van een Hercules sprake kunnen zijn. Eerst moet Schwarzenegger als schoonheid worden opgevoerd, en zo snel mogelijk daarna ondanks zijn lijdzame onschuld als een patser-die-zijn-kracht-niet-kent.

Buikpartij

Het matineuze bed waarin het eerste gebeurt is oogstrelend en clippy geworden. Er is een gouden strijklicht; er is de ademende buikpartij van Schwarzenegger; er is de vlakke prachtige blonde aerobische vrouw die hem wil terwijl hij met zijn hoofd 'ergens anders' is. Het duurt maar enkele seconden, toch is het nog steeds prettig om het woord buikpartij te tikken denkend aan het shot.

Kort daarop zien we hem in een bouwput. Hij blijkt bouwvakker en drilt boor. Nu zien we dus zijn potentiele kracht; de nadruk ligt op de armpartij, die bijaldien zweet en drilt. Het is een weinig oorspronkelijke oplossing, maar spiertechnisch bevredigend.

Inmiddels is duidelijk dat in deze film, zoals in het hele Hercules-genre waar ook de Rambo-films toe behoren, alles zal worden verteld met behulp van een soort Esperanto van het lichaam. Je zou kunnen zeggen: mensenlichamen zijn voor deze film wat zelfstandig naamwoorden zijn voor een zin, en lichaamsdelen spelen de rol van tussenwerpsels.

Alles zijn ze, deze lichamen alleen niet om van te genieten. Als er, bij hoge uitzondering, eens iets wordt verbeeld dat in de buurt komt van begeerte, dan blijkt het voorwerp van de hartstocht door radio-actieve straling mismaakt te zijn geraakt.

Na de gulden buikpartij en de dril-ceps wordt er eigenlijk alleen nog maar met lichamen gesmeten. Aanvankelijk gaat dat onwillekeurig, en lijkt Schwarzenegger niet te weten wat hij doet, als moet hij zijn kracht nog leren kennen. Toch verplettert hij te vuist vier of vijf mannen, die hij weliswaar niet kent, maar die hem wel dwars leken te zitten. Verhoeven heeft in een van zijn onnavolgbaar monosyllabische interviews verklaard veel werk gemaakt te hebben van het speciale geluid waarmee nekwervels knakken, en het is waar: omdat ik, als altijd wanneer ik denk dat haren gekrenkt zullen worden (wanneer word ik man?), mijn ogen dicht had, hoorde ik een reus een dinosaurus oppeuzelen. Na afloop van deze vechtpartij was er een mooi en merkwaardig eerie shot van boven af. De lichamen lagen als een postmodern kunstwerk om de staande en verbijsterde Schwarzenegger gedrapeerd: hij was zijn onschuld kwijt. Rare, zwarte poezie is het, die van Verhoeven, en Verlies van Onschuld is zijn latente thema.

Het paradoxale van Total Recall is dat de lichamen weliswaar ongeevenaard zichtbaar worden ontzield, maar dat het eigenlijke verhaal zich in het hoofd van Schwarzenegger afspeelt. Dit is een S. F.-film; de hoofdpersoon ontdekt dat hij zichzelf niet is, en dat datgene wat hij zich van zichzelf herinnert een geprogrammeerd Fremdkorper is. Wie hebben zijn eigen geheugen uitgewist en vervangen? Waarom? Dankzij een toeval, en dankzij de herinnering aan iets dat er niet meer is (hierover beschikken we, over het gevoel dat ons iets ontbreekt), komt hij er achter dat hij naar Mars moet om zijn eigen geheugen terug te krijgen.

Ik vind dit een meesterlijk gegeven. Een wereld waarin je geheugen kan worden vervangen, en waar je bijvoorbeeld in een soort boetiek de herinnering kunt kopen aan een reis, of aan een minnares die je nooit gezien hebt of zult zien... dat is een mooie uitwerking van de metafoor 'computer' die de leidende metafoor van onze samenleving aan het worden is. Tot een decennium geleden zeiden we: 'droom is het leven', of: 'het leven is een schouwtoneel', of: 'mijn leven deed zich aan me voor als een film'. Nu kunnen we denken dat we iets van ons zelf begrijpen met behulp van het beeld van het kunstmatig geheugen; we spelen met het denkbeeld van input en output, van software, van total recall, als waren we uitwisbaar, programmeerbaar en aan een groter geheugen aansluitbaar. Het is een metafoor die bijvoorbeeld spookachtig werkzaam is wanneer je je voorstelt dat je uit je leven zou kunnen opkijken als van een beeldscherm, en dan ontdekt dat alles maar een floppy was. Wat is de werkelijkste werkelijkheid? Total Recall beeldt dit beeldschermbewustzijn af, en baat het uit, zonder het door te denken of voelbaar te problematiseren. Tijdens een speciale scene, op driekwart van de film, lijkt de film een verderstrekkende dimensie te zullen krijgen. Er komt een man op die beweert dat hij deel uitmaakt van het programma dat in Schwarzenegger is geplant. Schwarzenegger, zegt hij, is helemaal niet op Mars, maar gewoon ergens op aarde. Dit zaait een bijna metafysische verwarring; het is een mooi reflectief ogenblik, want ook wij vieren in de zaal vroegen ons af: zijn we nu in de film, in de bioscoop of thuis dromend in bed? Vervolgens zegt Schwarzenegger heel slim: o, als jij niet echt bent, dan kan ik je nu dus doodschieten.

Ja, zegt de man, dat kan. Dit is vreselijk spannend en absoluut iets nieuws. Ik had even het gevoel naar een nieuw soort film te kijken, een uitwerking van een type gedachte dat ik alleen nog maar van Borges, Calvino en Gerrit Krol kende.

Huichelachtig

Dat Total Recall me tegen zijn eigen einde steeds meer teleurstelde komt doordat hij niet de consequentie uit zichzelf heeft getrokken, en voorrang geeft aan steeds bloedstollendere special effects. In genoemde scene was de film namelijk echt een nachtmerrie aan het worden, een droom van de rede die ongrijpbare monsters baart. Als dit een ingeplante herinnering is, kan ik me dan alles permitteren? Spelen mensenlevens dan echt geen rol meer? Is een moord gepleegd in een droom een echte moord als de droom geen droom meer blijkt? Vraag me niet welke wending mij wel van Total Recall had kunnen overtuigen. Het staat voor mij vast dat het beeldschermbewustzijn ons jongste kruis is het maakt het weer een nuance moeilijker om te geloven dat wat zich voor onze ogen afspeelt zich ook werkelijk afspeelt; het verzwakt onze zintuigelijkheid, en maakt ons 'bang voor echt'. Wanneer je er van overtuigd bent geraakt dat film er voor bedoeld is om een bres te slaan in ons pantser, dan is Total Recall uiteindelijk het zoveelste voorbeeld van een onverschilliger makend kunstwerk, waarin gevoeligheid synoniem is met sentimentaliteit, en waarin iemands aantrekkelijkheid, op een verbazingwekkend Roomsche wijze, pas echt gelegitimeerd is wanneer hij onder de druipende wonden zit.

Het heeft allemaal iets verslaafds, en dus huichelachtigs: wel het lef hebben om de nachtmerrie-achtigheid van deze brainwashwereld uit te baten en een stapje schokkender af te beelden, maar verder als de dood zo bevreesd zijn voor een Schwarzenegger naar wie je, buiten het functionele, voor de expositie zo broodnodige buikpartijscene om, kunt kijken als naar iemand die, gewoon door zichzelf en zijn lichaam, een begeerlijk en intimiteit genererend personage is.