Het einde van de pier

Richard Holmes zal me bovenaan de trappen van het British Museum opwachten, zo luidt onze afspraak. Een plaats waar je elkaar onmogelijk mis kan lopen. Maar het wemelt van de wachtenden op het bordes en Holmes is in geen velden of wegen te bekennen. Plotseling zie ik hem uit een taxi springen en de straat overrennen. Zijn stropdas fladdert over zijn schouder achter hem aan. Als hij stilstaat zie ik dat de das vloekt met zijn houthakkersblouse.

Hoewel Richard Holmes de veertig al ruim gepasseerd is, gedraagt hij zich stuntelig, als een schooljongen. Na wat verlegen gemompelde excuses over zijn late komst grijpt hij me bij de arm en trekt me onstuimig de bibliotheek van het museum binnen. Op de afdeling waar manuscripten van Engelands literaire coryfeeen worden bewaard, houdt hij zijn pas in. Bij een vitrine met brieven en gedichten van S. T. Coleridge blijft Holmes staan en begint, met zijn hand liefkozend over het glas strijkend, opgetogen te vertellen. Hij praat liever over de hoofdpersonen uit zijn biografieen, zoals Shelley, Coleridge, Mary Wollstonecraft en William Godwin, dan over zichzelf. Persoonlijke vragen probeert hij te omzeilen door overvloedig anekdotes uit het leven van zijn Romantische 'vrienden' aan te halen. Is het bescheidenheid, verlegenheid of hartstochtelijke interesse? 'Een biografie schrijven is zoiets als met iemand trouwen.' Holmes' biografieen zijn in de loop der jaren onmiskenbaar veranderd: van een obsessieve identificatie met Shelley tot een meer gedistantieerde en bewust genuanceerde aanpak bij de biografie van Coleridge. The Pursuit, zijn biografie over Shelley (1792-1822), is een epos, waarin een groot aantal karakters ten tonele wordt gevoerd en veel in de context wordt verteld, terwijl zijn biografie over Coleridge veel sterker op de schrijver zelf is gericht.

In Footsteps analyseert u de schrijversjaren die achter u liggen. 'In Footsteps beschreef ik mijn eerste ervaringen als biograaf. De vroegste dateren uit 1964, toen ik, geinspireerd door Stevensons Travels with a donkey in the Cevennes, een voettocht van Le Puy naar Alais maakte. Het belangrijkste motief om het boek te schrijven was om te kijken wat er nu werkelijk gebeurde in die jaren dat ik met Shelley's biografie bezig was. Ik vroeg me af waarom ik Shelley en zijn kring gekozen had, wat me steeds weer zo boeide in de Romantici uit de achttiende en de negentiende eeuw. En vooral probeerde ik een verklaring te vinden voor mijn drang om als biograaf op te gaan in het leven van een ander, ook al bestaat het gevaar mijn eigen spoor kwijt te raken.' Vooral bij het maken van de biografie van Shelley werd Holmes' leven beheerst door het onderwerp van zijn boek. Hij was bezeten van Shelley's stem en die van zijn familie en vrienden, schrijft hij in Footsteps, en het verdrinken van Shelley ervoer hij als een sterfgeval in zijn eigen familie. Van de plaats des onheils (de Golf van Spezia in Italie) keerde hij terug naar Londen, waar hij zijn biografie schreef in de onwaarschijnlijk korte tijd van veertien maanden. In Footsteps vertelt hij dat hij zich, behalve het onafgebroken werken, weinig van deze periode kan herinneren. Overdag sliep hij op een veldbed in zijn studeerkamer en begon tegen het vallen van de avond meestal diep depressief te schrijven.

Luguber

U schreef niet voor uw plezier. 'Nee, het was eerder een therapie voor zaken die me beklemden en me in een bijna demonische greep hielden. Een keer slaagden vrienden erin me uit mijn studeerkamer mee te tronen naar zee, naar Torbay, voor een weekendje. Het was midden in de winter, in februari. Op een nacht dook ik in het ijskoude water en zwom naar het eind van de pier. Ik herinner me de golven die in het duister aan kwamen rollen en op de pier uiteenspatten. Het was een luguber geluid en ik bedacht dat als ik het het einde van de pier zou halen, ik ook terug kon zwemmen en mijn boek af zou maken. Dat lukte, en het boek kwam af. Maar ik zou nooit meer zoiets willen schrijven.'

U was nog erg jong toen. 'Ja, in de twintig. Het was een heel rare periode. Ik sprak nauwelijks met iemand over mijn literaire werk, althans de fantasieen die ik daarover koesterde. Ik vond het onmogelijk om uit te leggen waar ik precies mee bezig was. Mijn vrienden die bezig waren met hun carriere of gewoon een vak leerden, kwamen daar niet voor in aanmerking en ik ging niet op zoek naar geestverwanten. Ik stond vrij geisoleerd, kende geen andere moderne schrijvers en had, hoe vreemd het ook klinkt, professioneel gezien niet de geringste behoefte hen te leren kennen. In die eerste jaren, toen ik net van Cambridge naar Londen kwam, voelde ik me soms net een geheim agent, die een missie had waar niemand iets van mocht weten. 'Om de deurwaarder van de stoep te houden schreef ik artikelen voor een krant en deed maatschappelijk werk bij de gemeente. Mijn taak was om stemlijsten bij te houden in Pimlico, een wijk vlakbij Victoria Station, die nu fraai gerenoveerd is, maar destijds volkomen verpauperd was. Ik moest de mensen opzoeken en hun namen op lijsten te zetten zodat ze konden stemmen. Het idee daarachter was dat, zodra de mensen eenmaal konden stemmen, ze ook meer zeggenschap over hun eigen leven zouden krijgen. Ik was zo naief om te denken dat die mensen daar brood in zagen. Maar natuurlijk interesseerde het niemand, wat voor verschil maakte het immers? Veel dingen veranderen toch niet of alleen heel langzaam. In plaats van met die lijst rond te zwaaien, zat ik dus uren met de mensen thee te drinken en luisterde naar hun verhalen. Vooral bij de oudere mensen verbaasde ik mij over hun openhartigheid over hun leven. Ze vertelden over hun mislukte huwelijk en hoe ze in die achterbuurt terecht waren gekomen. Het schrijven van een biografie komt in zekere zin op hetzelfde neer: je moet je de tijd gunnen om naar je hoofdpersonen te luisteren en je in te leven in hun geschiedenis.'

Desillusie

Maar daarmee heb je nog geen biografie. 'Nee, maar ik denk wel dat het een noodzakelijke voorwaarde is. Om een verhaal te vertellen, waarmee de lezer zich kan identificeren, moet je je als schrijver betrokken voelen bij je onderwerp. Dan komt er een moment dat je vreselijk je neus stoot, dat je beseft dat er een kloof tussen jou en je onderwerp ligt, die met de beste wil, het grootste inlevingsvermogen en alle fantasie van de wereld nog niet te overbruggen is. Dat heb ik altijd als heel pijnlijk ervaren, je bent een desillusie rijker, maar het klinkt paradoxaal het is wel een positieve desillusie, want het is er een waar de creativiteit en objectiviteit uit voortkomt, die nodig is om de biografie te voltooien. Dat lijkt vanzelfsprekend. Maar mensen onderschatten vaak hoe intensief en langdurig het schrijven van een biografie is. Het duurt minstens vijf jaar, wat langer is dan het maken van een grote film, en je doet het helemaal alleen.' Hoe kwam het dat u zich juist zo aan Shelley hechtte? 'Shelley had om te beginnen een bijzonder rijk literair en persoonlijk leven. Shelley leefde zich, in tegenstelling tot Coleridge, letterlijk uit; hij dramatiseerde zijn leven en liefdes en beschreef ze tot in de kleinste details. Daarnaast was hij even oud als ik toen, wat het proces van identificatie vergemakkelijkte. In de problemen waar hij zich mee geconfronteerd zag de groeiende verantwoordelijkheid ten opzichte van de vrouwen en kinderen die van hem afhankelijk waren, de kloof tussen hem en zijn ouders, de breuk met zijn familie en de drang om de traditionele normen op het gebied van huwelijk, eigendomsrechten en arbeidsverhoudingen te doorbreken herkende ik als kind van de sixties natuurlijk veel van mezelf of van mijn vrienden. Ook na voltooiing van de biografie bleef Shelley me achtervolgen. Dat doet hij nog steeds. Er zitten zo veel mysterieuze en onverklaarde kanten aan zijn leven.'

Zoals de vraag of uit de verhouding tussen Shelley en Claire Clairmont (de verstoten maitresse van Byron en het halfzusje van zijn vrouw Mary) nu wel of niet een kind geboren werd? 'Ja, dat hield me erg bezig in de tijd dat ik Footsteps schreef. Wat ook door mijn hoofd bleef spoken, waren die uitzonderlijke laatste drie weken die Shelley, Mary en Claire in 1822 in de Casa Magni, hun desolate villa bij Lerici aan de Golf van Spezia, doorbrachten. Vooral de ligging van het huis biologeerde me: zo vlakbij de vloedlijn gelegen, dat de golven bijna naar binnen rolden. De natuur is werkelijk adembenemend mooi daar, maar dat kon Shelley en de twee vrouwen niet opmonteren. Het leek alsof het drietal het onheil voelde naderen. Mary verafschuwde de geisoleerde ligging van het huis en het primitieve van het leven in Lerici. Zij was bovendien in verwachting van een derde kind en voelde zich niet goed. Claire had nog maar net het al lang gevreesde nieuws gehoord over de dood van haar dochtertje Allegra en dwaalde wild van verdriet door het huis heen. Tussen Mary en Claire waren jaloerse spanningen gerezen vanwege hun liefde voor Shelley. Shelley zelf zat tussen twee vuren. Hij sliep slecht, maakte zijn gedichten niet af en vluchtte zo vaak mogelijk de zee op met zijn pas gebouwde boot. Deze flarden van beelden achtervolgden me als in een film. Daarbij kwam dat ik op een van mijn reizen, laat in het seizoen, in een pension voor bejaarden vlak naast de Casa Magni gelogeerd heb. Als ik over de rand van mijn balkon heen leunde, kon ik zo over het terras van Shelley's huis kijken. De eigen ervaring die je van een plaats hebt, is onmisbaar voor een biograaf. Als je later schrijft over plaatsen waar je geweest bent en die je bekend zijn, lijken de episodes op te lichten uit het historische scenario en lijkt het alsof je zelf deel wordt van het verhaal.' Bootsjongen 'Wat me ook bleef bezighouden, was die bootsjongen die door Shelley's vriend Trelawny was ingehuurd. De jongen was achttien jaar en heette Charles Vivian. Maar verder weten we eigenlijk niet veel van hem.

Charles verdronk samen met Shelley en Edward Williams. Toen tien dagen na die vreselijke storm de lichamen van het drietal aan land spoelden, waren de lijken onherkenbaar verminkt door de rotsen. Men identificeerde Shelley aan zijn nanking broek, zijn witte zijden sokken en een gedichtenbundel van Keats in zijn zak. Ook Williams werd geidentificeerd, maar iedereen schijnt die kleine bootsjongen vergeten te zijn. Zoiets zet mijn fantasie in werking. Ik stel me die jongen voor als een student, die de kans heeft om tijdens de zomervakantie in Lerici wat bij te verdienen. Natuurlijk houdt zo'n jongen een dagboek bij, dat deed elke welopgevoede jongeman in die tijd. Het zijn onvergetelijke indrukken die hij in Italie opdoet, met dat groepje excentriekelingen, niet eens zo veel ouder dan hij. Ongetwijfeld wordt hij ook verliefd op een van de dames in het gezelschap. Stel dat zijn dagboek met hem in de golven verdwijnt, en dat het, als de drenkelingen aanspoelen, door een onbekende Italiaan wordt gevonden en naar het politiebureau wordt gebracht en het uiteindelijk terechtkomt in een stoffig Pisaans archief. Denk je eens in wat een onvoorstelbare schat aan informatie over die laatste maand van Shelley's leven zo'n document zou bevatten. Stel je voor dat iemand van nu speurt en speurt in de stadsarchieven en plotseling het dagboek vindt...'

Fataal

U hoopt zeker de gelukkige vinder te zijn? 'Niet alleen dat, ik ben er ook de auteur van! Ik schreef het dagboek werkelijk. Het vult twee notitieboekjes. Niemand heeft het tot nu toe ooit gezien. Ik verkneukel me nu al bij de gedachte dat ik overboord van een schip zou slaan op zee, en dat men na dit noodlottige en voor mij fatale ongeval bij het opruimen van mijn werkkamer Charles' 'dagboek' vindt. Ha, ik zie ze nu al praten over hun vondst: 'Goh, het dagboek van Charles Vivian. Dat moet een transcriptie zijn van een manuscript dat Richard ergens ontdekt heeft.'

Dat zou pas echt een message in a bottle zijn.' Footsteps heeft als ondertitel: Adventures of a Romantic biographer. U schrijft niet alleen romantisch maar u romantiseert ook uw eigen leven. U maakt er een verhaal van. 'Ik denk dat ieders leven in feite een roman is. Het materiaal ligt voor het oprapen, maar je moet er wel oog voor hebben. En dat is iets dat de meeste mensen nooit geleerd hebben of niet willen leren: het 'doodgewone' in hun leven als bijzonder herkennen. Ik interpreteer veel dingen die ik om me heen zie als betekenisvol. Let bij voorbeeld eens op de juffrouw die ons daarnet thee bracht. Is het je opgevallen dat ze in plaats van twee, drie kopjes bij de theepot heeft gezet? Net alsof ze nog iemand verwacht, of dat ze iemand bij ons aan tafel ziet zitten, die ons erg bezighoudt. Coleridge, of Shelley.'

U wilt de mensen gevoel voor romantiek bijbrengen?

'Liefst wel. Ik probeer ook te laten zien dat het leven meer te bieden heeft dan de vervulling van je materiele behoeften en wensen. In de biografie van Coleridge bij voorbeeld toon ik aan dat Coleridge's ideeen over 'pantosocracy' geen zweverige fantasieen waren. Samen met Robert Southey maakte Coleridge plannen om een experimentele gemeenschap aan de oevers van de Susquehannah in Pennsylvania op te richten. Daar zouden alle communeleden gezamenlijk de verantwoording voor werk en bestuur dragen, en zou bezit worden afgeschaft. Wat weinig mensen weten is dat er daadwerkelijk een tamelijk grote groep radicale hervormingsgezinden uit Engeland en Frankrijk naar de Verenigde Staten emigreerde en daar deze commune, deze cocktail van Romantiek en progressief idealisme, in de praktijk bracht. Het was een ideaal van samenwerking en onbaatzuchtigheid, dat ik herken uit mijn vroege volwassenheid.'

Ik hoor een ondertoon van spijt. Mist u een dergelijk idealisme om u heen?

'Je moet erg voorzichtig zijn met het oordelen over je eigen tijd. Ik denk wel dat bepaalde waarden zoals persoonlijke loyaliteit vandaag de dag erg ondergewaardeerd worden. Het toverwoord nu is zelfontplooiing, terwijl loyaliteit in essentie betekent dat je iets voor iemand anders opgeeft en daar consequent in blijft. We leven in een tijd ik denk dat het voor het hele Westen geldt waarin enorm de nadruk wordt gelegd op materieel, nuttig en vooral vroeg succes. Dit weerspiegelt zich zelfs in de toegenomen belangstelling voor biografieen over kunstenaars en dichters uit de Romantiek. Zij hadden een levenscurve die vergelijkbaar is met die van huidige popmuzikanten: hun populariteit stijgt plotseling steil om gevolgd te worden door een doodse stilte. Shelley is hier een schoolvoorbeeld van, temeer daar hij sterft voor zijn dertigste. Rondom zelfvernietigend gedrag is helaas in onze cultuur een romantisch aureool ontstaan.' De romantiek van de eendagsvlieg. 'Men realiseert zich te weinig dat ook andere dingen belangrijk zijn. Daarom vind ik het interessant om met ouderen te praten, mensen die niet als een fakkel zijn opgelicht en uitgebrand, maar doodgewoon 'overleefd' hebben. Het interesseert me niets of ze ooit hun naam in de krant hebben gehad of dat ze nooit iets gepubliceerd hebben als je de mensen eenmaal aan de praat hebt gekregen, blijkt dat ook hun leven onverwacht en eindeloos veel dramatiek bevat. Het leert je verbanden onderscheiden en relativeren. Dingen die je op je twintigste afschuwelijk vindt, zien er op je veertigste een stuk minder vreeswekkend uit, en dat biedt in zekere zin soelaas.'

    • Lucette ter Borg