Golfcrisis gooit agenda van 'haute finance' in de war

WASHINGTON, 21 sept. De Golfcrisis heeft de agenda danig in de war geschopt. Saddam Hussein werpt zijn schaduw over de jaarlijkse jamboree van de internationale haute finance, de jaarvergadering van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) en de Wereldbank.

Dit weekeinde begint in Washington een serie vergaderingen van ministers van financien, vooruitlopend op de officiele jaarvergadering van het IMF en de Wereldbank volgende week. Ministers, delegatieleden en bankiers zullen de komende dagen bezit nemen van Washington, praten over rente en recessie, en zich met hun verlengde zwarte limousines naar vergaderingen en recepties laten rijden.

Terwijl de ongerustheid over de gezondheid van de Amerikaanse economie met de dag toeneemt, zorgt de Golfcrisis voor extra onzekerheid. In allerijl hebben het IMF en de Wereldbank hun economische voorspellingen bijgesteld. En hoewel ze nog niet direct een wereldwijde recessie verwachten, zijn beide instellingen bezorgd. De gevolgen van blijvend hoge olieprijzen zijn voor de meeste ontwikkelingslanden en voor Oost-Europa funest, terwijl in sommige grote industrielanden de balans naar een recessie kan doorslaan.

Ondanks de Golfcrisis heeft de dollar, de traditionele reservemunt waarin beleggers in tijden van onzekerheid vluchten, zijn laagste koers sinds de tweede wereldoorlog bereikt. Op de financiele markten hebben de koersen van aandelen en obligaties harde klappen opgelopen.

In de bestuurskamer op de twaalfde verdieping van het imposante IMF-gebouw in Washington gaf IMF-directeur Michel Camdessus gisteren de stemming treffend weer. 'Ik bespeur wat meer opwinding dan gebruikelijk is', zei hij aan het begin van een persconferentie.

De politieke druk op het IMF en de Wereldbank om snel in actie te komen nu hogere olieprijzen een spoor van economische vernieling dreigen te trekken, is groot. Maar vooralsnog zijn beide instellingen niet van plan om met noodgrepen hun hulpverlening op te voeren. 'Het IMF is opgericht voor noodsituaties. Dus als zich een noodsituatie voordoet, staat het Fonds gereed om in actie te komen', zei de Nederlandse bewindvoerder bij het IMF, Godert Posthumus. Bovendien gaat het IMF er vooralsnog van uit dat de stijging van de olieprijzen beperkt zal blijven en dat de prijzen in de loop van 1991 weer zullen dalen als gevolg van een groter aanbod. 'Het is dan niet gerechtvaardigd om grote plannen te ontwikkelen of nieuwe kredietfaciliteiten te openen', aldus Posthumus.

Ook Camdessus beklemtoonde gisteren dat het IMF in 1944 is opgericht om landen te helpen die door een plotselinge externe schok problemen met hun betalingsbalans krijgen. 'We zullen onze beschikbare middelen flexibel inzetten', verzekerde hij. Het IMF heeft op het ogenblik ruim voldoende middelen in kas om probleemlanden te kunnen bijstaan.

Wel stelde Camdessus gisteren voor dat olie-exporterende landen die dank zij de prijsstijging hun inkomsten onverwacht zien toenemen, een deel van die windfall profit vrijwillig in een fonds storten. Daarmee zou de rente gesubsidieerd kunnen worden van leningen voor arme landen die zwaar getroffen worden door de hogere energieprijzen. Het is zeer onzeker of dit voorstel door de lidstaten zal worden aanvaard.

Bij de zusterorganisatie van het IMF, de Wereldbank, is inmiddels een onderscheid gemaakt naar landen die 'zeer direct getroffen' en landen die 'zeer ernstig getroffen' worden door de Golfcrisis. Tot de eerste groep behoren de frontlijnstaten Turkije, Egypte en Jordanie en landen in Zuid-Azie met grote aantallen gastarbeiders in de Golfregio.

Ook al zou de olieprijs morgen naar zijn oude niveau dalen, dan hebben deze landen nog altijd de gevolgen te verwerken van een verlies aan handel en aan inkomsten van gastarbeiders alsmede van het wegvallen van financiele hulp uit Koeweit of Irak. Voor deze groep wil de Wereldbank snel extra hulpprogamma's financieren. 'Uiteindelijk zal de Wereldbank ook bij deze landen blijven aandringen op aanpassingen', aldus de Nederlandse bewindvoerder bij de Wereldbank, Paul Arlman. Tegelijkertijd zal de bank volgens hem zijn hulp aan deze landen vergroten. Slechts elf olieproducerende ontwikkelingslanden hebben direct profijt van hogere energieprijzen. Voor de rest van de Derde wereld en voor Oost-Europa zijn blijvend hoge prijzen weliswaar een ramp, maar valt de schade mee als de olieprijs binnen een half jaar daalt. Het IMF en de Wereldbank zullen bij deze landen vooralsnog aandringen om de tering naar de nering te ten en vast te houden aan lopende hervormingsprogramma's.

Voor Oost-Europa, dat bezig is met een overgang van een commando- naar een markteconomie, komt de olieschok als een enorme tegenvaller. Deze landen hebben al te maken met een stijgende werkloosheid en een inkrimpende economie nu de tekortkomingen van het oude systeem aan de oppervlakte komen. Bovendien zullen ze vanaf 1 januari aan de Sovjet-Unie in harde valuta marktprijzen voor hun olie-importen moeten betalen. 'De Golfcrisis is een zeer verstorend element in Oost-Europa', erkende IMF-directeur Camdessus gisteren. Maar ook voor Polen, Joegoslavie, Hongarije, Roemenie en de allernieuwste IMF-lidstaten Tsjechoslowakije en Bulgarije overweegt het IMF geen bijzonder steunprogramma. 'We kunnen ze met ons bestaande instrumentarium helpen', verzekerde Camdessus.

De Sovjet-Unie zal op de komende jaarvergadering van het IMF en de Wereldbank een uitzonderlijke positie innemen. Voor het eerst sinds 1944, toen de Sovjet-delegatie wegliep uit de oprichtingsbesprekingen voor de twee instellingen, zal een Sovjet-vertegenwoordiger op de jaarvergadering aanwezig zijn als 'speciale gast'.

Dit wordt gezien als een eerste stap naar een spoedig Sovjet-lidmaatschap van het IMF en de Wereldbank.

    • Roel Janssen