Globe

Een heilige man besloot zijn geboortestad tijdelijk te verlaten en ging op reis naar de nieuwe stad. Voor zijn deur kwam hij een man met een stok tegen die goed vechten kon. 'Mag ik u begeleiden', zei de man. 'Als je dat wenst, ga je gang', zei de heilige man. Bij de stadspoort ontmoetten ze een jager. 'Ik schiet altijd raak', zei de jager, 'Mag ik u begeleiden?' 'Ga je gang', zei de heilige man. De jager bond een pijl en boog over zijn schouder en de drie mannen gingen op pad.

Wie de nieuwe stad wilde bereiken moest over een brede rivier. Boten waren er niet. Gelukkig was het nog in het droge seizoen, het water stroomde maar kniediep. De mannen stroopten hun broeken op en liepen naar de overkant. Zonder problemen bereikten ze de nieuwe stad.

Na een maand besloot de heilige man terug te keren, hij wilde de rivier nog voor het regenseizoen kunnen oversteken. Onderweg vielen de eerste regens en toen de drie mannen bij de rivier kwamen, kolkte het water. Omdat er geen boot was, besloot de heilige man te wachten tot de rust weer over het water kwam. Ze wachtten en hadden niets te eten.

De koning van hun geboortestad verscheen aan de andere oever om naar het wassende water te kijken. Hij zag de heilige man en riep naar de overkant: 'Heilige man, wat doet u daar?' 'We kunnen niet naar de overkant.'

'Ik denk niet dat het water snel zal zakken', riep de koning, 'we hebben geen boten.'

'Dan doe ik het zonder', zei de heilige man. Hij pakte zijn papieren, legde een vel op het water, stapte erop, legde nog een vel, deed nog een stap en legde het achterste vel weer voor zich. Zo liep hij stap voor stap, vel na vel, naar de overkant. Man en papieren bleven kurkdroog.

De jager nam een voorbeeld aan de heilige man. Hij schoot een pijl in het water, ging er op staan, schoot nog een pijl, stapte daar weer op, pakte de eerste pijl en schoot die weer verder. 'Wat die twee kunnen, lukt mij ook', dacht de vechter. Hij gooide zijn stok in het water en het water deelde zich in tweeen. Met droge voeten liep hij over de rivierbedding.

De drie mannen voegden zich bij het gevolg van de koning. Op weg naar de stad kwamen ze langs een oude vrouw. De heilige man was hongerig en vroeg haar iets te eten. 'Ik heb niets', zei de oude vrouw. 'Toen ik hoorde dat de koning kwam heb ik in de opwinding een ketel koud water bij het kokende water gegoten. Ik heb het nu op de mat gegooid om het oude van het kokende te scheiden.'

De drie vervolgden hun weg. Even voor hun stad zagen ze een man die een put voor zijn bron aan het graven was. 'Heb je geen eten te koop?' vroeg de heilige man. 'Nee', zei de graver, 'het is te warm. Ik was juist van plan mijn bron naar de schaduw te verplaatsen, als de zon ondergaat zet ik hem weer terug.' De drie liepen door en bereikten hun geboortestad zonder problemen.

Wie is nu het wonderlijkst van de vijf? De heilige man die de rivier op zijn papieren overstak, de jager die op zijn pijl de oever bereikte, de man die de rivier in tweeen spleet, de vrouw die koud van kokend water scheidde of de man die zijn bron in en uit de schaduw zet?

Wat willen ze nog meer, zult u tegenwerpen. De Afrikanen zijn ons Europeanen een stap voor. Ze staan boven het benauwde nationalisme en kiezen voor een verenigde taal. Ze zijn in dat opzicht verder dan wij.

    • Adriaan van Dis