Geen uitlevering Spanjaard

ROTTERDAM, 21 sept. Staatssecretaris Kosto (justitie) heeft een Spaans verzoek tot uitlevering van de al zes jaar in Nederland verblijvende Spanjaard Jorge. G. op humanitaire gronden afgewezen.

De Spanjaard schoot in 1983 twee overvallers van zijn bar in de buurt van Barcelona neer, waarbij er een werd gedood en de ander ernstig verwond. Met medeweten van de Spaanse jusititie vertrok hij na twee weken in voorlopige hechtenis te hebben gezeten met zijn Nederlandse vrouw naar Nederland, waar hij als gerechtstolk is gaan werken. In 1984 is hij nog voor verhoor naar Barcelona gereisd, daarna hoorde hij niets meer van de zaak.

In mei vorig jaar deed Spanje een officieel verzoek tot uitlevering. De rechtbank in Arnhem en vervolgens ook de Hoge Raad oordeelden dat de uitlevering op juridische gronden toelaatbaar is. De man zelf vreesde bloedwraak van familieleden van zijn slachtoffers, die bij de Spaanse politie als criminelen bekend stonden.

Kosto heeft de uitlevering geweigerd omdat de Spaanse autoriteiten tussen het gepleegde feit en het uitleveringsverzoek een onredelijk lange termijn hebben laten verstrijken. Voorts houdt de staatssecretaris er rekening mee dat de psychische gezondheidstoestand van de betrokkene verontrustend is en het risico van een poging tot zelfdoding zeer groot wordt geacht. Uitlevering zou hierdoor van 'bijzondere hardheid' zijn en kan dan op grond van de Uitleveringswet worden geweigerd.

Raadsman mr. B. J. M. van Meer concludeert dat Nederland een rechtsstaat is waar de belangen van de Staat bij de nakoming van internationale verdragen niet zonder meer prevaleren boven die van het individu.