Geen limitering van troepen in CFE-1

ROTTERDAM, 21 sept. Het akkoord over reductie van de conventionele bewapening (CFE-1) dat de staatshoofden en regeringsleiders van alle Europese landen, Canada en de Verenigde Staten medio november in Parijs zullen ondertekenen, zal een beperkt karakter hebben. Maxima voor het aantal militairen dat de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie in Europa mogen hebben, zullen er niet in voorkomen. Ook zal de kwestie van de aantallen vliegtuigen naar alle waarschijnlijkheid niet in dit akkoord worden geregeld, maar worden doorgeschoven naar een vervolgovereenkomst. De ministers van buitenlandse zaken van NAVO en Warschaupact kwamen in februari van dit jaar tijdens een conferentie in de Canadese hoofdstad Ottawa overeen dat de maximale omvang van de Sovjet-strijdkrachten in Oost-Europa zou worden teruggebracht tot 195.000, terwijl de Amerikaanse zouden worden teruggebracht tot 220.000 man.

Die overeenstemming moest ertoe leiden dat er wat meer schot zou komen in de Weense besprekingen over beperking van de omvang van de conventionele strijdkrachten in Europa (CFE). De toen overeengekomen cijfers zijn door de gebeurtenissen van de afgelopen maanden volstrekt achterhaald. Na de terugtrekking van de Sovjet-militairen uit Hongarije en Tsjechoslowakije en het inmiddels afgesproken vertrek van de ca 380.000 Sovjet-militairen uit Oost-Duitsland zijn er over drie jaar hooguit nog zo'n 40.000 man Sovjet-troepen in Polen gestationeerd. Ook het vertrek van deze troepen lijkt slechts een kwestie van tijd. De voorzitter van de verenigde chefs van staven in de Verenigde Staten, generaal Colin Powell, suggereerde onlangs dat de omvang van de Amerikaanse strijdkrachten in Europa op termijn wel eens zouden kunnen worden teruggebracht tot 70.000 of 80.000, een cijfer dat de Sovjet-onderhandelaar in Wenen, Oleg Grinjevski, onlangs ook noemde. De Verenigde Staten hebben zich steeds op het standpunt gesteld dat een topconferentie van de CVSE alleen zou kunnen worden gehouden als de staatshoofden een eerste CFE-akkoord zouden kunnen ondertekenen. De ministers van buitenlandse zaken van de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten, Sjevardnadze en Baker, zijn vorige week in Moskou overeengekomen om de besprekingen over beperking van de omvang van de Amerikaanse en Sovjet-troepen niet verder voort te zetten, omdat ze door de feiten achterhaald zijn. Dat deel van het CFE-akkoord hoeft nu gewoon niet meer geschreven te worden en dat vergemakkelijkt het onderhandelingsproces in Wenen.

Wel is er al in principe overeenstemming bereikt over de aantallen tanks (20.000) en en pantservoertuigen (30.000) die NAVO en Warschaupact er op na mogen houden in Europa. Westerse diplomaten in Wenen zijn van oordeel dat overeenstemming over limieten voor de artillerie binnen handbereik is.

De laatste en grootste hinderpaal is de beperking van aantallen vliegtuigen, waarbij vooral de wens van de Sovjet-Unie om te land gestationeerde marine-vliegtuigen buiten een CFE-akkoord te houden voor het Westen een groot struikelblok is. In principe zou dat de Russen de mogelijkheid geven om alle vliegtuigen buiten een akkoord te houden, zolang ze de kleuren van de Sovjet-marine dragen. Om te voorkomen dat de discussie hierover de plechtige ondertekening van een CFE-akkoord in Parijs in gevaar zou brengen, zouden de Amerikanen bereid zijn afspraken over vliegtuigen, samen met definitieve afspraken over aantallen manschappen, in een vervolgakkoord (CFE 1 A of CFE bis) onder te brengen.

Dit is ook voor Moskou aanvaardbaar nu de Westduitse minister van buitenlandse zaken, Hans-Dietrich Genscher, en de Oostduitse premier, Lothar de Maiziere, in Wenen hebben verklaard dat de strijdkrachten van een verenigd Duitsland niet groter zullen worden dan 370.000 man. Minister Baker zei vorige week in Moskou: 'Onze voorkeur gaat ernaar uit een manier te vinden om de kloof te overbruggen zodat de vliegtuigen in een akkoord over conventionele strijdkrachten worden opgenomen, maar we willen zo'n akkoord in ieder geval'. Leden van de onderhandelingsdelegaties in Wenen zijn opgeroepen om begin volgende maand naar New York te komen, waar de ministers van buitenlandse zaken van de 35 CVSE-landen bijeenkomen om, aan de vooravond van de Duitse eenwording, de laatste details te regelen voor de CVSE-top van 19 tot 21 november in Parijs.