Eigenbelang is onze drijfveer; Negentiende-eeuwse roman uitde Twintigste eeuw

Charles Palliser: De Quincunx: de erfenis van John Huffam. Vert. Ronald Jonkers, uitg. Prometheus, 806 blz. Prijs: fl.55,- (paperback) fl.69,90 (gebonden): The Quincunx; The Inheritance of John Huffam. Uitg. Penguin Books resp. Ballantine Books, 1200 blz. Prijs: fl.21,50 resp. fl.19,20

The Quincunx; The Inheritance of John Huffam, de eerste roman van de Amerikaanse Engelsman Charles Palliser, is een vreemd boek; sterker nog, het is ongetwijfeld het vreemdste boek dat de afgelopen jaren in Engeland het licht heeft gezien. Welke schrijver die zichzelf serieus neemt, waagt zich immers zo roekeloos aan een volledige reconstructie van een vroeg-negentiende-eeuwse roman op de immense schaal van Dickens, Thackeray en Wilkie Collins, compleet met een gecompliceerde intrige, stadskaarten, stambomen, fonetisch nagebootst dialect, familiewapens, een namenlijst met meer dan honderd personages en een flinke dosis melodrama?

Het is een riskante en hondsmoeilijke onderneming, maar zelfs al overtuigt het eindresultaat: wat is de zin ervan? Waarom anno 1990 een roman geschreven die in ieder opzicht net zo goed in 1830 geschreven had kunnen worden? Wie wil zoiets in godsnaam lezen? Het verbazingwekkende aan The Quincunx is dat het werkt. Het is de roman zelf die de twijfels wegneemt. In ieder opzicht toont Palliser zich een schrijver die liever in de breedte werkt dan in de diepte (vandaar de reusachtige omvang van zijn roman), maar wat zijn boek uiteindelijk gewicht geeft, is de totale, monomane overgave waarmee het is geschreven. Zijn literaire reconstructie van het Engeland anno 1820 blijkt volledig en onvoorwaardelijk, zodat de lezer hetzelfde overkomt als wanneer hij een van de romans leest waarvan The Quincunx een pastiche is: hij verliest zich gemakkelijk in de wereld van het boek.

Het geheim ligt, denk ik, besloten in de manier waarop Palliser met zijn fenomenale feitenkennis omgaat. Veel historische romans lijden halverwege jammerlijk schipbreuk in een zee van feiten, maar de schrijver van The Quincunx is er schijnbaar moeiteloos in geslaagd de enorme overvloed aan materiaal organisch te verwerken in het verhaal dat hij vertelt. Zijn dwarsdoorsnede van de verpauperde Engelse samenleving ten tijde van de Regency de adel, de middenstand, de armen, de nog armeren en de allerarmsten vertoont nergens de schematische opzet van een geschiedenislesje. De lotgevallen van de hoofdpersoon voeren hem door alle lagen van de maatschappij en in de loop van de roman ontstaat een panoramisch beeld van een verdwenen samenleving waarin veel te herkennen valt; maar vrijwel nergens heeft de lezer het gevoel dat hij de feitenkennis van de auteur in zijn gezicht krijgt geduwd.

In de eerste plaats is The Quincunx een mystery novel met een uiterst spannende en uiterst gecompliceerde intrige (die lijst met personages is er niet voor niets); het verhaal kent meer onverwachte wendingen dan een achtbaan. De verteller John groeit op in een provinciaal plaatsje samen met zijn moeder en krijgt voortdurend signalen dat niets is wat het lijkt. Een mysterieuze vijand lijkt uit te zijn op hun ondergang, en uiteindelijk blijken het er zelfs twee te zijn. Het draait allemaal om een codicil bij een testament, waarmee door verschillende partijen aanspraak gemaakt kan worden op het landgoed van de Huffams, dat inmiddels is overgegaan in handen van de familie Mompesson.

John en zijn moeder worden geruineerd en opgejaagd en zoeken de anonimiteit in de mensenmassa's van Londen, voor Palliser aanleiding tot gedetailleerde en indrukwekkende beschrijvingen van de armen van Londen. Verder nog iets over de intrige vertellen is zonde en bovendien ondoenlijk, want Palliser voert zijn lezers met vaste hand door het labyrint van zijn verhaal naar een onvervalste negentiende-eeuwse climax, met geheime codes en kluizen, verdwenen documenten, verraad en dubbel verraad, onverwachte verwanten en last but not least nog wat onechte kinderen. Onthulling volgt op onthulling. Achteraf valt er geen touw meer aan vast te knopen (wie was in godsnaam ook al weer familie van wie?), maar op het moment zelf lijkt het allemaal heel logisch en geloofwaardig. En spannend; The Quincunx is een van die boeken waarvoor het leeslampje bij je bed is bedoeld.

Poppenkast

Misschien is het jammer dat Palliser zoveel energie heeft gestoken in de plot die zoveel bladzijden in beslag neemt, want als roman kan The Quincunx gemakkelijk op eigen benen staan. Centraal staat het onderscheid tussen Law (Recht) en Equity (in de van begin tot eind overtuigende Nederlandse vertaling van Ronald Jonkers aangeduid als Billijkheid), de twee rechtstelsels die in het Engeland van de vroege negentiende eeuw van kracht waren. Het systeem Equity was oorspronkelijk gebaseerd op meer verheven en idealistische principes dan het eigendomsrecht. Halverwege zijn roman laat Palliser een poppenkast spelend, zeer Dickensiaans duo optreden waarin Law en Equity, de idealist en de pragmaticus, zijn belichaamd.

De een, mr. Pentecost, toont zich een Thatcher-aanhanger avant la lettre; zijn levensfilosofie beperkt zich bewust tot de wetten van vraag en aanbod: een man is zoveel waard als hij op de markt opbrengt. Of zoals Pentecost het uitdrukt: 'eigenbelang is onze enige drijfveer.' De realiteit van die onbekommerde kapitalistische visie, en de schrijnende ontoereikendheid ervan, weet Palliser prachtig gestalte te geven. Juist omdat hij zich zo volkomen heeft ingeleefd in de wereld die hij beschrijft, tot en met de reele waarde van het geld uit die dagen, maakt hij de desastreuze gevolgen die een onvoorwaardelijke markteconomie op een samenleving kan hebben voelbaar; de neergang van Johns moeder, van bemiddelde vrouw tot drankzuchtige bordeelhoer, wordt even gedetailleerd als overtuigend neergezet. Verreweg de mooiste passages in The Quincunx zijn die waarin Palliser het dagelijkse leven van de allerarmsten beschrijft en de nietsontziende manier waarop zij in hun levensbehoeften proberen te voorzien: lijkroof, grafschending, het uitkammen van de riolen, enzovoort. In tegenstelling tot zoveel andere schrijvers weet Palliser armoede tastbaar te maken.

Tegenover de levensfilosofie van mr. Pentecost wordt die van zijn collega-poppenspeler geplaatst, de idealist mr. Silverlight, die bezit tot diefstal verklaart en hartstochtelijk in de Rede gelooft en in de Rechtvaardigheid: 'De Rede en niet het eigenbelang vormt het ordenend principe waarop de samenleving is gebouwd.'

Dit tweetal zit elkaar voortdurend in de haren, zonder dat het ooit tot een climax komt en het is in deze passages dat Palliser zijn bedoelingen met The Quincunx zichtbaar maakt. (En het is ook hier dat Palliser zijn personages zijn literatuuropvatting laat verwoorden: 'Het doel van een Kunstwerk', vervolgde mr. Silverlight, alsof de ander niet had gesproken, 'is dat de Mens het ontwerp achterhaalt en aldus zelf het patroon zal vinden. In een roman waaraan ik mijn medewerking zou verlenen, zou alles deel moeten uitmaken van het totale ontwerp alles, zelfs de rangschikking en nummering van de hoofdstukken.' Pentecost: 'Wat een lariekoek! Romanciers zijn leugenaars. Er bestaat geen patroon. Geen betekenis, behalve die welke we erin willen leggen.' Uiteindelijk is er maar een hedendaagse roman waarmee The Quincunx enigszins te vergelijken valt: De naam van de roos van Eco, eveneens een schrijver die het liefst in de breedte werkt en zijn bedoelingen schuil laat gaan achter een ouderwets stevige intrige. Met die mega-seller zijn de laatste jaren weliswaar wat teveel boeken vergeleken, meestal uit commercieel oogpunt, maar de verwantschap met The Quincunx is onmiskenbaar. Beide boeken vormen een mengeling van didactisch proza en ontspanningsliteratuur en allebei zijn het historische romans die werden opgebouwd uit teksten die als het ware over andere, bestaande teksten zijn gelegd. Alleen is in het geval van The Quincunx het proza beter geschreven, de vorm origineler, de pastiche geslaagder en het verhaal oneindig veel spannender.

    • Bas Heijne