Een worden met Chuck Berry; Peter Handke over de schoonheidvan de jukebox

Het is niet voor het eerst dat Peter Handke zich in een boek uitlaat over de moeizame weg die naar de uiterste gelukzaligheid leidt. De laatste jaren heeft hij steeds vaker aandacht besteed aan het zoeken naar een innerlijke rust. Maar nooit is het daarbij voorgekomen dat hij de lezer een route wees die op het eerste gezicht zo dicht langs de afgronden van het ordinaire loopt als nu. In zijn onlangs verschenen Versuch uber die Jukebox (Essay over de Jukebox) brengt Handke niet alleen een ode aan de Engelse en de Amerikaanse pop-muziek uit de jaren zestig, hij geeft ook aan waar deze muziek het beste tot zijn recht komt. Na veel aarzelingen en omtrekkende bewegingen bezingt hij in zijn boek de oude Amerikaanse jukeboxen. Lichtgevende altaren van het merk Wurlitzer en Seeburg, die eens hun kunnen toonden in de cafes in zijn woonplaats Salzburg, maar die nu voornamelijk te vinden zijn in enkele verlaten koffiehuizen over de hele wereld, veelal aan de rand van een grote stad. Gemeenschappelijk aan deze plaatsen is dat het verbale contact tussen de bezoekers er tot een minimum beperkt blijft. Het enige wat de chauffeurs, de soldaten en de gastarbeiders nog verbindt is de mechanisch voortgebrachte muziek.

Handkes essay over de jukebox kan in zekere zin gezien worden als een vervolg op het vorig jaar verschenen Versuch uber die Mudigkeit. Maar er is een verschil. De ondertitel van het essay is nu Erzahlung. Het essay over de jukebox heeft de vorm van een verhaal. Handke houdt deze keer geen betoog, in welke vorm dan ook. Hij vertelt over iemand die omstreeks zijn vijftigste levensjaar tot de conclusie komt dat hij de gelukkigste uren van zijn leven heeft doorgebracht in de nabijheid van jukeboxen.

De vertelvorm waarin het essay is gegoten is waarschijnlijk een vorm die Handke in staat heeft gesteld om beter dan in een essay aan te geven wat de jukebox voor hem betekent. Het geluid dat deze apparaten voortbrengen, zo schrijft hij, kan iemand niets minder brengen dan extase en onthechting. De overgave aan de muziek zoals Handke die hier beschrijft doet denken aan een religieuze bekering. De hoofdpersoon van zijn vertelling wordt een met de stampende muziek uit de diepte van de kast: 'Dat, dit lied, deze klank, dat ben ik nu; met deze stemmen, deze harmonieen ben ik geworden wie ik ben, zoals nog nooit tevoren.' Tijdens de reizen die de hoofdpersoon door verre landen maakt, fungeert de jukebox steeds weer als rustpunt. Zoals andere mensen bij aankomst in een vreemde stad onmiddellijk naar het kerhof gaan of naar het station, zo gaat hij als eerste naar een cafe met een Wurlitzer. Het klikken van de starthendel, het heen en weer zoeken naar de bestelde plaat in de buik van het apparaat, het kantelen, het neerleggen en het ruisen voor de eerste tonen, het geeft hem een gevoel van grote tevredenheid.

Ik kan me voorstellen dat dergelijk citaten zo, op zichzelf, een nogal geexalteerde indruk maken. Maar in het boek is daar geen sprake van. De belangrijkste reden hiervoor is waarschijnlijk dat de extase, de totale overgave aan de muziek, pas tegen het eind van het boek plaats vindt. Op de eerste bladzijde van zijn essay geeft Handke weliswaar aan dat zijn hoofdpersoon zijn ervaringen met de jukebox onder woorden wil brengen, maar op de bladzijden die daarop volgen stelt hij deze beschrijving steeds uit. Alsof het verfijnde pornografie is, wordt het volledig opgaan in de muziek vele keren vertraagd, en wanneer het eindelijk zover is, vallen de bewoordingen waarin deze ervaring wordt beschreven je al niet meer op. Je gaat volledig met de schrijver mee. Een worden met de hoge gitaartonen van 'de mooie vreemde man' Chuck Berry, een met de harmonieen van The Beatles, of een met het gekreun van Bob Marley: wie wist dat het zo mooi kon zijn!

Behartenswaardig

Voor het zover is, in de eerste helft van het verhaal, beschrijft Handke voornamelijk ontberingen. Het verhaal dat hij vertelt gaat over een schrijver die in het najaar van 1989 met de bus naar Soria reist, een kil stadje in Noord-Spanje. Daar wil hij in alle rust zijn visie op de jukebox uitwerken. Hoewel iedereen hem voor gek verklaart, wil hij een essay schrijven over dit fenomeen.

Het interessante van dit eerste deel is dat Handke er, indirect, veel behartenswaardigs in zegt over de eisen waaraan een goed essay volgens hem moet voldoen. Het is in zekere zin een essay over het schrijven van essays. Waar moet de schrijver beginnen? Moet hij veel feitenkennis in zijn betoog verwerken? In dat geval zou hij kunnen verwijzen naar een Amerikaans standaardwerk over de jukebox. Dit legt de oorsprong van het apparaat in Amerika ten tijde van de drooglegging. De grote dansgelegenheden werden gesloten en veel illegale cafes begonnen op een andere manier voor dansmuziek te zorgen.

Al snel ziet de schrijver in dat dergelijke feiten er eigenlijk niet toe doen. Het gaat eerder om zijn eigen beleving van het onderwerp. Wat betekent de jukebox voor hem. Even overweegt hij om, net als Handke in zijn vorige boek deed, van het essay een dialoog te maken, een spel van vraag en antwoord. Maar dat plan laat hij los. Ook overweegt hij er een betoog van een alwetende verteller van te maken. Maar ook dat levert niet het gewenste resultaat. Uiteindelijk kiest de schrijver van het essay, net als Handke, voor de vertelvorm, omdat dit genre hem het beste ligt. Bovendien kan in de vertelvorm het betoog in het aangename ritme van de verleden tijd worden geschreven.

Het zal duidelijk zijn dat Handke hier indirect een rechtvaardiging geeft van zijn eigen keuze. Ook hem is het kennelijk niet goed gelukt een sluitende redenering over de jukebox op te zetten. De verhaalvorm waarin het boekje nu verschijnt, heeft ook hem waarschijnlijk uit een impasse gehaald. Wie een verhaal vertelt hoeft immers geen lange redeneringen op te zetten. En het wordt veel eenvoudiger om een zekere chronologie te volgen. Dat merkt de schrijver uit het boek ook. Alles wat hem tijdens zijn busreis en zijn voorbereidende werkzaamheden te binnen schiet, kan hij nu in dezelfde volgorde, achter elkaar opschrijven. Het betoog krijgt bijna vanzelf kleur, al was het maar doordat hij steeds vermeldt onder welke omstandigheden de gedachten zijn ontstaan.

Woelingen

Toch zijn er nog andere twijfels die de schrijver van zijn werk houden. Is het onderwerp bijvoorbeeld wel belangrijk genoeg? Want wat is nu helemaal een jukebox? Het verhaal speelt zich af in het najaar van 1989, als half Europa geschiedenis maakt, en de hoofdpersoon vraagt zich niet helemaal zonder reden af of hij als schrijver niet middenin de politieke woelingen moet gaan zitten. In de gedeelten die aan deze overwegingen zijn gewijd reflecteert Handke duidelijk op de verwijten die hem de afgelopen jaren door linkse collega's zijn gemaakt. Jarenlang, zo schrijft hij, zijn de Oostenrijkers buiten de belangrijke politieke ontwikkelingen gehouden en nu er eindelijk wat in te halen is, duikt een Oostenrijks schrijver onder op het Spaanse land, waar geen enkel internationaal nieuwsbericht doordringt.

Een impliciet antwoord op deze verwijten wordt gegeven in het gedeelte dat gaat over de schaamte die de schrijver voelt bij zijn beschrijvingen. Daar blijkt uit dat de jukebox in maatschappelijk opzicht toch niet zo onbelangrijk is als velen denken. Op de jukebox, die kinderlijke, van chroom en plastic gemaakte machine die krassend grammofoonplaatjes draait, rust juist een zwaar taboe. In geen boek, zo blijkt, komt het apparaat voor. Geen schilder heeft het ooit geschilderd.

In wat volgens mij een van de belangrijkste fragmenten van het boek is, herinnert de schrijver zich dan hoe de muziek die uit een jukebox komt, door zijn vroegere omgeving werd beschouwd als on-muziek. Handke laat zien hoe de Engelse en Amerikaanse pop-muziek die in de jaren zestig in de Salzburgse cafes doordrong geen onschuldige vrijetijdsbesteding was, maar, integendeel, een daad van verzet. In zijn jeugd was het een medium dat, net als in het Amerika van de drooglegging, de grenzen van het benauwde Oostenrijk wist op te heffen. Een mogelijkheid tot contact met het verre Amerika. Op dat moment wordt duidelijk dat de schrijver geen grotere solidariteit kan tonen met de revolutie in Oost-Europa dan door een lofzang te schrijven op de Beatles.

In zijn Essay over de Jukebox toont Peter Handke hoe veelzijdig hij is. Neem alleen het grote aantal originele observaties van de verschijnselelen die de jukebox doorgaans begeleiden. De wetmatigheden, bijvoorbeeld, die kunnen voorkomen in de beschrijvingen van de platen die in een kast zijn opgeslagen. Zijn de kaartjes met de titels in een lettertype, dan is de kans groot dat ze in een keer door de leverancier zijn geleverd. Het gaat dan om een jukebox zonder karakter. Zijn de kaartjes echter verschillend, dan zijn ze in de loop der jaren waarschijnlijk steeds met kleine hoeveelheden vervangen. Het gaat dan om een apparaat waar leven in zit. Alleen al de titels bieden de bezoeker een archeologie van het cafe. Aan de oudste titels is te zien wat door de jaren stand hield.

Het mooiste vindt Handke de handgeschreven kaartjes. Als er temidden van veel gedrukte titels een zo'n nauwelijks leesbaar handgeschreven kaartje zit, dan kan dat betekenen dat de serveerster bij de erbij behorende muziek enige tranen heeft vergoten. Dergelijke observaties zijn vaak in fraaie jukebox-verhalen verwerkt. Meestal een pagina of drie waarop een concreet cafe met een jukebox wordt beschreven. Deze verhalen dienen als voorbeelden voor wat de schrijver te vertellen heeft. Maar ze zorgen ook voor spanning en voor samenhang in het boek. Ze geven het essay zijn bijzondere toon, een toon die hoort bij de liedjes in de cafes.

Het mooiste van deze verhalen gaat over een bezoek aan Anchorage, in Alaska. Tot op dat moment heeft de schrijver er altijd mee volstaan zwijgend toe te kijken in de cafes waar een jukebox speelt, maar deze keer laat hij zich door een vrouw overhalen te dansen. Na afloop nodigt zij hem uit mee te gaan naar haar huis in een vredig vissersdorp aan een baai bij de poolcirkel. De schrijver weigert, maar het beeld laat hem niet meer los. Sindsdien klinkt uit jukeboxen niet alleen een verlangen naar verre landen, maar ook een belofte: te kunnen leven in eenvoud.