Een been is geneigd tot huppelen; Meneer Cogito van Zbigniew Herbert vertaald

Ik ontmoette meneer Cogito in 1985, in Worpswede (BRD) waar ik in een te leen gekregen huis het literaire tijdschrift De Revisor zat te lezen. Ik las dat hij besloten had ondanks alles terug te keren naar zijn vaderland, dat hij nooit vertrouwen heeft gehad in de kunstjes van de verbeelding, niet van metaforen houdt maar daarentegen dol is op tautologieen: 'dat een vogel een vogel is/ slavernij slavernij/ een mes een mes/ de dood de dood'.

Meneer Cogito bleek na te denken over de lengte van het leven, over de deugd (was ze maar een beetje jonger/ een beetje mooier// ging ze maar mee met haar tijd/ wiegend met haar heupen/ op de maat van moderne muziek), hij bleek behoefte te hebben aan exactheid en hij bekende dat hij een eigen monster had waar hij tegen zou willen vechten als het maar op zou komen dagen. Ik vond meneer Cogito aardig, erg aardig. Hij had gevoel voor humor vond ik en voor ironie en hij was meedogend en illusieloos tegelijk. Ik verlangde meteen om veel meer van hem te weten te komen. In De Revisor vertelde Gerard Rasch dat meneer Cogito in 1974 voor het eerst van zich had laten horen, in een naar hem genoemde bundel van de Poolse dichter Zbigniew Herbert. Meneer Cogito was de hoofdpersoon van veel van Herberts gedichten, zijn 'lyrische held' schreef Rasch, een held die zich, als een romanheld, zelfstandig kon ontwikkelen. Meneer Cogito was niet alleen maar de spreekbuis van de dichter, waarschuwde Rasch, maar hij was ook niet 'de gemiddelde moderne mens'. Dat laatste hoefde hij mij heus niet te vertellen, een bijzonderder iemand dan meneer Cogito kom je zelden tegen.

De Revisor had toen nog grote bladzijden en zeven daarvan waren gevuld met de gedichten van Zbigniew Herbert. Ik kwam er heel wat uit te weten over de gedachten van meneer Cogito, die zware onderwerpen niet uit de weg gaat maar zware woorden wel. Een gedicht met de titel 'De eschatologische voorgevoelens van meneer Cogito' klinkt misschien niet meteen aantrekkelijk, maar wie begint te lezen en leert hoe bitter meneer Cogito zich zijn eeuwigheid voorstelt, zonder reizen, zonder vrienden en boeken, met veel te veel tijd en zonder herinneringen aan, bijvoorbeeld, zijn vogelatlas, hoe hij zich voorneemt zich te verzetten tegen de wervingscommissie die kandidaten voor het paradijs selecteert en daarbij de laatste restjes zintuig vernietigt, wie strofes leest als 'wie weet/ misschien zal het hem lukken/ de engelen ervan te overtuigen/ dat hij ongeschikt is/ voor het verrichten/ van hemelse diensten' die zal niet langer kunnen denken met zwaarwichtigheid te maken te hebben.

Aan de Poolse buurman die naar Worpswede was gekomen om eens rustig te kunnen schilderen vertelde ik dat ik meneer Cogito had leren kennen en buitengewoon van hem onder de indruk was. Dat begreep de schilder heel goed. Zbigniew Herbert, zei hij, (hij sprak de voornaam onnavolgbaar vanzelfsprekend Pools uit) is de beste dichter van Polen. Dat wilde ik meteen geloven. Iedereen kent meneer Cogito, zei hij ook nog, en houdt van hem. Dat leek me al veel minder waarschijnlijk, 'iedereen' leest nauwelijks poezie en een held wiens liefste wens het is om onder andere 'de toorn van Achilles' te begrijpen en ook 'de melancholie van de profeten', 'de dromen van Mary Stuart', 'het lange sterfbed van Nietzsche', 'de vreugde van de schilder van Lascaux', 'de opkomst en ondergang van een eik' alsmede 'de opkomst en ondergang van Rome', hoe kan die zich nu in algemene populariteit verheugen? Wonderlijk volk die Polen. Want wat de schilder zei is waar: Herberts bundels vliegen met honderdduizend tegelijk de winkel uit. De bundel Meneer Cogito, verschenen in 1974, maakte hem van een redelijk bekende dichter in een klap tot een beroemde dichter.

Verliefd

Zbigniew Herbert werd in 1924 in Lvov geboren. Lvov werd in 1939 door de Russen bezet, twee jaar later door de Duitsers. Herbert nam deel aan het ondergrondse verzet en bezocht een clandestiene universiteit waar hij Poolse taal- en letterkunde studeerde. In 1944 werd Lvov opnieuw Russisch, Herbert ging in Krakow studeren en behaalde een economische graad. Daarna werd hij nog meester in de rechten en studeerde hij filosofie met een specialisatie in de filosofie van de oudheid. Deze ruime academische vorming opende toch blijkbaar niet al te veel mogelijkheden in het communistische Polen want de jonge dichter verdiende zijn geld met het redigeren van een zaken-tijdschrift en werd vervolgens bankemploye, verkoper in een winkel, ontwerper van sanitair en boekhouder bij de Poolse Componisten Vereniging. In 1956 verschenen zijn eerste bundel en zijn eerste toneelstuk. In 1964 kreeg hij allerlei prijzen en werd zijn werk in het Duits vertaald en daarna in het Tsjechisch. Sindsdien werd hij alleen maar beroemder en geliefder en ging hij wel eens op reis naar Griekenland en Frankrijk en Amerika en schreef hij ook essays en iedereen bewonderde hem behalve de meeste Nederlanders omdat hij overal vertaald werd behalve hier. Gelukkig is daar nu verandering in gekomen. De Bezige Bij en Gerard Rasch kunnen niet genoeg geprezen worden voor de vertaling van Meneer Cogito.

In 1985 werd ik dus verliefd op meneer Cogito, ontdekte dat ik lang niet de enige was maar trok me dat niet aan zolang hij maar af en toe iets tegen mij wilde zeggen. Dat bleek moeilijk want, zoals gezegd, hij sprak bijna geen Nederlands. Gelukkig wel Duits, het Duits van Karl Dedecius, de vertaler die begin volgende maand in Frankfurt de Prijs van de Duitse Boekhandel krijgt vanwege zijn bijzondere verdiensten voor de introductie van de Poolse literatuur in Duitsland. Ik kocht de bundel Herr Cogito en leerde deze nadenkelijke heer nog veel beter kennen. Hij bleek het bijvoorbeeld niet eens te zijn met zijn eigen gezicht. Naar hij meende was het hem opgedrongen door voorouders die een heel ander leven leidden dan hij, die naar mammoeten luisterden, muren bestormden, wellustig waren 'van wie heb ik mijn onderkin/ van welke gulzigaard als heel mijn ziel/ naar ascese smachtte' hij keek in de spiegel, begreep dat hij niet onder de geschiedenis uit kon en berustte: 'zo verloor ik het toernooi met het gezicht'.

Mijn beminde bleek zich ook nogal vreemd door de wereld te bewegen, op twee zeer ongelijke benen. 'links/ is geneigd tot huppelen/ houdt van dansen/ geeft te veel om het leven/ om iets te riskeren// rechts/ is edelmoedig stijf/ spot met het gevaar'.

In meneer Cogito's benen huizen Don Quichotte en Sancho Panza. Meneer Cogito is niet uit een stuk, hij weet het, hij vindt het onhandig, maar hij verzet zich niet. Meneer Cogito is iemand die kan berusten zonder te vergoelijken.

Sinds ik meneer Cogito ken weet ik dat er een vriendelijk oog op de wereld gericht is. Het oog ziet veel, alles denk ik soms, het wil zich nergens voor sluiten, het maakt zich geen illusies, het huilt niet. Het glimlacht, ondanks alles.

Meneer Cogito denkt veel na, zoals zijn naam al duidelijk maakt. Er zijn weinig onderwerpen die hij uit de weg gaat. Een blik op de inhoud van de bundel laat dat zien: Meneer Cogito denkt na over het lijden, Meneer Cogito en de zuivere gedachte, Meneer Cogito leest de krant, Meneer Cogito klaagt over de kleinheid van dromen, Meneer Cogito en de popmuziek, Meneer Cogito vertelt over de verzoeking van Spinoza, Meneer Cogito's bespiegelingen over de verlossing, Hoe meneer Cogito over de hel denkt, Meneer Cogito over de rechte houding. Zo'n inhoudsopgave is al om verliefd bij te zuchten. Ik zou dolgraag alles over de rechte houding willen weten of over de zuivere gedachte en wie gewoon op durft te schrijven dat hij nu eens wat gaat nadenken over het lijden is een held. Meneer Cogito zou zelfs wel 'over de zin van het leven' kunnen nadenken zonder zich belachelijk te maken, zonder puberaal te worden, zonder gewichtig te doen. Over het lijden schrijft hij: alle pogingen tot verwijderingvan de zogenaamde kelk des lijdens door het denkenonbezonnen acties ten bate van zwerfkattendiep ademhalenreligie hebben gefaaldmen dient zich te schikkenzacht het hoofd te buigenen indien mogelijkuit de materie van het lijdeneen ding of een persoon te scheppenhet heel voorzichtigte amuserenals een ziek kinddat men eindelijkmet stomme kunstjeseen flauweglimlachafdwingt Misschien kan alleen wie zelf werkelijk veel heeft meegemaakt, zoals iemand met Herberts biografie, iemand uit Polen, uit Oost-Europa met haar treurige en bloedige geschiedenis, zo mild en zo doordrongen van de menselijke maat schrijven. Altijd weer zingt hij de lof van de zintuigen, pleit hij voor de gewone dagelijkse dingen. Vijf partizanen in de nacht voor hun executie laat Herbert praten over voorspellende dromen, auto-onderdelen, dat wodka beter is dan wijn omdat je daar hoofdpijn van krijgt, over meisjes, over vruchten. Het is troostend om te denken dat zulke dingen tot het laatst toe het leven zullen uitmaken. Die gedachte maakt het mogelijk na alle verschrikkingen nog steeds poezie te schrijven: 'over liefde te schrijven/ zelfs/ nog een keer/ met sterflijke ernst/ de verraden wereld een roos/ aanbieden'.

De God van meneer Cogito is geen filosoof die zich verheugt in abstracties. Op de vragen van Spinoza naar de eerste en de laatste oorzaak reageert Hij met 'laten we het hebben over Waarlijk Grote Dingen' en begint dan over bloemen in het haar, de kwaliteit van het voedsel, de prijs van een verhandeling, een vrouw die een kind baart 'zie je Baruch we hebben het over Grote Dingen'. Ik kan niet genoeg krijgen van het gezelschap van meneer Cogito. Het is heerlijk om zijn melodieuze overwegingen te horen, zijn elliptische zinnen, zijn verbazingwekkende opsommingen, zijn zorgelijke vrolijkheid. Ik zal altijd van meneer Cogito blijven houden.

Zbigniew Herbert: Meneer Cogito. Vert. Gerard Rasch met nabeschouwingen van J. Bernlef en Gerard Rasch. 98 blz. Prijs fl.29,50