De landen van het jaar

Dit is een heer op reis. De bergen van het koude februari liggen gelukkig al ver achter hem. Hij rilt nog als hij denkt aan de vier weken die hij daar moest doorbrengen. In het land maart was het al iets prettiger, vooral toen hij na eenendertig dagen die brug over de rivier bereikte. Als hij die maar eenmaal over was zou het zachter worden. Dan kon hij in april, het land van de lente, verder reizen.

Hij moet wel opschieten. Het land april is wel dertig dagen groot en hij heeft er nog maar een paar stappen in gedaan. Hij is in elk geval de goede kant opgegaan, het bord naast het pad wijst naar de zomer. Hij zal de andere landen wel halen, al zien we dat niet. We stellen ons voor hoe hij in augustus eenendertig dagen in de brandende zon loopt. Hij volgt de wegwijzers naar de herfst, naar het eind van september. Precies op tijd gaat hij op 31 oktober om twaalf uur 's nachts het land november binnen.

De bladeren vallen. Het wordt al weer kouder. Welke vorm heeft dit werelddeel met die twaalf landen toch, is het een cirkel, een vierkant, een kruis? In elk geval moet januari aan het berglandschap links boven de horizon grenzen. In de nacht van 1 februari komen de spitse oren van de reiziger met z'n wandelstok vanachter de bergen te voorschijn. We zien hem pas goed in het morgenlicht, als hij zijn zoveelste reis door alle landen van het jaar vervolgt.

Onderschrift: Saul Steinberg Maart-april V (1965)

    • K. Schippers