CDA berust in oordeel PvdA maar houdt bittere nasmaak; 'Ontslag Braks helpt visserij niet'

DEN HAAG, 21 sept. Was het woensdag nog Braks, gisteren was er sprake van 'Gerrit'. Het debat tussen de fractievoorzitters over het wegzenden van de minister had plaats aan een net gesloten groeve. De stemming was van matglas. De naaste politieke familie berustte in bitterheid. Het aangetrouwde deel vond het zo maar het beste, vooral ook voor de politiek zelf. Zo kon het toch niet meer met Gerrit.

Onder leiding van een vals gestemde Bolkestein werd de toedracht besproken. Gerrit had de Kamer niet altijd alles verteld en de visserijproblemen niet opgelost. 'De heer Lubbers' had bovendien gerommeld in de marge met persoonlijke pleidooien voor Gerrit. Dat kan niet. De heer Lubbers spreekt in zijn functie als premier, niet 'als Rotterdammer of als groot-eigenaar van een metaalbedrijf'.

De heer Lubbers wrikt zo een 'hoeksteen van ons staatsrecht los', zei hij.

De premier bewees vervolgens met een enkel citaat dat Bolkestein niet wist waar hij het over had, en sloeg hem de losgewrikte steen op het hoofd stuk. 'Met het wijzen op de staatsrechtelijke correctheid komt men niet ver als men de correctheid in de persoonlijke verhoudingen niet in acht neemt'.

Over 'het metaalbedrijf' spreekt men niet in de Kamer. Bolkestein bitste terug en bijna werd het lelijk.

Maar het ging dus om Gerrit. Deze was gesneuveld door zijn eigen openhartigheid, vertelde de premier. Dat was een merkwaardige eigenschap die hem ertoe bracht voortdurend bekentenissen te doen over de zwakheden in zijn beleid. Juist daarom was hij kwetsbaar in de politiek en populair in het veld, aldus Lubbers.

Maar eigenlijk hadden we het met z'n allen aan zien komen. Gerrit was op. Bij de formatie was er al twijfel. Hij deed het al zo lang, had hij gezegd. Dat was ook niet goed voor het departement. Er was al het nodige gepasseerd. Met de vissers, maar ook met de boeren. Maar eigenlijk wilde hij toch doorzetten. Er stond veel te gebeuren: de nieuwe mestwetgeving, de landbouwstructuurnota, het natuurbeheersplan. Dat trok.

Toen het deze zomer weer mis was met de vis, had Lubbers ingegrepen. Man, neem een staatssecretaris - dit gaat je te veel tijd kosten, had hij gezegd. En als we de Algemene Inspectiedienst eens onderbrachten bij Hirsch Ballin. Het ging niet door. Mede daarom had Lubbers de vrijheid genomen zich maandag al in de discussie te mengen. Hij voelde zich medeverantwoordelijk, hij was medeverantwoordelijk. Het eindoordeel van de heer Woltgens had hij te respecteren, hoe onjuist hij het ook vond. De politieke afweging was toch niet helemaal zuiver geweest. Een zekere mate van geruchtvorming had er toch een rol in gespeeld. Alle cijfers over vangstoverschrijdingen die de premier kende, waren onbetrouwbaar. Of ze nu uit de wetenschap kwamen, de vishandel of het ambtelijk apparaat. Nee, Braks had vrijwel alles gedaan wat mogelijk was. Hij moest roeien met de riemen die hij van de Kamer kon krijgen. En sommige riemen waren eigenlijk voor andere ministers.

Gisteren had de premier afscheid genomen van een 'prima minister'.

Maar die had het mentaal perfect verwerkt. De grote klussen van dit jaar waren net geklaard. Hij zou zijn ministerie met een opgeruimd gevoel kunnen verlaten, had hij in een laatste telefoontje laten weten. Voor Braks' besluit niet meer naar de Kamer te komen, had Lubbers begrip. De tekst van Woltgens' brief was duidelijk geweest. Het zou trekken aan een dood paard worden. Dat kon niet van een minister worden gevraagd.

Zou redding van het slachtoffer mogelijk geweest zijn? Die kans was absoluut niet groot zei Woltgens, maar hij was er in theorie geweest. Het ging immers om de inbreng in het debat, het uitgangsstandpunt van de PvdA. De zin van het debat is toch dat je kunt luisteren naar anderen.

Ook het kabinet had geen reddende hand uitgestoken. Het had niet nodig geleken. Er was politiek getaxeerd: Kok was voorzichtig pessimistisch geweest, de premier zag het veel minder somber in. Als er een kabinetszaak van was gemaakt, had dat averechts effect gehad, zo was besloten. Dan had iedereen gedacht: hij haalt het niet, hij schuilt achter Lubbers. Nee, laat de zaak z'n loop nemen, laten de argumenten gewisseld worden, het eindoordeel valt in de Kamer. Maar, zei Lubbers: als we nu maar niet denken dat we de visserij hebben geholpen door een minister weg te sturen.

    • Folkert Jensma