Beleid wordt gemaakt door mannen met verschillendeopvattingen; Golfpolitiek Italie als tweeslachtig gezien

ROME, 21 sept. De Italiaanse luchtmacht zit met een probleem. Aan de vooravond van het bezoek van de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, James Baker, aan Rome besloot het kabinet eind vorige week een teken van goede wil te geven. Acht Tornado-jachtbommenwerpers zouden naar de Golf worden gestuurd, plus een extra fregat. Geen opzienbarend gebaar, niet erg kostbaar, maar de eer was gered en de kranten konden zondag met grote koppen Baker citeren: 'Bedankt, Italie'.

De luchtmacht-delegatie die meteen daarop naar de Golf vertrok om kwartier te maken, ontdekte dat er eigenlijk geen plaats is voor de Italianen. De bases in Bahrein staan vol met Britse Tornado's en AV-8b's van de Amerikaanse marine, en de hotels puilen uit. In Dahran in Saoedi-Arabie is het zo mogelijk nog voller. De kans is groot dat de Italiaanse Tornado's in Dubai terecht komen en zo eigenlijk een plaats op de tweede rang krijgen. Het is slechts een incident, maar tekenend voor de buitenlandse politiek van Italie. In eigen land is de regering verweten achter de feiten aan te lopen en met alles te laat te komen, en te proberen zich achter de internationale organisaties te verschuilen. Een ander hoofdpunt van kritiek is dat binnen het kabinet geen duidelijkheid bestaat over doel en middelen. Ook binnen de Europese Gemeenschap is af en toe wrevel merkbaar over het optreden van haar huidige voorzitter, wrevel die verder gaat dan irritatie over de Latijnse gewoonte om lang en breedvoerig aan het woord te zijn en over de behoefte een goed plaatsje in de schijnwerpers te krijgen. Italie heeft volgens sommige EG-diplomaten een gouden kans gemist. De Golfcrisis leek een prachtige gelegenheid om een voorschot te nemen op de politieke unie en de EG als een belangrijke politieke acteur neer te zetten op het wereldtoneel. Andere diplomaten zeggen dat de tijd daar nog niet rijp voor is. Zij wijzen erop dat de EG nauwelijks instrumenten heeft voor gezamenlijke politieke actie, laat staan voor militair optreden, en betwijfelen of andere voorzitters de EG tot veel meer hadden kunnen aanzetten. 'Een van de problemen met (minister van buitenlandse zaken) De Michelis is soms juist dat hij te veel wil, dat hij sneller wil gaan dan andere landen', aldus een EG-diplomaat in Rome.

De eerste Italiaanse reactie op de crisis was in ieder geval weinig indrukwekkend. Na lang overleg besloot het kabinet twee fregatten en een ondersteuningsschip te sturen. Die moesten ter hoogte van Cyprus patrouilleren, wat tot honende commentaren in de kranten leidde dat de regering in het Midden-Oosten wilde gaan vechten zoals sommige journalisten het gebied verslaan: op een veilige afstand. Na een vergadering van de Westeuropese Unie werden de schepen door het Suezkanaal naar de Golf gestuurd, maar het verwijt blijft dat Italie niet graag voorop loopt. Op de vraag van een Amerikaanse journalist in Brussel waarom Italie geen troepen stuurt, om niet alleen de financiele lasten maar ook de mogelijke kosten in menselijk bloed mede te dragen, zei De Michelis geprikkeld dat het Handvest van de Verenigde Naties dat niet toestaat: het leger van Italie, een van de drie verslagen landen in de Tweede Wereldoorlog, mag alleen een defensieve rol hebben. Eerder had de regering in Rome daar geen moeite mee: Italie heeft in 1983 samen met de Verenigde Staten en Frankrijk troepen gestuurd naar Libanon. Het argument is dan ook vooral een gelegenheidsargument, zoals La Stampa in een commentaar schreef. 'Er is niets slechts aan dat Italie nu wordt ingedeeld bij de landen die nauwelijks meetellen, zoals Belgie en Nederland', schreef het dagblad. 'Maar laat de Italiaanse politici zich daar wel van bewust zijn en laten zij bij een volgende gelegenheid niet beginnen te eisen dat er naar hen wordt geluisterd en dat zij worden geraadpleegd, zo een status opeisend waarvan zij niet de bijbehorende verantwoordelijkheid willen aanvaarden.' Washington heeft overigens publiekelijk Italie niets verweten.

De Amerikaanse ambassade in Rome heeft een verklaring uitgegeven waarin staat dat Italie zich een betrouwbare partner heeft getoond door schepen te sturen naar de Golf, en veerboten en bases beschikbaar te stellen voor het troepentransport. Dat het beleid in de Golfcrisis soms wat zwalkend lijkt, komt doordat Italie te groot is om zich bij de kleine landen te scharen, maar het gewicht mist om op voet van gelijkwaardigheid met de grote mee te praten. Het komt ook doordat het wordt gemaakt door twee mensen die hierover verschillende opvattingen hebben: premier Andreotti, zelf jarenlang minister van buitenlandse zaken geweest, en minister De Michelis. Beiden ontkennen bij hoog en bij laag dat er meningsverschillen zijn. 'De enige verschillen tussen ons zijn die in karakter', aldus De Michelis. Die verschillen in temperament zijn evident. De 71-jarige christen-democraat Andreotti is bedachtzaam, gaat iedere ochtend naar de kerk en heeft als belangrijkste politieke stelregel dat je altijd compromissen moet sluiten en altijd alle opties open moet houden. De 21 jaar jongere De Michelis omschrijft zichzelf als 'een rationeel mens, maar instinctief'.

Hij heeft zich binnen zijn socialistische partij onderscheiden als een politicus die niet alleen op de winkel wil passen, maar ook een visie wil ontwikkelen. Omdat hij graag met mooie vrouwen op de dansvloer wordt gezien, van lekker eten houdt en weelderige lokken tot in zijn nek draagt, heeft De Michelis de naam frivool te zijn. De afgelopen weken heeft hij echter ook respect weten af te dwingen door zijn enorme werklust en zijn kennis van dossiers. Dat Andreotti en De Michelis naast en misschien juist door hun temperamentverschillen uiteenlopende politieke opvattingen hebben, is de afgelopen weken keer op keer duidelijk geworden. Andreotti wil niet weten van een mogelijke oorlog, doet voorstellen voor een compromis met de Iraakse leider Saddam Hussein, heeft de indruk gewekt de bezetting van Koeweit en het Palestijnse vraagstuk in hetzelfde kader te willen plaatsen, en wil Italie in het algemeen zoveel mogelijk op de achtergrond houden. Symbolisch was de blunder die de premier op 21 augustus maakte. De Italiaanse ambassadeur in Koeweit had een telex gestuurd dat de Iraakse bevelhebber daar had gezegd dat alle onderdanen uit zeven EG-landen mochten vertrekken uit Koeweit. Het ministerie van buitenlandse zaken in Rome vertrouwde het niet, maar lichtte gewoontegetrouw president Cossiga in. Deze belde meteen via zijn draagbare telefoon Andreotti, die op dat moment een tentoonstelling van Titiaan aan het bekijken was.

Een moment vergat de premier, die de 'vrijlating' waarschijnlijk als een beloning voor Italies terughoudende opstelling zag, zijn spreekwoordelijke voorzichtigheid en gaf een aanwezige journalist de canard mee dat de gijzelaars vrij zouden komen. Een ander incident betrof PLO-leider Yassar Arafat. Toen De Michelis met een kleine EG-delegatie eerder deze maand in Tunesie was, had hij een verzoek van Arafat om een gesprek afgeslagen. Niet nodig, zei De Michelis, we hebben elkaar in juli gezien en de PLO is ook uitgenodigd voor de topconferentie tussen de EG en Arabische landen die voor 7 oktober in Venetie op het programma staat. De boodschap aan Arafat was duidelijk: zijn steun voor Saddam Hussein doet de Palestijnse zaak in EG-ogen geen goed. Maar Andreotti vond een ontmoeting wel nodig en liet dat weten via de communistische fractieleider in de Senaat. Als compromis sprak de socialistische partijleider Bettino Craxi in zijn buitenhuis in Tunis met Arafat, om daarna, zoals een communique van zijn partij fijntjes meldde, de minister van buitenlandse zaken te 'ontvangen' en hem over het gesprek te informeren. Deze en andere incidenten hebben laten zien dat de twee mensen die vorm moeten geven aan Italies buitenlandse politiek, op belangrijke punten van mening verschillen, alle ontkenningen hierover ten spijt. Andreotti wil alles doen om te voorkomen dat de goede relaties die hij met de Arabische landen heeft opgebouwd, verslechteren. De Michelis legt meer nadruk op een compact en hard EG-optreden. Hij schroomt ook niet een grotere rol op te eisen voor Italie, al gaat dat niet gemakkelijk en is het niet altijd geloofwaardig. Premier Andreotti denkt daarentegen volgens het weekblad Panorama 'ondanks al zijn ervaring nog steeds, zoals zoveel christen-democraten, aan Italie als een tweede-rangsland, dat zich ermee tevreden moet stellen op een sluwe manier te bewegen in de schaduw van de grootmachten'.