Alles wat we loswrikten, zit weer muurvast; Lodewijk de Boer over de nieuwe opvoering van The Family

Aan de rand van een gloednieuwe wijk in het oosten van Rotterdam staat aan de voet van een watertoren een loods, die als Hal 4 bekend staat. Wie daar dezer dagen binnenstapt, voelt zich teruggevoerd naar een tijdperk dat twintig jaar achter ons ligt. Op een golvende, slordig gelegde parketvloer staan een keukentafel bedekt door gekleurd plastic, een uitgezakte fauteuil en een paars radiomeubel. Daar tussenin liggen een fel oranje vloerkleed en, ergens in een hoek, een stel beslapen matrassen voorzien van groezelige lakens. Een deur biedt uitzicht op een overloop met een geiser en een vettig besmeurde wasbak.

In de visie van de Duitse decorbouwer Achim Rohmer zijn we hier in het afbraakpand van twee broers en hun zusje, die aan de rand van de maatschappij een eigen leven leiden. In 1972 en 1973 waren zij de hoofdfiguren van vier toneelstukken, die met elkaar The Family vormden: een theaterfeuilleton van Lodewijk de Boer, dat beurtelings werd bestempeld als ruig volkstoneel, een serie voor het hele gezin en een brutaal theaterspektakel. De kritieken waren unaniem lovend en de belangstelling van het publiek was overweldigend.

Anders dan in het buitenland, waar het regelmatig tot opvoeringen kwam, verdween The Family na de verfilming in 1973 van het Nederlandse repertoire. Pas nu, zeventien jaar later, brengt het RO Theater onder regie van Antoine Uitdehaag een nieuwe versie van de vier afleveringen, die tussen 25 september en 20 januari met tussenpozen van enkele weken in de Rotterdamse Schouwburg te zien zijn. 'Het is merkwaardig dat er al die tijd niets mee is gebeurd', vindt Uitdehaag. 'Altijd weer klaagt men over het ontbreken van een goede Nederlandse toneelliteratuur, maar als er dan eindelijk een tekst is die voldoet aan alle eisen laat iedereen hem liggen. Het is alsof je in de kast een kist met goud hebt staan waar niemand naar omkijkt.' The Family heeft alle kenmerken van een klassiek stuk, stelt Uitdehaag. 'Binnen een hechte structuur komen grote tegenstellingen aan de orde: oerconflicten tussen een vader en zijn zoon, een broer en zijn zusje, een kleine gemeenschap en de bedreigende wereld daarbuiten. Als voertuig voor dit alles dienen levende, ritmische dialogen, die tegelijkertijd geestig, ontroerend en spannend zijn. Maar bovenal is The Family een soms schofferend stuk fysiek theater, dat in zijn brutaliteit kenmerkend is voor de periode waarin het ontstond.' Dat is dan ook de belangrijkste reden waarom Uitdehaag besloot de handeling niet te transponeren naar de jaren negentig.

'Gelukkig is het tijdperk voorbij dat regisseurs het nodig vonden actualiteit te suggereren door, bij voorbeeld, Tsjechov in spijkerbroek te spelen. Zulke ingrepen zijn onzinnig een stuk wint juist aan waarde wanneer men zich ervan bewust is in welke tijd het werd geschreven. Zeker in dit geval is dat zo. The Family biedt geen historische schets, maar ademt wel de opwinding en dynamiek van een periode die nu je ziet het in de mode en de popmuziek sterk in de belangstelling staat. Het kan zijn dat die energie van destijds in deze jaren van verburgerlijking een injectie vormt; voor alle jongeren die in hun driedelige pakken in Grand Cafes over hun salaris staan te praten, zou dat geen overbodige luxe zijn. Afgezien daarvan kan het geen kwaad weer eens een voorstelling te maken over mensen die gewend zijn hun gevoelens te uiten. Na al het esthetiserende toneel dat weinig met het leven van doen heeft, werkt zoiets misschien verrassend.'

Mythes

De volgende dag vertelt Lodewijk de Boer in zijn werkkamer, een verscholen kapel binnen de Amsterdamse grachtengordel, dat aan de geboorte van The Family praktische redenen ten grondslag lagen.

Het begon ermee, legt hij uit, dat het Amsterdams Toneel (de opvolger van de kort tevoren opgeheven Nederlandse Comedie) behoefte had aan repertoire. Om daarin te voorzien ontstond het idee op De Boers tv-spel De Sprakelozen een vervolg te maken in de vorm van een serie, waarmee men een heel seizoen onder dak zou zijn. Achteraf gezien heeft hij toen, naar zijn idee, als schrijver zowel als regisseur veel geluk gehad: de samenwerking met de acteurs (onder anderen Gees Linnebank, Huib Broos en Martine Crefcoeur) was ideaal en het publiek gaf zich meteen bij de eerste voorstelling gewonnen. 'Toen ik die avond in de zaal stond, wist ik dat het goed zat. Aan alles voelde je dat de mensen die daar aanwezig waren over een maand terug zouden komen om te zien hoe het verder ging. Dat kwam natuurlijk doordat zij zich vereenzelvigden met de karakters, maar het had er ook mee te maken dat het in The Family ging om zaken waarmee de generatie van toen zich bezig hield. Bij voorbeeld de verstoring van de illusie dat het na de oorlog allemaal beter zou worden en de afrekening met mythes en bepaalde vormen van hypocrisie: beter geen vader dan een die in de oorlog fout was. 'De spelers en ikzelf werden vooral geleid door verontwaardiging over de autoritaire vernielzucht van de Verenigde Staten in Vietnam. De hervatting van de bombardementen op Hanoi, de blinde agressie van de Amerikanen raakte ons enorm. Maar de woede hierover was ook een bron van inspiratie, met extra energie richtten we de aandacht op ons groepje asociale mensen dat in conflict komt met de gevestigde orde. Trots maar onbeholpen doen Doc, Kil en hun zusje pogingen hun lot in eigen handen te nemen.

Ze gaan daarbij te werk met een overdreven, gepassioneerde ernst die, zo merkte ik na enige tijd, heel komisch kan zijn. Pas toen ik me dat realiseerde, had ik de stijl te pakken.' Kort na de premiere noemde Lodewijk de Boer het verhevigde realisme van The Family 'een pleidooi voor onmaatschappelijk gedrag', maar zeventien jaar later voegt hij eraan toe dat het vierluik een moralistische tendens heeft. 'Als de hoofdpersonen een onbetrouwbare bezoeker hebben gechanteerd, nemen ze niet het geld uit de portemonnee die hij achter heeft gelaten. 'Met mensen van dit soort wil ik niets te maken hebben', zegt een van hen. Het gaat hier (met andere woorden) om dierbare figuren, die in sommige opzichten amoreel zijn. De vraag is of dat laatste is te wijten aan henzelf of aan de maatschappij, die in de tijd dat de serie werd geschreven in beweging was en nu in een periode van restauratie verkeert. Uit verveling of onverschilligheid worden bepaalde regels uit de nog steeds groeiende berg voorschriften overtreden, maar voor het overige staat alles waar we indertijd aan stonden te wrikken weer muurvast. Dat heeft ook wel iets aardigs, vind ik, want het geeft aan dat de mens nooit zal winnen. Daar komt bij dat ik zelf de afgelopen tijd natuurlijk ook ben verburgerlijkt: wie 53 is reageert niet meer als iemand van 35. Als ik me opwind, krijg ik trouwens een hoestbui, dus ik moet oppassen.'

Vitaliteit

In de tijd dat dit minder noodzakelijk was, voelde Lodewijk de Boer zich achtervolgd door het succes van 'die kolere Family' (zoals hij het toen wel noemde). 'Het probleem was dat ik naar mijn idee moest voldoen aan de verwachtingen van anderen, die na een klapper een nieuwe klapper verwachten. Onze samenleving gelooft nu eenmaal in het maken van een carriere, een streven dat na verloop van tijd culmineert in de dood als kroon op het werk. Met de mogelijkheid dat iemand misschien iets anders wil in zijn leven houdt men niet serieus rekening. 'Na The Family zocht ik mijn heil meer en meer in de muziek. Dat verbaasde mij zelf nog het meest, want nadat ik als altviolist zeven jaar in het toenmalige Kunstmaandorkest en acht jaar in het Concertgebouworkest had gezeten, ging mijn aandacht uit naar hele andere dingen.

Het ambtenarenwerk in die orkesten was me zo ontzaglijk gaan vervelen, dat ik er chagrijnig van werd en zelfs de pest kreeg aan mijn instrument. Maar na tien jaar werken als theatermaker begon de muziek weer te trekken. Ik vond een medestander in Willem Breuker, met wie ik onder meer in Kain en Abel alle esthetiek en vormelijkheid van mijn jaren in de muziek overboord zette. Daarvoor in de plaats kwam dank zij Breuker de vitaliteit van het dagelijks leven; wat dat betreft heeft hij, bedenk ik me nu, waarschijnlijk invloed gehad op het ontstaan van The Family.' Intussen regisseerde De Boer naast stukken muziektheater als Anthologie (met Willem Breuker) en Orpheus (met Louis Andriessen) de nodige voorstellingen die het van de tekst moesten hebben. Daartoe behoorden eigen werkstukken, waaronder Als jij de bloemen vertrapt, zal ik jou vertrappen en De Pornograaf, maar ook werk van anderen, bij voorbeeld Er valt een traan op de tompoes van Annie Schmidt en Kaspar van Handke. Een stuk ensceneren, zo gaf hij in het verleden meer dan eens te verstaan, is nederige arbeid: een regisseur fungeert als een wandelstok waar de acteurs op leunen tot ze hem niet meer nodig hebben.

Ofschoon het 'regisseurstoneel' tegenwoordig de toon aangeeft, is De Boer niet van gedachten verandert. 'Een dirigent is onmisbaar, maar een regisseur niet: als hij na de try-outs komt te overlijden, gaat de voorstelling gewoon door. Daarmee wil ik aan zijn werk niets afdoen. Het blijft een mooi streven om het ideaalbeeld dat hem van een stuk voor ogen staat zo dicht mogelijk te benaderen. De meeste bevrediging schenken nieuwe teksten, ze zijn zoals nieuwe composities als het leven zelf: wie eraan begint weet niet hoe het afloopt, noch hoe lang het zal duren.' Ook het regisseren van eigen werk schenkt De Boer voldoening, al leidde zijn enscenering van The Family indertijd in Dusseldorf tot een teleurstelling.

'Er waren veel dingen die men daar niet begreep. In de Nederlandse voorstelling had het geweld bij voorbeeld een zekere luchtigheid, maar zoiets is Duitsers niet bij te brengen. Sommige scenes ontaardden bij hen in oorlog, het leek soms wel alsof ze het moesten opnemen tegen de Russen. Het resultaat was een rare voorstelling die succes had maar de ware Schmalz miste. Daarvan heb ik geleerd dat ik The Family niet meer zelf moet regisseren, ook niet in Nederland. Het is inmiddels zozeer publiek eigendom geworden, dat ik het niet meer naar mezelf toe zou kunnen trekken.' Maar in de toekomst hoopt hij wel nog nieuwe werkstukken van eigen hand te kunnen regisseren. Hij is al geruime tijd bezig aan De Boeddha van Ceylon (over een joodse violist die in een koloniaal land in handen valt van een racistische ambassadeur) en bereidt een stuk voor over een moordenaar die tussen de beide wereldoorlogen in Hannover zeker zestig jongens om het leven bracht. Het is onzeker wanneer deze stukken klaar zullen zijn, want het schrijven gaat Lodewijk de Boer tegenwoordig minder makkelijk af dan vroeger. 'Misschien was ik simpeler, misschien gewoon maar dommer, maar zeker is dat ik indertijd weinig last had van twijfel. Toen ik bezig was aan The Family schreef ik maar wat, ik had mezelf een schaamteloze vrijheid gegeven. Helaas werd die geleidelijk aan ingeperkt, want de onbevangenheid ging verloren. Hetzelfde zie je al gebeuren bij kinderen: toen mijn dochtertje leerde spreken, gebruikte ze een mengelmoes van woorden dat verrassend en authentiek was. Maar als ik nu nog eens zo'n woord van haar gebruik, tikt ze me op de vingers: 'Nee pappa, dat is fout', zegt ze, me vervolgens corrigerend. 'Daaruit valt een droevige conclusie te trekken: dingen leren komt neer op andere dingen afleren, opgroeien betekent steeds weer een stukje speelruimte verliezen.' The Family is te zien vanaf 27 september in de Schouwburg van Rotterdam. Inl. 010-4118110