67 miljoen per dag

De Nederlandse overheid betaalt haar ambtenaren jaarlijks ongeveer 44 miljard gulden salaris. Dat geld heeft de staat niet en daarom leent hij dit jaar maar 44 miljard. Geen wonder dat de grootste schuldeiser van de staat, het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds, de zaak niet vertrouwt, onafhankelijker wil worden en meer in het buitenland wil beleggen 'om het debiteurenrisico te spreiden.' Het belegd vermogen van het ABP is nu 150 miljard, waarvan 100 miljard rechtsstreeks of indirect aan de Nederlandse overheid is geleend. Vorig jaar moest het ABP voor ruim 15 miljard gulden nieuwe beleggingen vinden en deed dat tegen een opbrengst van zes procent. Die taak is niet te onderschatten. Het ABP moet in zijn eentje per werkdag voor ongeveer 67 miljoen gulden een verantwoorde aanwending vinden. Het vereist een bovenmenselijke deskundigheid om met maar een dag de tijd beleggingsvoorstellen van die omvang te onderzoeken en te beoordelen. Het is daarom te begrijpen dat het ABP, waarvan het functioneren nu per jaar al 400 miljoen (ofwel bijna een procent van alle ambtenarensalarissen) kost, die taak steeds meer uitbesteedt.

Aandelen

Vroeger durfden Nederlandse pensioenfondsen niet veel in aandelen te beleggen. De inkomsten uit aandelenbelegging kunnen immers nogal wisselvallig zijn. Dan maar liever obligaties, die leveren een vaste rente en daarmee kunnen actuarissen aan de slag.

Dat denken is veranderd. Het Shell Pensioenfonds (13 miljard gulden belegd vermogen) was al Angelsaksisch vooruitstrevend met 35 procent van zijn geld in aandelen, maar wil naar 50 procent. Ook andere pensioenfondsen willen meer. Op de lange termijn en die hebben pensioenfondsen leverden aandelen (in het verleden) immers een hoger rendement.

Op- en neergaande koersen kunnen in het eigen jaarverslag worden opgevangen door een reserve te vormen, waar de fiscus brede herwaardering ten spijt niet mag aankomen.

Het lijkt gunstig voor de economie dat de grootste spaarders geneigd zijn tot risicodragend beleggen. Jammer is alleen dat die grote beleggers zich niet kunnen veroorloven anders te presteren dan het beursgemiddelde en daarom maar de index kopen, ofwel alle grote beursfondsen naar rato van hun aandeel in de beurswaarde. Dat verstoort de functie van de aandelenmarkt, die immers kapitaal moet sturen naar waar dat het beste wordt geinvesteerd. Dat hoeft niet bij de grootste te zijn.

Center Parcs

Nederlandse juristen hebben het vorig jaar ongetwijfeld een paar keer moeten uitleggen aan de directie van Scottish en Newcastle. Britten kunnen immers niet geloven dat je hier zomaar de meerderheid van de aandelen in een beursfonds mag kopen, zonder een bod uit te brengen op de rest. Maar dat mag in Nederland en het gebeurt om de haverklap. Staal Bankiers is het meest recente voorbeeld. Aandeelhouders Center Parcs boffen nog dat ze nu een even hoog bod krijgen als Piet Derksen destijds. Inmiddels na Staal, NKF, Nagron, IMN, Berghuizer en Gelderse Papier, Ordina en andere transacties moet iedereen wel beseffen dat het niet loont mee te doen in een beursfonds waarbij de meerderheid van de aandelen in een hand blijft. Zolang dit mag is Amsterdam nog niet echt een financieel centrum.