Visserijwereld ontkent schuld aan val minister

DEN HAAG, 20 sept. Ing. J. K. Nooitgedagt, de voorzitter van de Nederlandse Vissersbond, betreurt het dat een 'vakbekwaam' minister van Landbouw en Visserij verdwijnt. Dat hijzelf en de voorzitter van de Federatie van Visserijverenigingen, K. Kramer, schuld zouden hebben aan het opstappen van Braks, ontkent hij ten stelligste.

Nooitgedagt en Kramer waren de visserijvoormannen die vorige week werden gehoord door de vaste kamercommissie, naast opsporingsambtenaren van de Algemene Inspectie Dienst (AID) en de top van het ministerie van landbouw en visserij.

Het ergerde Nooitgedagt naar zijn zeggen toen bleek dat de Tweede Kamer vooral afging op zijn verklaringen en die van Kramer, waaruit bleek dat zij meermalen het ministerie hadden ingelicht over de problemen in de visserij. 'Het is de AID geweest die deze zaak aan het rollen heeft gebracht', roept hij in de herinnering op. 'Dat heeft de minister de kop gekost. De inspectie noord/oost van de AID heeft het vertrouwen opgezegd in de leiding. Oud-inspecteur Besuijen heeft de publiciteit gezocht. Kramer en ik hebben ook nooit percentages van vangstoverschrijdingen genoemd. Daarmee kwam de AID.' Volgens P. Nijhoff, algemeen directeur van de Stichting Natuur en Milieu, heeft minister Braks de boeren die het milieu vervuilen persoonlijk altijd flink aangepakt. 'Hij was een man die zeker niet voor zijn verantwoordelijkheid wegliep', zegt Nijhoff, 'maar hij werd het slachtoffer van de cultuur van het departement dat zich zo van de buitenwereld heeft afgekeerd dat men nauwelijks begrijpt wat er maatschappelijk aan de hand is.'

'Voor het Landbouwschap komt het vertrek van Braks op een zeer ongelegen moment', reageert directeur drs. J. W. E. M. Mares. Hij noemt de scheidende minister 'een man die kwalitatief boven alle kritiek verheven is.'

Waar de landbouw nu behoefte aan heeft is een man of vrouw die snel is ingewerkt op zaken als het milieubeleid en de Europese eenwording. 'Alleen dan kunnen we in hetzelfde tempo verder.'