Sri Lanka verwerpt rapport van Amnesty

COLOMBO, 20 sept. De berichten over schendingen van de mensenrechten in Sri Lanka zijn 'uit de lucht gegrepen en eenzijdig'. Dit heeft een woordvoerder van de Sri-Lankese regering gisteren gezegd in korte reactie op het rapport van de organisatie voor de rechten van de mens, Amnesty International, waarin de Sri-Lankese regering wordt beschuldigd van systematische terreur tegen de burgerbevolking. De woordvoerder zei dat de regering later met een uitgebreid antwoord aan Amnesty zal komen. 'De beschuldigingen zijn een jaarlijks terugkerende zaak. We hebben geen haast erop te reageren. We zullen te zijner tijd uitgebreid antwoord geven. Op dit moment hebben we geen verklaring in voorbereiding.'

Volgens een Sri-Lankese minister, die anoniem wenste te blijven, stond de kwestie wel op de agenda van de gisteren gehouden kabinetsvergadering. Het Amnesty-rapport, dat de periode van 1987 tot 1990 omvat, beschuldigt de regering ervan martelingen, moorden en ontvoeringen, begaan door haar eigen veiligheidstroepen, te tolereren. Daarnaast beschuldigt Amnesty ook de Tamil Tijgers, een guerrillabeweging in het noorden en oosten van het land, en een Sinhalese terreurbeweging van schendingen van de mensenrechten.

Intussen houden de berichten over moordpartijen in Sri Lanka aan. Volgens mededelingen van het leger vielen Tamil Tijgers gisteren een overwegend Sinhalees dorp in het oosten van het land binnen en vermoordden 40 inwoners. Het bericht is niet door een onafhankelijke bron bevestigd. Een poging van de veiligheidstroepen om tussenbeide te komen, zou zijn verhinderd doordat het gebied rondom het dorp door de Tijgers was ondermijnd.

Bij de plaats Chavalakadai leverden Tamil Tijgers en veiligheidstroepen zware strijd, waarbij ten minste zeventien guerrillastrijders om het leven kwamen. Volgens een legerwoordvoerder verrasten de veiligheidstroepen een groep Tamils, die mijnen aan het leggen waren.(Reuter, DPA, UPI)