Schetsen van 'chroniqueur' Constantin Guys in Vlissingen Erwas meer dan de wulpse dames

Het Stedelijk Museum van Vlissingen, dat honderd jaar bestaat, heeft in het kader van de Zeeuwse Cultuurmaand een voor de stad nogal ongebruikelijke expositie ingericht. Op een steenworp afstand van de standbeelden ter ere van twee Vlissingse helden, Michiel de Ruyter en de plaatselijk minstens even beroemde 18de-eeuwse mensenredder Frans Naerebout, zijn deze maand 35 tekeningen tentoongesteld van een heel wat minder heldhaftige Vlissinger: Constantin Guys.

De enige band van deze 19de-eeuwse Franse kunstenaar met de Zeeuwse havenstad dateert uit zijn baby- en kleutertijd. Guys werd er in 1802 geboren en vertrok al in 1808 met zijn van oorsprong Franse ouders om via Calais tenslotte in Parijs terecht te komen.

Constantin Guys was tot enkele jaren geleden vooral bekend bij theoretisch gerichte kunsthistorici die zijn naam in verband konden brengen met het steekhoudende essay van Charles Baudelaire over de 'peintre de la vie moderne', dat in 1863 in de Figaro verscheen en sindsdien vele malen werd herdrukt. Daar kwam hier in Nederland vorig jaar plotseling een kentering in toen W. F. Hermans in zijn roman Au Pair Guys en diens werk als bindmiddel gebruikte voor een moderne zedenschildering. Dit maakte de naam van Guys in brede kring bekend, maar zijn werk werd er niet toegankelijker door.

Politiek

Constantin Guys was een merkwaardige persoonlijkheid, die zichzelf nooit als kunstenaar heeft willen zien, ook al werd hij door de jongere generatie, de impressionisten, bewonderd en als voorloper beschouwd hij exposeerde zelfs met hen. Guys begon in de jaren veertig als politiek illustrator voor The Illustrated London News, maar toen hij vanaf 1860 door een rijkere neef werd onderhouden, begon hij het dagelijkse leven in alle facetten te tekenen, thuis in Parijs en op zijn buitenlandse reizen. Vooral het mondaine leven en de zelfkant van de maatschappij hadden zijn belangstelling. De gebroeders De Goncourt, bewonderaars van de beroemde tekenaar Gavarni, zagen in Guys een belangrijk chroniqueur in moralistische zin. Wat Baudelaire echter in 1863 probeerde aan te tonen was dat het Guys juist niet om de zedenschildering ging. Baudelaire zag Guys als een essentieel vernieuwer omdat hij niet boven het moderne leven ging staan maar er middenin, waardoor hij het wezenlijke karakter van zijn eigen tijd kon uitdrukken. Aan de hand van het werk van Monsieur 'G' (Guys wilde niet met name genoemd worden) toonde Baudelaire aan dat het dagelijks leven wel degelijk een volwaardig genre in de beeldende kunst kon zijn.

Rokken

Het Vlissingse Museum laat uit het brede scala van scenes die Guys heeft getekend op zijn zachtst gezegd een wat eenzijdige keus zien. Op de tentoonstelling hangen merkwaardig genoeg bijna uitsluitend portretten van vrouwen die hun rokken optillen hoog en minder hoog, elegant en minder elegant, met bedoelingen en onbewust. Kortom, van prostituees die laten zien wat er te koop is, tot goedgeklede dames die hun rokken niet in het slijk willen laten hangen. Wat in elk geval wel duidelijk wordt, is dat de scheidslijn tussen beide categorieen dames tamelijk vaag blijft.

Dat eenzijdige beeld, waarvan overigens nergens verantwoording wordt afgelegd, doet Constantin Guys als tekenaar geen goed noch draagt het iets bij tot beter begrip van de theorieen van Baudelaire, hooguit verhelderen ze de (ongeillustreerde) roman van Hermans. Erger is het met de catalogus gesteld. Deze bevat als hoofdartikel een abominabel vertaald essay van Gilda Piersanti dat, in elk geval wat de Nederlandse versie betreft, vol niet-bestaande zinsconstructies zit: ruim twintig pagina's compleet onbegrijpelijke tekst. Cultuurmaand of niet, het Vlissings Museum had zich beter kunnen bepalen tot een onderwerp waarbij iedereen weet waar hij over praat. De heldendaden van Frans Naerebout bijvoorbeeldd. Je moet cultuur nooit onderschatten.

    • Saskia de Bodt
    • Zo. 13-17 U. Cat. Fl.20
    • Bellamypark 19
    • Constantin Guys Of de Herinnering aan het Heden
    • tot 30 September in het Stedelijk Musum Vlissingen