Rebellenleiders in Liberia bereid met elkaar te praten

MONROVIA, 20 sept. De Liberiaanse rebellenleiders zijn bereid met elkaar te onderhandelen over een vredesakkoord. Dit heeft de onderminister voor buitenlandse zaken van de Verenigde Staten, Herman Cohen, gisteren gezegd na bezoeken aan de beide guerrillaleiders, Charles Taylor en Prince Johnson. Volgens Cohen willen beiden een democratisch systeem en vrije verkiezingen.

Cohen kondigde aan dat de Verenigde Staten 4,1 miljoen dollar beschikbaar stellen voor hulp aan de ruim 600.000 Liberianen die naar het buitenland zijn gevlucht. Bovendien zullen de VS bijna veertig ton rijst sturen.

De Westafrikaanse vredesmacht, die sinds een maand probeert een staakt-het-vuren te bereiken, heeft gisteren 'de totale oorlog' verklaard aan de rebellenleiders. In en rondom de hoofdstad Monrovia wordt nog steeds hevig gevochten. Het Nationaal Patriottisch Front (NPLF) van Charles Taylor vecht vooral tegen soldaten van de Westafrikaanse vredesmacht, terwijl Prince Johnson en zijn mannen de overgebleven regeringstroepen van de vorige week omgekomen president Doe uit de stad proberen te verdrijven. De commandant van de vredesmacht, de Ghanees Arnold Quianoo, dreigt uit zijn functie te worden gezet omdat hij er niet in is geslaagd het oorspronkelijke doel van de vredesmacht, een staakt-het-vuren, snel genoeg te bereiken.

Behalve door het militaire geweld worden de inwoners van Liberia momenteel ook bedreigd door ondervoeding en ziektes. Sinds een paar weken heerst er een cholera-epidemie die al aan tientallen mensen het leven heeft gekost. (AP)