Pronk bepleit bij hulp voorkeurbeleid

DEN HAAG, 20 sept. Nederland wil landen die een goed economisch beleid voeren en de mensenrechten respecteren een voorkeursbehandeling geven bij ontwikkelingshulp. Ook zal meer dan voorheen aandacht worden geschonken aan een duurzame bestrijding van de armoede.

Minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) schrijft dit in de beleidsnota 'Een wereld van verschil' die hij vanmorgen naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Behalve het 521 pagina's dikke document kreeg de Kamer vanmorgen ook een bundel beleidsvoornemens. Nederland wil in de komende jaren het accent leggen op milieu (met als motto 'de aarde kan haar longen niet missen'), op vrouwen en ontwikkeling, armoedebestrijding in de steden en onderzoek en technologie.

Hoewel de levensverwachting is gestegen en het analfabetisme afneemt, leven meer dan een miljard mensen in absolute armoede, zo wordt in het rapport gesteld. Dat betekent dat een op de vijf wereldbewoners onder het bestaansminimum leeft. Bijna twee miljard mensen hebben geen veilig drinkwater, 900 miljoen mensen kunnen lezen noch schrijven, 800 miljoen lijden dagelijks honger. Van de kinderen in ontwikkelingslanden is een op de drie ondervoed. Jaarlijks sterven 14 miljoen kinderen onder de vijf jaar. De bevolkingsaanwas met 90 miljoen per jaar zal de problemen alleen maar groter maken. De wereld wordt steeds meer een wereldwijd dorp, aldus Pronk in zijn nota. Economische beslissingen, communicatie en transport maken de marges voor nationaal beleid smaller. Nederland wil meer ruimte geven aan ontwikkelingswerk van particuliere organisaties, multilaterale banden versterken en bij bilaterale hulp de nadruk leggen op een regionale behandeling.

Afrika wordt opgedeeld in vier regio's: Nijl-Rode Zee, Oost-Afrika, Zuidelijk Afrika, Sahel en West-Afrika. Nieuw is hulp aan Ethiopie, Oeganda en Namibie. Burundi, Ivoorkust, Madagascar, Nigeria en Tunesie verdwijnen van de lijst sectorlanden, waarmee Nederland een structurele ontwikkelingsrelatie onderhoudt. Latijns Amerika wordt opgesplitst in twee regio's: de Andes en Midden-Amerika. Samenwerking met Chili noemt Pronk een nieuw element.

Nederland zou graag zien dat ontwikkeling van, voor en door mensen centraal komt te staan. Daarvoor moet iedereen gelegenheid krijgen om in basisbehoeften als voedsel, kleding en onderdak te voorzien. Bovendien moet in mensen worden geinvesteerd door het creeren van werkgelegenheid, onderwijs en gezondheidszorg. Ontwikkeling lukt alleen, aldus de nota, als de nadruk wordt gelegd op participatie van de betrokkenen zelf en op democratisering. Hoe democratie in ontwikkelingslanden verder moet worden verwezenlijkt, wordt niet uitgewerkt.

Mits een deugdelijk economisch beleid wordt gevoerd zal Nederland er in internationaal verband voor ijveren om schulden van de armste landen aan Westerse overheden kwijt te schelden. Van belang noemt de nota ook dat kapitaalstromen naar ontwikkelingslanden worden vergroot. Multilaterale financiele instellingen als de Wereldbank moeten daarbij een grote rol spelen. Tevens moeten ontwikkelingslanden als gelijkwaardige partners aan de wereldhandel kunnen deelnemen. Zij kunnen zich niet onttrekken aan de regels van GATT, de algemene overeenkomst inzake handel en tarieven, maar zij mogen niet de dupe worden van handelspraktijken die in strijd zijn met de geest van deze overeenkomst, aldus de nota.

Minister Pronk wil dat de uitvoering van het beleid meer wordt overgelaten aan personeel ter plekke en dat het ministererie in Den Haag vooral een coordinerende en beleidsvoorbereidende taak krijgt. Het aantal formatieplaatsen wordt dit jaar met 60 uitgebreid, volgend jaar met 40. In 1991 kunnen nog 10 a 15 sectorspecialisten worden aangetrokken.