Pond daalt na brief van Pohl over EMU

LONDEN, 20 sept. Britse industrielen staan op het punt hun vertrouwen in de economische strategie van de regering op te zeggen omdat ze aan het eind van dit jaar een recessie vrezen. De industrielen zijn tot nu toe in grote lijnen akkoord gegaan met een beleid van hoge rentes (15 procent) om stijgende inflatie (10,6 procent) te beteugelen. Nu zeggen ze dat de rente omlaag moet voor het eind van het jaar teneinde 'wijdverspreide recessie' te voorkomen. De CBI, Confederation of British Industry, heeft haar pleidooi voorgelegd aan de Britse minister van financien, John Major, maar dat lijkt daar vooralsnog aan dovemansoren gericht. Major sprak gisteren in Trinidad de ministers van financien van het Gemenebest toe en zei dat 'gehoor geven aan de lokroep... om de vraag en de groei aan te wakkeren' zal leiden tot nog hogere inflatie en nog hogere kosten bij produktie in een later stadium.

Major reageerde op de uitlatingen van Karl Otto Pohl, de president van de Duitse Bundesbank, dat problemen in de Britse economie toetreding van sterling tot het stelsel van Europese wisslkoersen zou bemoeilijken, door erop te wijzen dat Pohl over een verre toekomst had gesproken. Pohl's opmerkingen hadden op de valutamarkten meteen een val in de waarde van het pond tot gevolg. In New York verloor sterling onmiddellijk drie dollarcent ten opzicht van de Amerikaanse munt en ging voor 1,88 dollar van de hand.

Major herhaalde het regeringsstandpunt dat sterling zou toetreden tot het Europees systeem van wisselkoersen (EMS) en zei dat de bezwaren van Pohl met die stap niets van doen hadden. Pohl had gesproken over een tijd waarin Europa zou beschikken over een gemeenschappelijk monetair beleid, een renteniveau en over een muntstelsel, aldus Major.

Terwijl Pohl's toespraak de aandacht vestigde op het feit dat het inflatiepercentage in Groot-Brittannie twee maal zo hoog is als het gemiddelde in Europa en ruim vier maal zo hoog als dat in Duitsland, willen de Britse industrielen doen geloven dat de oververhitting van de economie meer afneemt dan de officiele statistieken aangeven. De onverwacht hoge stijging van het inflatiecijfer van 9,9 naar 10,6 procent, die vorige week bekend werd, is volgens het CBI een cijfer dat achterloopt bij de feiten. Het CBI wijst op dalende inkomsten, faillissementen en dreigend verlies van werkgelegenheid. De tekenen van verval reiken nu bovendien verder dan de traditioneel zwakke huizenbouw, de autoverkoop en de produktie van huishoudgoederen. De industrie heeft het extra moeilijk door stagnerende uitvoer als gevolg van sterk wisselende schommelingen in de waarde van het pond. Het CBI zegt dat de rentestand nu snel naar beneden moet, wil zij niet onderdeel worden van de inflatie zelf.

    • Hieke Jippes