'Overheid moet ABP hogere pensioenpremie betalen'

DEN HAAG, 20 sept. De pensioenpremie die de overheid betaalt aan het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (nu 8,8 procent) moet fors omhoog. Dit zei J. A. M. Reijnen, voorzitter van het ABP, vandaag bij de presentatie van het jaarverslag. Om de verplichtingen en reserves van het ABP in evenwicht te brengen zou de premie tien jaar lang 12,6 procent moeten zijn, zo heeft het ABP berekend. Iedere procent premieverhoging kost het rijk 400 a 500 miljoen gulden extra per jaar. Reijnen zelf vermeed een specifiek percentage te noemen. Hij stelde dat de hele structuur van het pensioenstelsel moet worden gewijzigd. Daartoe liggen nu twee voorstellen op tafel, een van het ABP en een van Financien. Een speciale werkgroep poogt die twee voorstellen ineen te passen. Reijnen wilde daarop niet vooruit lopen. Het beleggingsresultaat van het ABP is vorig jaar gedaald van 8,07 naar 7,89 procent over het met 4 procent tot ruim 150 miljard gulden gegroeide vermogen. Volgens president-directeur mr. drs. M. A. K. Snijders is de huidige koersdaling van de effectenbeurzen een 'overreactie'.

Die geeft het ABP geen reden het beleid, gericht op uitbreiding van het aandelenbezit als onderdeel van de beleggingen, te heroverwegen. Het ABP heeft vorig jaar voor 898 miljoen gulden aandelen gekocht in Nederland en voor 943 miljoen gulden in het buitenland. De beurswaarde van de aandelenportefeuille lag per 31 juli 27 procent boven de aankoopwaarde. Op die reserve is sindsdien volgens Snijders 'iets ingeteerd'. Het ABP laat een toenemend deel van zijn aandelenportefeuille door derden beheren.