Nijdam kansloos door organisatorische wanorde

BRUSSEL, 20 sept. Hypnotiserende blues met verkwikkende gitaarsoli schalde gisteren tijdens ontmoedigende herfstbuien live over de Emile Jacqmainlaan in het centrum van Brussel, waar de eindstreep van de eerste najaarsklassieker Parijs-Brussel was getrokken. Het was weer een poging van de Belgische organisatie de traditionele 'wedstrijd tussen de twee hoofdsteden' in navolging van de Ronde van Belgie nieuw leven in te blazen. Sinds de ruim zeventig jaar oude koers niet meer tot de hoogst gekwalificeerde klassiekers behoort, wordt veel in het werk gesteld de wedstrijd het aanzien van vroeger te geven. Maar het is vooralsnog vergeefs.

De aankomst in het bruisende hart van de hoofdstad op een brede laan waar de organiserende krant zetelt was een paar jaar geleden de eerste promotionele zet, de muziek aan de finish ditmaal een volgende. Op last van de internationale wielerfederatie moest weliswaar het aantal kilometers worden teruggebracht van 300 naar ongeveer 250, maar dat kon de doorgaans saaie wedstrijd alleen maar ten goede komen. Het had weinig effect. Parijs-Brussel blijft vooral door zijn organisatie een ondermaatse klassieker, die nog lang zal moeten wachten om tot het wereldbeker-circuit te worden toegelaten.

De manier waarop Jelle Nijdam een bijna zekere overwinning (een prolongatie van zijn zege van vorig jaar) werd ontnomen, was illustratief voor de slechte reputatie. Op bijna twintig kilometer van de eindstreep vergat een politie-agent een kopgroepje (Nijdam, Ballerini en Dernies) erop te wijzen dat het een onooglijk klein steegje moest inslaan. Het drietal dat mede door het slechte weer diep over het stuur gebogen in hoog tempo uit de greep van de achtervolgers probeerde te blijven, moest zelf tot de ontdekking komen dat zij van het traject was afgeweken. De Italiaan Ballerini en de Belg Dernies, die zich aan het wiel van Nijdam vastzogen, zagen de fout als eersten in en draaiden snel om. Maar voordat de Nederlander, die op kop reed, merkte dat hij op het verkeerde pad was, waren zijn medevluchters al uit zijn gezichtsveld verdwenen.

Mogelijk was het Nijdams eigen schuld, omdat een deelnemer wordt geacht het parcours te kennen. Maar wanneer de organisatie zo'n verborgen weggetje in de slotfase van de wedstrijd opneemt en vervolgens niet de moeite neemt door middel van een duidelijke pijl of een alerte politieman een bocht aangeeft, treft een renner minder blaam. Waar was de wedstrijdleider bijvoorbeeld? Die was al ver vooruit gereden.

Ballerini en Dernies bleven de laatste kilometers vrij gemakkelijk uit de greep van Nijdam en Brasseur, en konden met zijn tweeen om de overwinning strijden. Ballerini won slim als een Italiaan en zonder noemenswaardige tegenstand.

Voor de tweede keer in twee weken zag Nijdam op onfortuinlijke wijze een belangrijke overwinning aan zich voorbijgaan. Veertien dagen geleden verspeelde hij in de tijdrit om de Grote Prijs Eddy Merckx een ruime voorsprong op zijn ploeggenoot Maassen als gevolg van een afgebroken stuursteun. Nijdam kwam uiteindelijk een luttele seconde te kort voor de overwinning.

Een brace om zijn linker pols toonde een andere tegenvaller. Dinsdagavond verstuikte Nijdam het gewricht toen hij wild op zijn hotelbed sprong. Er was geen tijd meer om foto's te laten maken en zodoende de blessure te diagnosticeren. Nijdam had op de kasseienstroken tussen het vertrekpunt in Noyon en de finish in Brussel daardoor zijn linker arm moeten ontzien. 'Maar als ik had moeten sprinten om de overwinning zou ik geen last hebben gehad.'

Nijdam sprintte nog wel voor de derde plaats, maar moest zich gewonnen geven tegen de Belgische neo-prof Neskens.

Revanche

De overwinning was voor Franco Ballerini, die na de successen van Argentin, Bugno, Giovannetti en Chiappucci het wielerseizoen 1990 nog meer Italiaanse glans gaf. De prestaties van de 25-jarige Ballerini stonden dit jaar in de schaduw van de triomfen van voornoemde Italianen. Hij werd derde in Gent-Wevelgem, vijfde in de Amstel Goldrace en tiende in de Ronde van Vlaanderen. In het klassement voor de wereldbeker leverde hem dat een zevende plaats op. De kans dat de man uit Florence in de finale van de wereldbeker, eind oktober in Lunel (Frankrijk) mag starten, is daardoor groot.

Ballerini vierde zijn overwinning als een revanche op zijn landgenoten die hem tijdens het wereldkampioenschap in Japan niet wilden steunen in zijn jacht op de titel. Hij was met De Wolf de uitblinker van de titelstrijd. Samen met de Belg maakte hij vanaf het begin deel uit van de kopgroep. Door de achtervolging die zijn ploeggenoten onder leiding van Bugno inzetten, kon onder meer de latere kampioen Dhaenens in de frontlinie aansluiten. Dank zij de Italiaanse pers kon Ballerini een hetze ontketenen tegen Bugno en Chiappucci. De kopmannen Bugno (Chateau d'Ax) en Chiappucci (Carrera) gunden hem als renner van een concurrende sponsor (Del Tongo) niet de eer, beweerde hij.

In het mistroostige Brussel behaalde Ballerini zijn eerste belangrijke overwinning sinds hij als negenjarige door zijn vader (een oud-renner) op de fiets werd gezet. In Italie is men ervan overtuigd dat er nog vele zullen volgen. Zijn krachtige tred en forse gestalte a la Moser staan garant voor een successenreeks. Een probleem is dat hij in zijn ploeg te maken heeft met Fondriest. Drie jaar geleden was Ballerini nog diens superknecht tijdens het wereldkampioenschap in Ronse, waar Fondriest dank zij de botsing tussen Bauer en Criquielion won. Als Ballerini zo doorgaat, zijn binnenkort de rollen omgekeerd. En in Italie kan dat tot hectische taferelen leiden. Of hoe een vrij onbelangrijke wedstrijd als Parijs-Brussel grote gevolgen kan hebben.

    • Guus van Holland