Na opzeggen van vertrouwen door PvdA; Minister Braks treedtaf, coalitie aangetast

DEN HAAG, 20 sept. Minister Braks (landbouw, natuurbeheer en visserij) is gisteravond afgetreden. Hij besloot hiertoe nadat de PvdA-fractie in de Tweede Kamer hem had laten weten vandaag een motie van wantrouwen in te dienen.

Volgens fractievoorzitter Brinkman (CDA) heeft de coalitie daardoor een 'behoorlijke schram' opgelopen. De functie van Braks wordt tijdelijk waargenomen door minister De Vries (sociale zaken). Binnen het CDA spitst de keus voor de opvolging zich vooralsnog toe op staatssecretaris Heerma (volkshuisvesting), het Kamerlid mevr. Van Rooy en staatssecretaris Bukman (economische zaken). De PvdA concludeerde gistermiddag na langdurig beraad dat Braks' beleid op het terrein van de visserij heeft gefaald en dat hij tekort schoot bij het informeren van de Kamer. Brinkman vond het oordeel van de PvdA ongegrond en onjuist, hij zei verbaasd en teleurgesteld te zijn. 'De vis is vandaag te duur betaald', aldus Brinkman. Hij zei geen aanwijzingen te hebben gekregen dat de PvdA deze stap zou zetten. Braks zei ook uitermate verbaasd te zijn geweest over het negatieve oordeel. Aan het mondeling overleg met de Kamer op maandag had de minister de indruk overgehouden dat de meeste kritiek was weerlegd. Ook in de maanden voor het debat zei hij 'niet de indruk te hebben gehad dat de PvdA op mijn politieke bestaan uit was'. Hij verweet de PvdA hem geen kans te hebben gegund om zich te verdedigen in het debat dat voor vandaag was vastgesteld. Door de opstelling van de PvdA stond de uitslag daarvan bij voorbaat vast, waardoor 'een debat met mij niet vruchtbaar meer kan zijn'.

Braks schrijft in zijn ontslagbrief dat de handelwijze van de PvdA zich niet verdraagt met de 'zuiverheid van het openbaar bestuur'. Brinkman verklaarde gisteravond dat de basis van wederzijds vertrouwen tussen de CDA- en de PvdA-fractie is aangetast. Het praktisch functioneren van de coalitie is door het gedwongen vertrek van Braks volgens hem moeilijker geworden. Hij zei dat de PvdA 'elementen van politieke zuiverheid in opgeblazen vorm' in de discussie had gebracht over een beleid dat volgens hem feitelijk aan alle kanten deugde. Er zouden volgens hem bij de PvdA dan ook 'andere motieven' een rol hebben gespeeld. Ook Braks zei te geloven dat de PvdA, die in de enquetes op stemmenverlies staat, voor de Statenverkiezingen van volgend jaar een daad wilde stellen.

De CDA-fractie, die gisteravond vergaderde, reageerde boos en gekwetst. Vrijwel alle fractieleden wilden dat Braks zich toch vandaag in de Kamer zou verdedigen. In die kringen werd het votum van wantrouwen door de PvdA-fractie beoordeeld als een misslag van fractieleider Woltgens. Deze zou zijn fractie niet in de hand hebben gehad. Woltgens zelf zei sinds juni met grote regelmaat Brinkman te hebben verteld hoe zijn fractie de politieke positie van Braks beoordeelde. Daarbij was er steeds de nadruk op gelegd dat de PvdA op de vangstoverschrijdingen 'zeer ernstig opnam'.

Ook afgelopen zondag had Woltgens nog zijn CDA-collega te verstaan gegeven dat Braks' positie 'zeer zorgelijk' was. Ook zei hij steeds duidelijk te hebben gemaakt dat het zijn fractie ging om een zuivere beoordeling van de feiten aan de hand van een drietal criteria. Heeft de minister de beloften waarmee hij in 1987 een motie van wantrouwen voorkwam, waargemaakt? Heeft hij sindsdien zijn departement zo georganiseerd dat hij op de hoogte was van de uitvoering van zijn beleid? Is de Kamer volledig en juist ingelicht? De PvdA-fractie beantwoordde gistermiddag alle drie vragen definitief negatief, waarna geconcludeerd werd dat er geen vertrouwen meer was in zijn functioneren.

Volgens Woltgens heeft zijn fractie daarmee de controlerende rol van parlementariers op correcte wijze vervuld. Dat de coalitie volgens Brinkman een deuk heeft opgelopen vindt Woltgens in dat licht eigenlijk niet relevant. 'Ik zou willen dat dat geen enkele rol speelt, ook niet voor CDA-parlementariers. Die zijn toch ook parlementariers.'

Ook het innemen van een standpunt voor een debat, vindt hij een gebruikelijke procedure. Woltgens zei Braks op geen enkel moment te hebben ontmoedigd om zich in een plenair debat te verdedigen. Een nieuwe minister van Visserij moet volgens hem bij zijn aantreden eerst de organisatie van het departement tegen het licht houden. Daarna moet de nieuwe minister zo snel mogelijk overleggen met de Tweede Kamer over het te voeren controlebeleid op de vangstquota.