ir. G. J. M. Braks Nijver en rechtlijnig

DEN HAAG, 20 sept. Ir. G. J. M. (Gerrit) Braks (57) kan terug naar het Brabantse platteland. Daar komt hij vandaan; hij kent het land en de mestlucht van de Peelstreek waar hij als jongen in de harde landbouwjaren '50 heeft geleerd wat ploeteren is. Hij werd daardoor een echte verdediger van de boerenstand, iemand die geloofde in het gezonde, middelgrote boerenbedrijf als ruggegraat van de landbouw.

Na zijn studie in Wageningen en verschillende functies waardoor hij deskundig werd op het terrein van de Europese landbouwpolitiek, kwam Braks in 1977 in de Tweede Kamer. Het CDA had hem nodig: als boer en als katholiek uit het zuiden. Een erg hartstochtelijk parlementarier werd hij echter niet. In 1980 kwam zijn kans. Minister Andriessen (financien) trad af, landbouwminister Van der Stee kwam in zijn plaats en Braks werd minister in het eerste kabinet Van Agt (1977-1981). De PvdA vond hem een geschikte keuze, maar meende dat hij 'nog heel wat ambtelijke coaching nodig zou hebben'. Na een jaar ministerschap ging Braks terug naar de Tweede Kamer. Hij werd gepasseerd bij de formatie van het tweede kabinet-Van Agt, maar keerde terug in november 1982 in het (eerste) kabinet-Lubbers en kreeg toen de VVD'er Ploeg als staatssecretaris.

In totaal is Braks ruim negen jaar minister geweest. Hij voelde zich de vertegenwoordiger van Nederland als agrarische grootmacht maar moest ook optreden als minister van natuurbescherming iets waar hij weinig voor voelde omdat hij er naar eigen zeggen 'primair voor de boeren was en niet als voorman van de milieubeweging'. De eerste jaren van zijn ministerschap verliepen nagenoeg geruisloos. Problemen kwamen pas later en gingen over vrijwel alle beleidsonderdelen. Zo moest Braks het opnemen tegen de Europarlementarier Dankert (PvdA) die hem verweet betrokken te zijn bij 'de grootste fraude in de geschiedenis van de EG', de boterkwestie. Daarna liep het liberale akkerbouwfront tegen zijn beleid te hoop, waarmee hij het zozeer aan de stok kreeg dat premier Lubbers tussenbeide kwam en hem tijdelijk naar de coulissen verwees. Ook met de sector natuurbescherming lag Braks in de clinch; vooral op het gebied van de mestoverschotten van de intensieve veehouderij waar een flinke sanering vrij gemakkelijk een oplossing had kunnen bieden, maar dat wilde de boerenminister beslist niet. Zijn Waterloo vond hij tenslotte in de visserijsector. In 1986/1987 werd hem, vooral door de PvdA verweten dat zijn ministerie jarenlang op de hoogte en betrokken was geweest bij visfraudes. Braks meende eerst dat het om een storm in een glas water ging, ontkende alles en voorzover er toch iets was misgegaan, wees hij erop dat hij de visserij helemaal aan staatssecretaris Ploeg had overgelaten. Mocht het parlement het toch hoog opnemen, dan 'kon ik ook zelf weggaan', want aldus Braks, 'that's all in the game, want ik ben altijd zeer rechtlijnig en dat blijf ik'.

De hardwerkende minister, die zich beschermd en afgeschermd wist door een selecte groep van topambtenaren, meende eind 1988 dat de vislucht geheel en al was opgeklaard en dat zijn beleid 'politiek gedragen wordt op iedere vierkante centimeter van de Nederlandse samenleving'.

Dat bleek een dodelijke vergissing toen de viskwestie begin dit jaar opnieuw de kop opstak. Over de afloop daarvan is de oud-minister diep verontwaardigd. Hij voelt zich verraden, had niet verwacht dat de PvdA hem zou laten vallen. Aanvallen op zijn beleid werden door hem altijd al snel als 'perfide' ervaren. Zijn tragiek is dat hij meende dat hij met zijn dossierkennis en zijn grote welsprekendheid bijna ieder probleem kon oplossen. Met groepen boze boeren lukte dat veelal wel. Die kreeg hij wel plat, maar de Tweede Kamer uiteindelijk niet.

    • Frits Groeneveld