Industriele archeologie en de andere kunsten op Filmdagen

UTRECHT, 20 sept. De verhouding tussen film en de andere kunsten is in Nederland altijd tamelijk moeizaam geweest. Toch is er wel een traditie van bijvoorbeeld gefilmde kunstenaarsportretten, van de baanbrekende Karel Appel-film van Jan Vrijman tot meer conventionele, degelijke televisiesignalementen.

De film Armando van Maartje Seyferth en Victor Nieuwenhuys (morgenmiddag in eerste openbare vertoning op de Nederlandse Filmdagen) houdt het midden tussen beide uitersten. Als introductie op de wereld van de schrijver, beeldend kunstenaar en archeoloog van oorlogstrauma's voldoet de film uitstekend. Armando zit in de trein en praat over het 'schuldige landschap', maar de filmers houden afstand, maken de emoties niet navoelbaar. De vorm van de film sluit in dat opzicht wel aan bij de omtrekkende bewegingen van de hoofdpersoon.

Een goed voorbeeld van een dansfilm die meer is dan de registratie van een voorstelling is Ici, maintenant ou jamais, geregisseerd door de beide hoofdpersonen, danseres Desiree Delauney en schilder Boris Gerrets, en door Robert Steijn, laat de camera een eigen rol spelen in de interactie tussen Delauney's bewegingen, Gerrets' observaties en het visueel prikkelende decor, Pompeii. Het resultaat ligt nogal zwaar op de maag en zal niet iedereen bekoren, maar de schijnbewegingen van de intrigerende gestalte van Delauney rondom een stel zuilen, waarbij haar gezicht verstoppertje speelt met de camera, blijven lang in de herinnering.

Dat kan niet gezegd worden van een andere hybridische kruisbestuiving van film en andere kunstvormen, Kiss Napoleon Goodbye van Lydia Lunch en Babeth (van Loo). Het idee van de stichting Oud-Amelisweerd om het Utrechtse landhuis toegankelijk te maken door het de hoofdrol te laten spelen in drie speelfilms klinkt voortreffelijk. De opdrachten gingen naar fotograaf Erwin Olaf, de Duitse cineast Wolfgang Kolb en het Amerikaanse fenomeen Lydia Lunch, die regelmatig schandaal verwekte met haar optredens in films balancerend op de rand van underground en hard porno. Haar Kiss Napoleon Goodbye, de eerste van de drie films die klaar is, blijkt een slordig rommeltje: het acteren lijkt op het geschutter in de verbindende scenes van een pornofilm, maar de verwachte vleeswarententoonstelling blijft grotendeels uit. De kamers, beelden en vijvers van het landgoed staan er duidelijk op, dat wel.

Vergeetboek

Een documentaire is een meer voor de hand liggende vorm om gebouwen en andere relicten van de voltooid verleden tijd te behoeden voor het vergeetboek. De Filmdagen vertonen in premiere twee films die met nauwelijks ingehouden woede protesteren tegen de manier waarop in Nederland met het industriele erfgoed wordt omgesprongen. Niets voor de eeuwigheid van Digna Sinke probeert een delicaat evenwicht te vinden tussen een schoolse, informatieve documentaire over de industriele archeologie en meer persoonlijk getinte mijmeringen over het verdwijnen van de laatste resten 19de-eeuws vooruitgangsoptimisme in het Hollands landschap.

De geschiedenis van de late industriele revolutie in de lage landen wordt op de geluidsband door een andere commentaarstem verteld dan de overpeinzingen van de regisseuse over een land dat 'klaar' is. Die werkwijze zet de kijker soms op het verkeerde been, maar maakt achteraf beschouwd toch indruk als een effectieve poging om verschillende documentairestijlen te combineren. En de informatie dat er in heel Nederland nog maar drie complete gashouders te vinden zijn, is tamelijk schokkend.

De woede van Eugene van den Bosch over het in vijfentwintig jaar volledig uitwissen van alle fysieke sporen van de Zuidlimburgse mijnbouw kent eveneens een sociale component. Zijn documentaire Afstand tot de berg is ook een hommage aan de broze oude mannen, soms veroordeeld tot kunstmatige beademing wegens stoflongen, die vergeefs onder een drafbaan, op een popfestival-locatie, naast een rijtje doorzonwoningen of rond een grimmig omheind kantoorgebouw zoeken naar de verdwenen plek, waar zij hun noeste arbeid verrichtten. Afstand tot de berg is de eerste film die systematisch verhalen inventariseert over de almacht van de katholieke kerk, de treurige arbeidscondities en de rol van de vakbonden in de Nederlandse mijnindustrie. Sociaal engagement tegen uitbuiting is uit de mode, evenals de stukjes folkloristisch vormingstheater die Van den Bosch in zijn film verwerkt, maar dat is geen belemmering om de kwaliteiten van deze film te onderkennen.

    • Hans Beerekamp