Hondehokken in New York

'The Doghouse', een opstelling van 24 hondehokken in de statige achtertuin van het Cooper-Hewitt Museum bevestigt alle vooroordelen. Hoewel de architecten en ontwerpers van de hondehokken opdracht kregen vooral van het beest zelf uit te gaan, heeft kennelijk toch de gedachte overheerst, dat een hond iemand is die bereid is voor aap te zitten, als de lachlust of de ijdelheid van de baas maar bevredigd wordt.

'Lassie Come Home' van Tucker Viemeister, Tom Dair en Peter Stathis, is nog een van de hondste hokken, omdat het gezelligheid uitademt. In een ouderwets t.v. toestel, kobalt blauw geschilderd, is een kleedje gelegd en een portret opgehangen van de Lassiefamilie uit de vroegere t.v. serie. Het is helaas volkomen nutteloos, want het lijkt bestemd voor het soort hond dat helemaal geen hok nodig heeft, omdat hij altijd binnen voor de haard ligt. Sympathiek is 'The Portable Dog House', een plaatijzeren variatie op het klassieke model van rechthoekige doos met gat en een puntdak. De 'K-9 Club Car' zal vooral Nederlanders aanspreken: het is een vrolijk tweewielig houten karretje voor achter de fiets met een opzichtig wijnrood en geel gestreept puntdak van canvas: vooral geschikt om een haringhandel mee te beginnen. Opmerkelijk is het grote aantal ontwerpen dat niet zozeer hok, maar meer een Monument voor de Hond is; manshoge bouwsels, geinspireerd door de architectuur van kerken, tempels, en neo-klassieke herenhuizen. 'Dog House for Small Dogs' lijkt vooral bestemd om eigenaren van kleine hondjes over een minderwaardigheidscomplex heen te helpen: boven het eigenlijke hokje verrijst een hoge klokketoren.

Het gruwelijke 'Guard Dog House' zou op de Parijse begraafplaats Pere Lachaise niet misstaan: uit een in grijs beton gegoten grotachtige vorm steken aan alle kanten beenderen (vooral kaken met tanden) en horens. Bovenop staat het beeld van een grimmige, gevleugelde hond met een bot in zijn bek. Sommige ontwerpen zijn ronduit pretentieus, meer bestemd om de beschaving van de eigenaar te etaleren dan dat het een hond wat zou kunnen schelen: 'Cheops Dog House', een houten pyramide met plexiglas punt; het 'Bauwauhaus', bestaande uit een omgekeerde Breuer-tafel; 'The Trojan Dog' in de vorm van een hond en het 'Dog House in the Mayan Style', dat tijdelijk verwijderd is, omdat de hondebiscuits waaruit het is opgetrokken in de regen slap werden. Voor kinderen is de tentoonstelling een paradijs, te meer daar sommige ontwerpen ideale speelobjecten zijn, zoals het ambitieuze 'Lap Dog Pool House' van Lee H. Skolnick: een houten trap leidt naar een met kunstgras bekleed zonneterras, rustend op een houten schutting, met uitzicht op een rond zwembad. Bij slecht weer is het knus schuilen onder een eenvoudige golfplaten tent.

Er zijn natuurlijk ook honden die hun neus zouden optrekken voor al dit frivools, zoals blindengeleidehonden. Het is dan ook wat wonderlijk dat deze tentoonstelling werd georganiseerd in samenwerking met 'Guiding Eyes for the Blind, Inc' een van de belangrijkste scholen voor blindegeleidehonden, die hiermee haar 35e verjaardag viert. Er is ruime aandacht besteed om de tentoonstelling toegankelijk te maken voor blinden en slechtzienden, met teksten in braille en door het gebruik van een grote variatie aan materialen en vormen.

'The Doghouse', 24 hondehokken met de originele werktekeningen is nog t/m 14 okt. te zien in het Cooper-Hewitt Museum, 2 East 91st Street bij Fifth Avenue. Inl. 09-12128896888. Voorjaar 1991 zullen de hokken bij Sotheby's geveild worden, ten bate van Guiding Eyes for the Blind, Inl. 09-19142454624.

    • Reineke Hollander