Grieks design: niet op straat maar in galeries

Wie in Griekenland rondreist heeft grote moeite om van design ook maar een glimp op te vangen. Het is nauwelijks aanwezig in het straatbeeld van de grote steden, of het moet zijn in de vormgeving van winkelinterieurs in de duurdere straten van Athene. De technisch en esthetisch geavanceerde produkten die de consument kan aanschaffen, zijn meestal van buitenlandse herkomst. Vind daartussen maar eens dat enkele voorbeeld van Grieks design. Meer houvast biedt het om op zoek te gaan naar de juiste galeries. In Athene zijn er twee die met enige regelmaat design-exposities organiseren: galerie Thema in de Patriarchou Ioakiemstraat en Ileana Tounta, centrum voor eigentijdse kunst, in de Armatolon kai Kleftonstraat.

Op hun tentoonstellingsprogramma's staan sinds 1989 exposities van ontwerpen voor het interieur. Dit voorjaar bijvoorbeeld, presenteerden 24 architecten in galerie Thema objecten voor op tafel. Bij Tounta was in dezelfde periode een expositie van lampen te zien, ontworpen door Nefeli Condarini. Het gebodene in beide galeries kon zich meten met de hoofdstroom van het Europese design. Wat niet wil zeggen dat van de Griekse meubelontwerpers grootse, voorwaartse stuwkracht en uitstraling naar de rest van Europa valt te verwachten. Demeeste van de ontwerpen in de expositieruimten zijn prototypen waarvan het zo goed als zeker is dat zij nooit een producent zullen vinden. Maar het artistieke circuit van galeries waar de Griekse vormgevers hun publiek zoeken, berust nauwelijks op een keuze: ze zijn er toe veroordeeld.

De oorzaak hiervan ligt in een aantal eigenaardigheden van de Griekse economie, zoals haar late industrialisatie en het feit dat zij bijna volledig rust op twee pijlers: de scheepsbouw en het toerisme. Bovendien, het land kent weinig grote bedrijven maar des te meer kleine tot middelgrote, waarbij we in het laatste geval moeten denken aan ondernemingen met ten hoogste vijftig werknemers. Van deze ongeveer 120.000 bedrijven is het grootste deel familiebedrijf. Het kost de organisatie Ellenikon Kentro Schediasmou Priondon (het Griekse Centrum voor Produkt Ontwerpen) de grootste moeite de vele kleine ondernemers warm te krijgen voor het inhuren van industrieel ontwerpers, eenvoudigweg omdat in deze bedrijven het woord van de familie-oudste heilig is. Hij weet het beste wat hem te doen staat met het familiekapitaal. Een knappe buitenstaander die de visie van de patriarch-directeur aan het wankelen brengt, bekent G. Karabeles, industrieel ontwerper en hoofd van het Griekse ontwerpcentrum.

Karabeles ziet nog geen reden tot vertwijfeling. Zijn centrum, onderdeel van een semi-overheidsinstelling die economische steun en adviezen geeft aan kleine en middelgrote bedrijven, heeft in de afgelopen twee jaar een twintigtal succesvolle projecten gefinancierd. Twee van de gerealiseerde produkten springen er uit: de roeispanen Fore-Oar, ontworpen door Ion Livas in opdracht van het bedrijf Spasto Koupi, en de ladderklem van Spiros Mastroiannis voor Alsao. De ontwerpen zijn bijzonder doordat ze nieuwe functies toevoegen aan een al heel oud voorwerp.

Met de Fore-Oar roei je niet achter- maar vooruit, wat de beperking van het aloude systeem overwint, namelijk dat je bij gebrek aan stuurman achterom moet kijken om te zien waar je heen vaart. De ladderhulp van Mastroiannis bestaat uit een arm die aan ieder mogelijk hechtpunt te bevestigen is en zodoende zorgt dat elke lantaarnpaal, hoe dun en hoog ook, met een ladder kan worden beklommen zonder voor omkukelen te hoeven vrezen.

Aan de meeste andere produkten van industriele vormgeving is weinig treffends te ontdekken. Ze zijn functioneel en eenvoudig zoals de duiklamp voor Orka, een ontwerp van S. Arginis. Karabeles beschouwt dergelijke ontwerpen als een goed, zij het bescheiden begin dat, ondersteund door audio-visuele presentaties in bedrijven en deelname aan de industrie- en handelsbeurzen, een beter ontwerpklimaat moet scheppen.

Of dat werkelijk zal ontstaan, hangt ook af van de manier waarop de huidige regering aansluiting zal zoeken bij de EG. De behoudende pers van niveau reageert enthousiast op de verschillende designinitiatieven omdat zij Europese integratie toejuicht en vormgeving ziet als middel om de concurrentie het hoofd te bieden. Het grote publiek is niettemin beducht voor '1992'; het cliche dat Griekenland, als het niet oppast, de kelner zal worden van Europa, is populair. Ook de progressieve vakpers, belichaamd door het nog jonge architectuur- en designtijdschrift Tefchos, maant tot oplettendheid.

Griekenland is in de kritieke fase beland van het eerste succes. De Grieken moeten de rijke kansen niet verspelen voor goedkope kassuccessen, binnengehaald met vormgeving die populaire, buitenlandse voorbeelden imiteert, waarschuwt de redactie van Tefchos. Hoofdredacteur en architect Jorgos Tzirtzilakis ziet als meest dringende voorwaarde tot verbetering van het Griekse ontwerpen, het aanscherpen van het niveau van het onderwijs in al zijn geledingen. Er is al te lang op te onnadenkende, sentimentele en a-historische wijze met het cultureel erfgoed omgesprongen. Toch moet de kritische ontwerper uit deze bron putten, wil hij komen tot oplossingen die getuigen van een progressief en heterodox hellenisme.

Inmiddels zijn er korte ontwerp-opleidingen gestart aan een technische opleiding in Athene die vergelijkbaar is met onze HTS. De organisatoren zijn in het gat gedoken dat de Atheense Kunstacademie en de Polytechnische School hebben opengelaten. In deze kringen gonst het al drie jaar van geruchten dat er een zelfstandige leerstoel zal worden ingesteld voor industrieel ontwerpen. Concrete stappen bleven uit. Nu een technische beroepsopleiding zich over het vak ontfermt, komt het ontwerpen los te staan van zijn artistieke en culturele wortels, de architectuur. In dat geval kunnen Tzirtzilakis en zijn vrienden het ideaal van een eigentijds, helleens design wel vergeten.