Gepolijst door zand, water en wind

Waarom zijn auteurs van kunst- catalogi vaak zo dweepziek? De toon van het boekje bij de tentoonstelling rond de sieradenontwerpster Birgit Laken, is bijna grotesk. Een nieuwe serie kettingen en armbanden vergelijkt de auteur met 'de top van een golf, van verre opgestuwd uit een zee van indrukken'.

Er wordt gerept over 'meerwaarden' en erwordt gegraven naar 'emotionele impulsen'. Geen loftuiting is hem teveel, geen superlatief te overdreven. Dat is jammer. Want de rustige materialen, de ingetogen bewerking, de ambachtelijke methodes die Birgit Laken gebruikt, hebben met opgesmukt vertoon juist niets te maken.

Voor haar armbanden en halssieraden, vaak van zeer dun gedraaid metaal, gebruikt Laken de vorm van de spiraal en de cirkel, 'natuurlijke' vormen die ze vervolgens transformeert. Vaak dient water als uitgangspunt. De wisseling van de getijen heeft geleid tot het stilleven Eb en vloed: twee spiralen aan weerszijden van een golvend lijntje liggen los op de tafel. De grootste beeldt vloed uit, de kleinste eb. De broche Black Head doet met zijn geschulpte rand denken aan een open schelp, de tinten zijn blauw-grijs en goudkleurig.

Vorig jaar verbleef Birgit Laken voor een 'workshop' aan de Ierse kust. De verweerde rotsen, gepolijst door de werking van water en wind en de eigenaardige begroeiing van mos en mosselen, leidde tot een nieuwe serie sieraden. Die ogenschijnlijk toevallige vormen die in werkelijkheid heel wetmatig zijn ontstaan door de werking van wind, zand en zee, wilde ze overbrengen op het metaal. Zelf noemt ze het resultaat een 'organisme', omdat de sieraden al doende vorm krijgen. Nooit maakt Birgit Laken van tevoren een schets, zelfs weet ze niet of het stuk metaal wat ze in haar handen heeft uiteindelijk een broche, een ketting of een armband zal worden. Sinds kort bedient Birgit Laken zich van een nieuwe, in Nederland totaal onbekende Japanse techniek, die haar sieraden een nog verfijndere uitstraling geeft. Volgens deze Mokume Gane-techniek, die zij in Engeland leerde, worden zilveren, gouden en koperen plaatjes onder hoge temperatuur aan elkaar geplakt. Door bewerking met hamer en beitel worden de onderliggende lagen van verschillende tinten bloot gelegd. Vervolgens wordt de oppervlakte met zuren behandeld waardoor de contrasten tussen de verschillende metalen groter worden. Die tinten worden bereikt met behulp van traditionele, typische Japanse legeringen. Zo kleurt de combinatie van goud en koper in een speciale verhouding zwart-paars (shakudo); koper en zilver worden grijs (shibuichi). Japanners gebruikten de Mokume-Gane techniek voor de versiering van hun zwaard-bladen. Birgit Laken maakt er schitterende broches en armbanden mee. De combinatie van de ronde, zachte vormen en het koele metaal levert een spannend schouwspel op. Sommige van die sieraden doen denken aan de vlekkerige huiden van slangen en roofdieren. De broche Sediment, bijvoorbeeld, toont het prachtige naakte koper in onregelmatige langgerekte banen. Er omheen is blinkend zilver, gespikkeld als een kwartel-ei.

Birgit Laken heeft met haar sieraden voorgoed afstand genomen van het tijdperk waarin sieraden niet kostbaar mochten zijn. Goud en zilver waren al langer weer in de gratie bij edelsmeden, maar Laken geeft het edelmetaal een meerwaarde. De broches, kettingen en armbanden zijn niet modern, niet modieus maar precies zoals sieraden behoren te zijn: chic, ondoorgrondelijk en ruim in staat de begeerte op te wekken. Hun ijle verschijning heeft iets vanzelfsprekends, alsof ze net zo goed een paar eeuwen geleden gemaakt hadden kunnen zijn. Daarom had de catalogus niet zo'n stampei hoeven maken. CORINEKOOLEBirgit Laken, nieuwe sieraden. T/m 3 okt. Galerie Ra, Vijzelstraat 80, Amsterdam. Di. t/m vr. 12-18u. en za. 11-17u.

    • Corine Koole