De teloorgang van het wijknummer

Zo hier en daar zie je ze nog, in Amsterdam. De borden met letters en cijfers in hele en halve rondjes, die de richting naar de diverse districten aangeven en de grens van wijken aangeven. Het idee was als volgt: men neemt (een willekeurig voorbeeld) de afrit S 104 en volgt die route naar district 4 (getal staat in halve cirkel). In dit district (getal in hele cirkel) liggen negen wijken, genummerd 41 tot en met 49 (getallen in rechthoek). Volg die borden. Op het kaartje dat u bij zich heeft of langs de autosnelweg bij het Informatiepunt in uw herinnering hebt gegrift, is de verdeling van de wijken aangegeven. U kent de postcode van de straat waar u moet zijn en weet de richting een beetje. Het is nu nog maar een kleine moeite de straat te vinden waar u moet zijn.

In juni 1977 vielen, na jaren van voorbereiding en onderzoek, bij alle Amsterdammers folders in de bus waarin werd uitgelegd wat de cijfers op de wegwijsborden betekenden, plus een kaartje waarop de districten en wijken van de hoofdstad in cijfers waren aangegeven. De invoering van het nieuwe bewegwijzeringssysteem ging met veel publiciteit gepaard, maar het publiek begreep er niets van of nam er de moeite niet voor. De folders en kaartjes werden niet gelezen laat staan bewaard. Er valt zoveel in de bus, nietwaar? Kort na de zomer barstte de kritiek in het openbaar los. Verkeerskundigen, sociologen, columnisten, iedereen had er iets over te zeggen.

Kapot

Dertien jaar later worden de verkeersborden met 4, 43, of welke andere combinatie ook, niet meer vervangen als ze geerodeerd of kapot zijn. Als je Amsterdammers vraagt hoe dat systeem met die cijfers ook weer werkte, weten ze het niet behalve dat het idioot en onbegrijpelijk was. Iemand weet me te vertellen dat de man die het bedacht gek is geworden door het fiasco en stil is gaan wonen in Amsterdam-Noord. Ir. J. P. van Berkum, werkzaam bij de gemeentelijke Dienst Ruimtelijke Ordening en voorzitter van de Intergemeentelijke Commissie Uniformering Bewegwijzering, was vanaf het begin bij het experiment betrokken. 'Misschien dat er na uw artikel weer belangstelling voor komt', roept hij enthousiast. 'In Delft bestaat het wijknummer al jaren, zonder negatieve publiciteit.'

Hij is niet De Man Die Het Bedacht; die blijkt niet te bestaan.

Een voor alle gemeenten zelfde manier om gemakkelijk de weg te kunnen vinden. Niet meer dwalen door onbekende straten, alleen nog maar een nummer volgen op de wegwijzers, tot aan de huisdeur. Dat stond de Commissie Uniforme Bewegwijzering Binnen en Buiten de Bebouwde Kom bij afkorting U4BK begin jaren '70 voor ogen. In theorie leek het haalbaar. De PTT was immers bezig over te gaan op een automatische verwerking van de postdistributie en had in overleg met gemeentelijke ambtenaren een wijkindeling gemaakt voor heel Nederland. Wat was logischer dan die postcode tevens voor de verkeersgeleiding te gebruiken? Van Berkum: 'De voordelen waren enorm. Een uniform systeem, of je in Groningen of Sliedrecht moest zijn. Alleen een nummer onthouden. Herkenbaar door vertrouwde borden, van een afstand al duidelijk waar de straat ligt die je zoekt. Het enige wat je moet doen is in het postcodeboek de code opzoeken. En dan weet je die straat ligt in district 4, wijk 41.' Een proefproject in Delft was inmiddels van start gegaan en in 1977 besloten Rijkswaterstaat, de gemeente, ANWB en PTT er ook in een grote en ingewikkelde stad als Amsterdam mee te experimenteren. Een flink stuk van de ringweg om de stad (de A 10) was klaar en men had zojuist de S-routes uitgedacht, naast de A-autosnelwegen en de Nwegen. De stadsroutes zouden vanaf de verschillende afritten van de A10 naar het centrum leiden. Daarop kon de bewegwijzering met de postcodes mooi aansluiten.

Maar dat bleek gemakkelijker gezegd dan gedaan. Want moest je bij de afslag S 102 alle districten opnoemen waarnaar die route leidde? Dat zou erg veel informatie op een bord zijn, misschien teveel om in je op te kunnen nemen. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) liet een waarschuwend woord horen dat het opgeven van wijknamen moeilijkheden kon geven. Een strijd ontbrandde tussen de namen- en de nummerliefhebbers.

Wiel

Van Berkum: 'We konden het niet volhouden. Je kunt er lang over twisten, maar mensen zijn nu eenmaal gevoeliger voor namen dan voor nummers. Het wiel kwam niet aan het draaien. De postcode was nog maar kort ingevoerd en leefde nog niet bij de mensen. Laat staan dat ze wisten dat die in een aantal gemeenten kon leiden tot het vinden van een adres. Daarbij komt dat Amsterdammers zelf de weg wel weten te vinden. De voorlichting had landelijk moeten zijn.'

Maar was het gewoon niet te ingewikkeld? Van Berkum geeft het toe. Maar zijn geloof is hij niet verloren. 'Als we nu waren begonnen, hadden we het anders aangepakt. Het district is nooit gaan leven, ook niet in andere steden. We zouden nu meer denken vanuit de S-route en een wijknummer. Uit recent onderzoek van TNO blijkt dat nummers wel degelijk worden opgenomen door de verkeersgebruikers.' Totaal mislukt dus? Nee, zegt Van Berkum. Want burgers mogen er dan niets van hebben begrepen, vervoerders zoals Van Gend en Loos maken er nog steeds gebruik van. Vanwege het gemak waarmee hun ritten op wijken ingedeeld kunnen worden. De stadsroute werkt. Als je op de A 10 de afrit S 104 neemt en die domweg volgt kom je geheid in het centrum!

Foto Maurice Boyer Bord van het gewraakte wegbewijzeringssysteem

    • de Minister van Verkeer
    • H. Maij-Weggen
    • de A 10
    • Ite Rumkemorgen Wordt de Ringweg Om Amsterdam