Bundesbank: monetaire pakt mag niet te snel

BONN, 20 sept. De Europese politici koersen te snel in de richting van een economische en monetaire unie (EMU) en de instelling van een Europese centrale bank.

Dat tempo moet worden vertraagd, anders dreigen 'stabiliteitsrisico's' wegens de nog sterk uiteenlopende economische structuren, overheidstekorten en inflatiecijfers in de EG-landen.

Deze waarschuwing laat de Westduitse Bundesbank-president Karl Otto Pohl horen in een adviesbrief die hij namens de unanieme bestuursraad van zijn centrale bank heeft gestuurd aan kanselier Kohl en de ministers Waigel (CSU, financien) en Haussmann (FDP, economische zaken). De brief komt op een ogenblik dat andere EG-landen zich afvragen of de Westduitse belangstelling voor de Europese politieke en monetaire integratie nog onverminderd groot is nu de Duitse eenheid aanstaande is. Bovendien wordt een zekere spanning gezien tussen de, politiek bepaalde, herhaalde bevestiging van de Duitse integratiekoers in Europa en de openlijke bedenkingen van minister Waigel tegen een geforceerde EMU-ontwikkeling.

De Bundesbank vreest dat een te hoog tempo de stabiliteit van de D-mark, de huidige monetaire spil in Europa, in gevaar zou kunnen brengen. Zij wijst op de ervaringen die, op kleinere schaal, nu worden opgedaan met de monetaire unie van twee zo verschillende economieen als die van de Bondsrepubliek en de DDR. Om risico's te vermijden moeten aan de EMU een echte economische unie zonder binnengrenzen en een gecoordineerde stabiliteitspolitiek (prijzen, inflatie, begrotingstekorten) voorafgaan, vindt de Bundesbank. Maar: zowel bij de voorbereiding op de vrije Europese binnenmarkt (afschaffing grenscontroles per eind '92, harmonisering indirecte belastingen) als bij de coordinering van de begrotingspolitiek van de EG-landen (sancties bij onvoldoende begrotingsdiscipline) ziet Pohl nog grote achterstanden.

Voor de valuta van een hele serie Europese landen is het om interne redenen nog onmogelijk om af te zien van de geldende wisselkoerspolitiek. In dit verband spreekt het Bundesbank-advies van een land (vermoedelijk Groot-Brittannee) waar de inflatie driemaal zo hoog is als in de Bondsrepubliek. Ook wijst het advies op de grote, vaak structurele verschillen in Europa op het gebied van rente, kosten, prijzen, begrotingstekorten en buitenlandse handel. De Bundesbank denkt hier aan Groot-Brittannie, Portugal en Griekenland, in mindere mate ook aan Spanje en Italie. Tegen die achtergrond zou het vastleggen van wisselkoersen 'aanmerkelijke stabiliteitsrisico's' meebrengen. Gezien de rol van de D-mark in Europa is dat een gevaar op zichzelf. De grote kosten van de Duitse eenwording maakt het ongewenst om de Duitse budgettaire, financiele en monetaire manoeuvreer-ruimte extra te belasten, waarschuwt de Westduitse centrale bank.

    • J. M. Bik