Briefkaart uit Barentszburg; Arctisch onthaal

Tussen de fjorden en de gletsjers van westelijk Spitsbergen duikt plotseling een plaatsje op met een Nederlandse naam en een Russische bevolking: Barentszburg. Het is een van de twee Sovjet-nederzettingen op Spitsbergen, de uitgestrekte witte archipel onder Noorse soevereiniteit die slechts een dikke duizend kilometer van de noordpool ligt.

Pruttelend en grote gaswolken uitstotend, rijden hier ouderwetse vrachtauto's en bussen door de straten, terwijl de bewoners gekleed gaan in kleren die ook in Moskou al weer jaren uit de mode zijn. In het centrum van Barentszburg, dat hoofdzakelijk wordt bevolkt door enkele honderden mijnwerkers en hun gezinnen, staat een groot borstbeeld van Lenin. Op een aanplakbord prijken, alweer naast een afbeelding van Lenin, foto's van verdienstelijke lokale arbeiders en partijfunctionarissen.

Toch is ook Barentszburg in de greep van perestrojka en glasnost. Bij aankomst worden niet-Russische bezoekers onmiddellijk omsingeld door mannen, die matroesjka's (in elkaar passende houten poppetjes), speldjes, boeken en weinig geslaagde imitaties van ikonen proberen te slijten, voor harde Westerse valuta uiteraard. Maar het is ze niet om geld alleen begonnen. Ook bezoekers die geen interesse tonen in hun waren, mogen even wat wodka komen drinken bij een Barentszburger thuis, want die hartverwarmende drank is in dit arctische oord kennelijk zonder moeite te verkrijgen.

Ruim zijn de woningen van de meesten niet. Michail Mechonosjin, een pezige mijnwerker uit de Siberische stad Kemerovo, zijn vrouw Masja en hun dochtertje Tanja moeten het stellen met een kaal kamertje ter grootte van een bescheiden Nederlandse studentenflat.

Het flatje van de Mechonosjins beschikt slechts over enkele beglazing, hoewel de temperatuur op Spitsbergen in de winter tot -40C kan dalen. Gevraagd of ze geen last hebben van de barre winters hier, lachen ze hartelijk om zo'n onnozele vraag: begrijp ik dan niet dat mensen die gewend zijn aan Siberische winters niet van streek raken door een beetje vorst op Spitsbergen? Ook Serikava Svetlana Vasiljevna, die de plaatselijke bibliotheek en het museum van Barentszburg beheert, deren de winters niet. Ze heeft het best naar haar zin, al verlangt ze hevig naar haar man en kinderen in de Oekraine. In een paar jaar wil ze vooral veel roebels verdienen. Haar salaris is hier driemaal zo hoog als thuis. Ook de mijnwerkers en mensen in andere beroepen verdienen zeker dubbel zoveel als in de Sovjet-Unie.

De Russen mogen nu vrijelijk Longyearbyen, het overwegend door Noren bevolkte hoofdplaatsje van Spitsbergen, bezoeken. Een weg loopt er weliswaar niet tussen beide plaatsen, maar per boot en 's winters per sneeuwscooter of per helikopter onderhouden ze nu contacten. Een hoogtepunt voor beide plaatsjes vormen de sportwedstrijden tegen elkaar.

Zijn naam dankt Barentszburg aan de Nederlandse Spitsbergen Compagnie, de Nespico, die hier in de Eerste Wereldoorlog steenkolen begon te delven en de nederzetting noemde naar de befaamde 17e eeuwse navigator Willem Barentsz. Erg goed rendeerde de onderneming niet en in het begin van de jaren dertig deed de Nespico de hele zaak dan ook met genoegen van de hand aan de Sovjet-Unie.

Dat de zelf ook rijkelijk met steenkool bedeelde Russen alleen op Spitsbergen zitten voor deze delfstof, gelooft haast niemand. Militaire overwegingen wegen waarschijnlijk zwaarder, ook al is bij internationaal verdrag vastgelegd dat Spitsbergen door geen land, ook niet door Noorwegen, voor militaire doeleinden mag worden gebruikt. Mocht de Sovjet-vloot uit Moermansk ooit naar de Atlantische Oceaan willen uitrukken, dan wil het Kremlin de toegang hiertoe langs Spitsbergen in handen hebben of althans verhinderen dat de tegenstander deze controleert. Een paar eigen nederzettingen in de archipel kunnen daarbij geen kwaad. Al is de Koude Oorlog intussen omgeslagen in een stevige dooi, de Russen maken voorlopig nog geen aanstalten om Spitsbergen de rug toe te keren.