Braks exit

EN ZO KWAM, zoals dat in overlijdensberichten heet, 'toch nog onverwachts' een einde aan het politieke leven van minister Braks. De man met de illustere bijnaam kampioen zittenblijver heeft dan eindelijk het onderspit moeten delven. Hij verkoos het zelf af te treden, nadat de PvdA-fractie gisteren had besloten het vertrouwen in hem te zullen opzeggen.

De eerste vraag is vanzelfsprekend: moest hij weg? Vooropgesteld dient te worden dat met zijn vertrek voorlopig geen vis minder illegaal aan land zal worden gebracht. Maar daar ging het in de laatste fase van het debat dan ook niet meer om. Heeft Braks de Kamer onjuiste informatie verstrekt, heeft zijn beleid gefaald en zo ja hoe zwaar mag dat hem dan worden aangerekend. Dat was waarover de fracties in de Kamer een oordeel dienden te vellen.

Van misleiding van de Kamer de reden voor een onmiddellijke vertrouwensbreuk lijkt minder sprake dan aanvankelijk wel is gesuggereerd. Dat Braks begin dit jaar tegenover de Kamer de door belangenorganisaties verstrekte cijfers over niet onder de controle vallende vis niet onmiddellijk tot de zijne maakte, is zijn goed recht. Een minister hoeft geen doorgeefluik te zijn van allerlei geruchten, temeer als de betrokken organisaties op dat moment belang hebben bij het noemen van zo hoog mogelijke overschrijdingspercentages. Van belang is dat Braks tegenover de Kamer erkende dat vangstquota werden overschreden.

Wat Braks cq zijn departement (maar dan geldt de ministeriele verantwoordelijkheid) wel kan worden verweten is dat hij de afgelopen jaren te passief heeft gehandeld ten aanzien van de aanhoudende aanvoer van illegale vis. Terwijl hij wist dat hij op dit punt uiterst kwetsbaar was. Want had Braks immers niet in 1987 juist politiek weten te overleven door de Kamer toe te zeggen een veel stringenter controlebeleid te zullen voeren? Over die controle heeft Braks nu net te veel twijfels laten bestaan. Wat dan mede een rol gaat spelen is wat de staatsrechtgeleerde Simons eens heeft gesteld: 'De laatste geconstateerde verkeerde handeling of nalatigheid kan op zichzelf niet zo belangrijk zijn, maar als het ware de druppel vormen die de emmer van het parlementaire misnoegen doet overlopen'.

Het is een legitiem misnoegen. Braks was op het terrein van de visvangstcontrole na 1987 in feite 'voorwaardelijk' minister. Als de Kamer vervolgens constateert dat de minister opnieuw te laconiek de zaken benadert, dan wel onvoldoende zijn ambtenarenapparaat in de hand heeft, is het terecht dat dan ook de vertrouwenskwestie wordt gesteld.

HET VERWIJT van CDA-fractievoorzitter Brinkman dat de PvdA door gisteren al op voorhand het vertrouwen op te zeggen de minister geen faire kans heeft gegeven, doet erg gekunsteld aan. Er is afgelopen maandag, zij het niet plenair maar in commissieverband, uitvoerig gedebatteerd, waarbij Braks zich uitgebreid heeft verdedigd. Na die verdediging was het tijd om de politieke balans op te maken. Dat is gisteren gebeurd en dat Braks dan niet de formele doodsteek in het parlement afwacht is op zijn beurt zijn goede recht. Was het trouwens het CDA niet dat in de vorige kabinetsperiode staatssecretaris Brokx dwong af te treden zelfs voordat de parlementaire enquete naar zijn beleid was begonnen? Interessant is natuurlijk wat de politieke gevolgen voor de coalitie van het aftreden van Braks zullen zijn. Premier Lubbers ging afgelopen maandag weliswaar pal achter zijn minister en partijgenoot staan, hij zei tevens dat de vraag over al dan niet aanblijven niet door coalitieoverwegingen mocht worden bepaald. En ook in de CDA-fractie heeft niemand maar een moment met de gedachte gespeeld dat deze ministerscrisis uitgebreid diende te worden tot een kabinetscrisis. Dat de verhouding tussen PvdA en CDA hierdoor een 'deuk' (Brinkman gisteren aan het begin van de avond) dan wel een 'schram' (de CDA-fractievoorzitter enkele uren later) heeft opgelopen is duidelijk. Zoals het ook zonneklaar is dat de PvdA op enig moment van de coalitiepartner de rekening zal krijgen gepresenteerd. Wellicht reeds over een half jaar als de financiele keuzes voor de rest van de kabinetsperiode moeten worden gemaakt. Een stevig gevecht over de bij de PvdA zo geliefde koppeling misschien? VOORLOPIG IS ER bij de PvdA sprake van herwonnen zelfvertrouwen. Het CDA is getrotseerd en de kiezer kan over enkele maanden bij de campagne voor de Statenverkiezingen recht in de ogen worden gekeken. Ofschoon PvdA-fractievoorzitter Woltgens dat gisteren in alle toonaarden ontkende, heeft de electorale overweging ongetwijfeld een rol gespeeld. De negatieve gevolgen voor de PvdA zouden aanzienlijk zijn geweest als de fractie ondanks alles Braks uiteindelijk toch was blijven steunen.

PvdA-leider Kok kondigde het vorig jaar tijdens het verkiezingscongres van zijn partij al aan. Om het vertrouwen in de politiek te herstellen, zou een PvdA in de regering niet alleen streng zijn voor zichzelf maar ook voor degenen met wie wordt samengewerkt. Die belofte zijn Koks partijgenoten in de Tweede Kamer gisteren nagekomen. Voor het CDA is dit herstel van klassieke parlementaire zeden nog wat wennen, te hopen valt echter dat ook de christen-democraten zich deze zeden vanaf nu wat meer eigen zullen maken.

Drie jaar geleden stond op deze plaats naar aanleiding van het toen gehouden visserijdebat met minister Braks waarin hij uiteindelijk overeind bleef: 'Fijn voor de heer Braks, jammer voor de regels van een politieke democratie waarin bewindslieden als het er op aan komt aan eisen van verantwoordelijkheid moeten voldoen'.

Vandaag kunnen we zeggen: Jammer voor de heer Braks, fijn voor de regels van een politieke democratie.