Als politieke criteria gelden gaat Nobelprijs niet door; Christa Wolf is nostalgisch restant

Heeft de bekende Oostduitse schrijfster Christa Wolf recht op de Nobelprijs? Blijkens zijn interessante artikel op de opiniepagina van 13 september vindt S. P. A. Gipman van wel. Hij gelooft ook dat zij een kans heeft, maar laat de lezer eigenlijk in het onzekere over wat de jury in Stockholm in haar geval nu uiteindelijk als beslissend criterium zou moeten aanleggen.

Christa Wolf hoort wat Gipman betreft thuis in een rijtje begaafde vrouwelijke literatoren, onder wie bijvoorbeeld de Zuidafrikaanse Nadime Gordimer, de Francaise Marguerite Duras, Egyptische schrijfster/ arts Nawal El Saadawi, de Ierse feministe Edna O'Brien en de Amerikaanse maatschappijkritische schrijfster Joyce Carol Oates. Ik ken die schrijfsters niet allemaal, laat staan dat me een oordeel zou toekomen. Maar, zo begrijp ik uit zijn toelichting, Christa Wolf past in een groep schrijfsters die literair talent en een zeker maatschappelijk of politiek engagement gemeen hebben. Haar Cassandra geeft Christa Wolf alle recht op de Nobelprijs, zij voldoet ook overigens aan alle (impliciete) criteria van de jury, onder meer ook omdat ze 'politiek interessant is in verband met de Duitse eenwording', zo omschrijft Gipman een mogelijk criterium wel heel ruim.

Discussie

Christa Wolf (jaargang 1929) is de laatste maanden vooral in Duitsland stevig in discussie wegens haar recente boekje Was bleibt. In zijn bespreking heeft Reinjan Mulder in deze krant aangeraden het boekje niet te lezen als het werk van 'politieke schrijvers die gewend zijn te denken in begrippen als onderdrukking, verzet, politieke vrijheid en recht'.

Dat was echt een lastig advies. Want Wolf doet er in Was bleibt uitgerekend verslag van hoe zij, voor en nadien (bijna tot het allerlaatst) toch geprivilegieerd literair paradevrouw van de SED, zomer 1979 in en buiten haar woning aan de Oostberlijnse Friedrichstrasse enkele weken werd geobserveerd door jonge heren van de Oostduitse staatsveiligheidsdienst. Of eigenlijk, zij doet er in 108 in november 1989 nader geredigeerde pagina's verslag van wat die Stasi-observatie voor haar eigen Innere Welt betekende. Dat was niet weinig, Luther en Galilei trekken voorbij, de schrijfster stelt vast dat zij een dubbelleven leidt, waarvan zij het tweede, betere gedeelte in Innere Immigration doorbrengt. Zij raakt haar woorden kwijt, althans zij kan de 'goede woorden' voor deze situatie (nog) niet vinden. Ja, zij moet als zij bij een dierbare zieke op bezoek gaat, zelfs haar 'gelaatsuitdrukking fatsoeneren'.

Over dat dubbelleven, waarvan het dissidente 'binnenleven' het tableau voor haar verslag bepaalt, meldt zij dat het er in feite 'altijd' al is geweest. Ook als buiten, voor een gebouw waar zij een lezing houdt, betogers na een gerichte Stasi-provocatie in elkaar blijken te zijn geslagen, schetst Wolf vooral wat dit nieuws voor haar 'binnenleven' betekent. Dat gebeurt allemaal met Wolfs mooi-vermoeide hand en in prachtig Duits, daar niet van. Maar is dit het engagement dat met dat rijtje hierboven werd bedoeld? Anders gevraagd: waar moet die jury in Stockholm nu op letten? De geengageerde Vrouw? Of toch maar de Vorm? Alletwee, zoals Gipman eigenlijk aanbeveelt, is in dit geval moeilijk, daarvoor blijkt Wolfs woning toch net teveel een ivoren toren vlak bij de Muur.

Kinnesinne

De kritiek op haar boekje, zoals in Die Zeit en de Frankfurter Allgemeine, afdoen als rechts-reactionaire 'kinnesinne of als een aanval met voorbedachten rade' wegens het risico van 'een (ex)-communiste op het hoogste literaire platform nu de vrije-marktgedachte floreert' maakt het keuzeprobleem niet gemakkelijker. Bovendien, het valt zeker bij Die Zeit doorgaans nogal mee met dergelijke kinnesinne.

Komt hier wat mij betreft overigens uitdrukkelijk zonder Nobel-prijsonderzoeker Gitman daaromtrent lastig te willen vallen niet ook een ander probleem in zicht? Moeten die 'rechtse' en kapitalistische Duitsers, alsook vele overeenkomstig te kwalificeren niet-Duitsers, eigenlijk niet met hun vingers afblijven van Christa Wolf? Zoals zij ook moeten afblijven van andere nostalgisch betreurde restanten van de DDR? Van het weinige wat daarvan blijft? Van datgene waarover sinds eind 1989 de moedige dominees van Demokratie Jetzt en de agnosten van Neues Forum, op de hielen gezeten door een miljoenenvoudig Wir sind ein Volk!, tot het laatst in een zeker elitair verband hebben willen waken. Zo niet namens het volk dan toch, zij het zonder mandaat, voor het volk? Dat probleem is even paradoxaal als opvallend. Twaalf maanden na haar geslaagde interne omwenteling staat de DDR als mislukte boeren- en arbeidersstaat niet alleen vlak voor haar opheffing, zij verliest bovendien een functie die zij vorig najaar juist dank zij die omwenteling verwierf voor die Westeuropeanen die bij de woorden 'Duitse eenheid' nog even geen gat in de lucht springen.

Binnenkort verdwijnt immers de mogelijkheid om de door haar geschiedenis en geografie zo 'toevallig' begunstigde en wegens haar economische macht zo geduchte en benijde Bondsrepubliek verder kritisch te vergelijken met die 'arme' DDR, wier ongelukkige inwoners hun moedige vreedzame revolutie nota bene met het einde van hun staat moeten bekopen. Die stakkers, die in die materialistische Bondsrepubliek moeten opgaan nu zij het 'officiele', andere Duitsland, het verfoeide stalinistische bastion van Ulbricht en Honecker, de Muur, de SED en de Stasi, dictatuur en repressie, alsook trouwens de noodzaak van Innere Immigration, overboord hebben gezet. En die, nu hun land eindelijk een kans op zelfstandigheid in vrijheid krijgt, het slachtoffer worden van een grote 'uitverkoop' aan de dikke buurman in Bonn.

Dat de Oostduitsers in overgrote meerderheid dit lot zelf graag willen ondergaan, juist ook omdat hun veelvoudig failliete staat voor een uitverkoop zo bitter weinig te bieden heeft, lijkt aan dit mededogen evenmin af te doen als het feit dat de DDR sinds het einde van het reeel existerende socialisme op Duitse bodem in feite ook haar identiteit, haar bestaansgrondslag, kwijt is. Naarmate het logische einde van de Oostduitse staat nadert, en de toetreding tot de Bondsrepubliek van de kapitalistische burgerman Helmut Kohl dichterbij komt, lijkt het hartelijke medelijden met zijn inwoners her en der in Europa juist groter te worden.

Bezwaar

Gaat het hier daarbij niet ook een beetje om het dieperliggende bezwaar tegen de Duitse eenheid zelf? Zoals dat dieperliggende bezwaar af en toe ook te horen was in het grote Westeuropese applaus voor de op zichzelf zo terechte Poolse wensen aangaande de onaantastbaarheid van zijn (westelijke) Oder-Neissegrens? De komende jaren zullen de West- en Oostduitsers alle moeite hebben om na de economische en staatkundige eenheid ook een zekere psychologisch-atmosferische eenheid te bereiken. Het is niet van doorslaggevend belang voor de verdere Duitse geschiedenis, maar als de jury in Oslo dat net zo ziet, en als zij werkelijk ook (impliciete) politieke criteria zou hanteren, dan krijgt Christa Wolf de Nobel-prijs niet.

Christa Wolf

    • J. M. Bik