Weekstaat der Nederlandsche Bank; Kapitaalmarkt roert detrom

AMSTERDAM, 19 sept. De post 's Rijks schatkist vertoonde de afgelopen week een daling van ruim fl.3,2 miljard. Dit is onder meer toe te schrijven aan uitbetalingen door Sociale Zaken en de betaling van rente en aflossingen op staatsleningen.

Het geldmarktverruimende effect hiervan werd deels teniet gedaan door de kasreserveverplichting ter omvang van fl.2,9 miljard. Per saldo konden de banken 2 procent sparen op hun contingent. Anticiperend op verdere geldmarktverruimende effecten (onder andere salarisbetalingen door het Rijk en studiefinanciering) wordt met ingang van morgen een 13-daagse kasreserve van kracht van fl.7,3 miljard. Naar verwachting kan bij de morgen aan te kondigen speciale belening worden volstaan met een bedrag van fl.1 miljard.

Zat er vorige week geen muziek in de geldmarkt, deze week roerde de kapitaalmarkt de trom. De kapitaalmarktrente tipte aan de 9,2 procent, onder invloed van de gestegen olieprijs en groeiend pessimisme over de kosten van de Duitse eenwording. De 340.000 werklozen en bijna 1,5 miljoen 'Kurzarbeiter' die de DDR vorige maand telde, kosten de Westduitse regering aanzienlijk meer dan begroot. Was hiervoor aanvankelijk 3 miljard D-mark per jaar uitgetrokken, thans wordt gesproken van 15 miljard. Daarnaast zijn er signalen dat de binnenkort in te dienen aanvullende Westduitse begroting (de derde dit jaar) 20 tot 30 miljard D-mark zal beslaan.

De Bundesbank heeft inmiddels laten weten dat het netto kapitaalberoep van de Duitse overheden dit jaar zal uitkomen boven de 100 miljard D-mark. Een en ander dreef de kapitaalmarktrente omhoog.

De rentestijging op de kapitaalmarkt vond geen navolging op de geldmarkt. Het resultaat is een steiler wordende rentestructuur. Hieraan ligt mede ten grondslag dat de Bundesbank heeft laten weten niet al te bezorgd te zijn over het inflatoire effect van de olieprijsstijging. Zij acht een discontoverhoging niet nodig.

Aangezien de Westduitse inflatie volgend jaar dreigt op te lopen tot boven de 3 procent, kunnen vraagtekens bij deze uitspraak worden geplaatst. Afzien van een discontoverhoging zal veeleer zijn ingegeven door bezorgdheid over de Oostduitse economie. Een stijging van de korte rente treft de bedrijven daar immers hard, aangezien deze om hun liquiditeitstekorten te dekken voor miljarden aan kortlopende kredieten hebben opgenomen. De Bundesbank kan niet hardop zeggen dat de inflatiebestrijding hiervoor moet wijken, en uit zich daarom in haar Monatsbericht geruststellend over de verwachte inflatie-ontwikkeling. Het is de vraag hoe lang dit kan worden volgehouden. Op termijn lijkt een discontoverhoging onvermijdelijk, tenzij de Duitse regering de belastingen verhoogt.

Bron: NMB Bank