Unctad: wereldeconomie achteruit

AMSTERDAM, 19 sept. De wereldeconomie staat aan de vooravond van een recessie waaraan alleen de Europese Gemeenschap en enkele Aziatische landen zullen ontkomen. Dat schrijft de Unctad, de VN-organisatie voor handel en ontwikkeling, in haar vandaag verschenen jaarverslag.

De economische groei van Latijns Amerika en Oosteuropa zal slechts mager zijn en beide gebieden moeten rekening houden met een dalende produktie. In de landen die deel uit maken van de OECD, de groep van 25 rijkste landen, zal de economische groei verder afvlakken.

De slechtste vooruitzichten hebben de landen uit de Derde Wereld die afhankelijk zijn van olie-import. Als de olieprijs stabiliseert op een gemiddelde prijs van 30 dollar per vat in 1991, dan zal de totale import van deze groep Derde Wereld-landen met 26 miljard dollar toenemen (momenteel wordt er 33 dollar per vat betaald). Dat is vergelijkbaar met 15 procent van de inkomsten uit export van die landen, na aftrek van hun renteverplichtingen.

De gevolgen zijn volgens de Unctad verstrekkend. Ze brengen internationale pogingen om de schuldencrisis in de greep te krijgen in gevaar. De organisatie voorziet dat arme landen, die nu al amper aan hun schuldenverplichtingen kunnen voldoen, hun import verder terug moeten dringen.

Naast de olieprijs maakt de Untad zich ook zorgen over de gevolgen van de aanhoudende onzekerheid op de internationale financiele markten. De organisatie schrijft dat de markten nu hun meest instabiele periode doormaken sinds de Tweede Wereldoorlog. De constante wijzigingen in de aandelen- en wisselkoersen, alsmede in de renteniveaus, belemmeren de internationale handel en nopen investeerders tot terughoudendheid. Die onzekerheid moet volgens de organisatie zo veel mogelijk worden weggenomen. De Unctad houdt daarom een pleidooi voor de invoering van een nieuw systeem van wisselkoersen, gebaseerd op de dollar, de ecu en de yen. De Unctad denkt dat een deel van de fluctuaties op de internationale markten wordt veroorzaakt door het toenemende speculeren. Men heeft berekend dat de groei van de financiele markten veel groter is dan de toename van de wereldhandel en de produktie. Tussen 1982 en 1988 groeide de bankensector met 20 procent. In diezelfde periode groeide de wereldhandel met 12 procent en de produktie met slechts 10 procent. Er wordt teveel gespeculeerd en te weinig oprecht ondernemersschap getoond. Daarom moeten er internationale maatregelen komen die de verschuivingen van kapitaal met het oog op speculatieve winsten zo veel mogelijk beperken, vindt de Noord-Zuid organisatie.