'Stadsvernieuwing is meer dan een kwestie van geld'

UTRECHT, 19 sept. Staatssecretaris Heerma (volkshuisvesting) verwerpt de kritiek dat de bezuinigingen op de stadsvernieuwing de sociale vernieuwing op de tocht zet.

Sociale vernieuwing, een hoeksteen van het huidige kabinetsbeleid, is niet alleen een kwestie van geld, zei Heerma vanochtend in Utrecht, 'maar zeker ook van ideeen, samenwerkingsverbanden, creativiteit, bestuurlijke inspanningen en bestuurlijke vernieuwing'.

Heerma sprak op een congres over sociale vernieuwing in de volkshuisvesting.

Van verschillende kanten is al gewezen op de ogenschijnlijke tegenstrijdigheid tussen de prioriteit die het kabinet zegt te geven aan de sociale vernieuwing en de bezuinigingen op de stadsvernieuwing. Die bedragen in 1991 43,1 miljoen en werden gisteren in de rijksbegroting aangekondigd.

De Nationale Woningraad, overkoepelende organisatie van woningbouwverenigingen, zei gisteren in een reactie dat de middelen voor de stadsvernieuwing 'flink achterblijven bij de gewekte verwachtingen en uiteraard de behoefte in het kader van de zogenaamde sociale vernieuwing'.

De confessionele zusterorganisatie, het Nederlands Christelijk Instituut Volkshuisvesting noemde stadsvernieuwing 'het hart van de sociale vernieuwing' en de bezuinigingen onaanvaardbaar.

Eerder hebben ook de steden forse kritiek op het korten van het stadsvernieuwingsfonds geuit en riep de Rotterdamse PvdA-wethouder Vermeulen de gemeenteraad op de overeenkomst tussen gemeente en rijk over sociale vernieuwing niet te tekenen. Maar, vond Heerma vanochtend, wethouders doen er verstandig aan zo'n convenant wel te tekenen.

Op het congres in Utrecht, georganiseerd door de twee overkoepelende organisaties van woningbouwverenigingen en de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV) zei Heerma dat sociale vernieuwing vooral een organisatorisch en bestuurlijk vraagstuk is. Sociale vernieuwing is volgens de staatssecretaris 'het herstel van een maatschappelijke cohesie in buurten en wijken'.

Een tekort schietende 'sociale infrastructuur' in een stadsdeel 'laat verschijnselen zien van mensen in een sociaal isolement, langdurig werklozen, ouderen al dan niet met een handicap en minderheidsgroepen met hun specifieke problemen'.

Rijk, gemeenten en maatschappelijke organisaties moeten volgens Heerma eendrachtig samenwerken bij de sociale vernieuwing die 'niet abstract en van bovenaf moet worden vormgegeven, maar dichtbij de mensen in hun dagelijkse omgeving'. Hij wierp de vraag op de stadsvernieuwing in vooral de vier grote steden niet zo grootschalig is aangepakt 'dat we misschien onbewust en onbedoeld kleinere netwerken hebben verstoord'.