Oeso: bereken milieuvervuiling in prijzen door; 'Nederlandvertrouwt te veel op overreding en convenanten'

DEN HAAG, 18 sept. Het kabinet vertrouwt te veel op 'morele overreding' en convenanten tussen overheid en bedrijfsleven bij het streven om binnen een generatie de produktie en consumptie aan te passen aan de eisen van een duurzame welvaartsontwikkeling.

Dat schrijft de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in een vandaag voor publicatie vrijgegeven rapport over de Nederlandse economie.

Het tweejaarlijks rapport besteedt niet alleen aandacht aan de structurele onevenwichtigheden in de Nederlandse economie (hoog financieringstekort, hoge werkloosheid en relatief veel arbeidsongeschikten), maar gaat ook uitvoerig in op het Nederlandse milieubeleid, zoals verwoord in het Nationaal Milieubeleidsplan en aangescherpt in het Nationaal Milieubeleidsplan-Plus. Daarin staan vermindering van de CO-uitstoot en maatregelen op het terrein van verzuring, afvalbeleid, produktenbeleid, energiebesparing en bodemsanering centraal. Het rapport toont aan dat Nederland per vierkante kilometer, vooral door toedoen van de landbouw, grotere milieuproblemen heeft dan enig ander OESO-land. Volgens de OESO trekt het Nederlandse milieubeleid internationaal sterk de aandacht en vervult het een voortrekkersrol in de wereld. 'In dit opzicht fungeert het voorgestelde beleid als een stimulans voor andere landen', schrijft de OESO. Maar de in Parijs gevestigde organisatie vindt dat de regering teveel heil verwacht van vrijwillige afspraken (covenanten) tussen overheid en bedrijfsleven. In het NMP-plus ligt het accent meer op een flexibele en marktgeorienteerde aanpak dan in het oorspronkelijke NMP, maar de OESO signaleert terughoudenheid om hier nog sterker het accent op te leggen. De ministers Andriessen (economische zaken) en Alders (Milieubeheer) zeggen het in grote lijnen eens te zijn met de analyse en de aanbevelingen van het rapport. Alders ziet daarin een ondersteuning van het Nederlandse milieubeleid en van de Nederlandse aandacht voor internationale milieu-coordinatie.

De OESO vindt dat de overheid zowel in het NMP als in het NMP-plus ten aanzien van de gezinshuishoudingen teveel vertrouwt op de morele overtuigingskracht om het consumptiepatroon in een minder milieuvervuilende richting om te buigen. Zij bepleit daarom een systeem waarbij milieuvervuiling in de prijs van produkten wordt doorberekend, bijvoorbeeld via heffingen en statiegeldregelingen. De ambitieuze doelstellingen van het NMP-plus betekenen dat op korte termijn omvangrijke offers moeten worden gebracht, terwijl de opbrengsten pas op de lange termijn zichtbaar worden.

De OESO maakt hierbij twee kanttekeningen. Enerzijds waarschuwt zij voor mogelijke nadelige effecten voor de Nederlandse concurrentiepositie en wijst ze op het belang van internationale coordinatie. Volgens het rapport moet de collectieve lastendruk niet verder stijgen; dit betekent dat lastenverzwaring als gevolg van het milieubeleid moeten worden gecompenseerd door vermindering van andere lasten. Anderzijds opent een stringent milieubeleid een markt voor nieuwe produkten en diensten. Dit kan leiden tot nieuwe investeringen. De OESO wijst met nadruk op het belang van internationale coordinatie van milieubeleid, want 'een 'go-it-alone'-beleid is voor een klein land als Nederland extreem duur en (het) heeft relatief weinig effect', schrijft zij.

De organisatie houdt een pleidooi voor vergroting van de overheidsinvesteringen. De sterke daling van deze investeringen sinds de jaren zeventig hebben contraproduktief gewerkt, schrijft de OESO. Te weinig investeren in infrastructuur heeft de congestie in de kaart gespeeld, en de afwachtende houding van de overheid heeft een negatieve invloed gehad op de particuliere investeringen. Het probleem van de structurele werkloosheid en het hoge financieringstekort worden dit jaar in volle omvang zichtbaar, zo verwacht de OESO (saillant is dat het rapport medio juli is afgerond en daarom geen analyse bevat van de mogelijke gevolgen van de Golfcrisis). Door de sterke economische groei van de afgelopen jaren wordt de produktiecapaciteit nu bijna volledig benut. Werkloosheid en financieringstekort dalen dus niet meer 'automatisch' als gevolg van de economische groei. Het financieringstekort is als percentage van het nationaal inkomen de afgelopen jaren gedaald, maar volgens de OESO veel te weinig gezien de gunstige economische ontwikkeling.

De organisatie vindt dat de overheid een actiever arbeidsmarktbeleid moet voeren. De uitkeringen kunnen volgens de OESO worden verlaagd en restricties bij aanname en ontslag van personeel moeten worden opgeheven. Net als in haar vorige rapport maakt de OESO bezwaar tegen de koppeling tussen lonen en uitkeringen en wijst de organisatie op de noodzaak van een gematigde loonontwikkeling.