IVAR KREUGER, ZWENDELAAR OF SLACHTOFFER?

Aan het begin van onze eeuw bouwde de Zweedse industrieel Ivar Kreuger een wereldomvattend imperium op. Het fundament daarvan werd in 1908 gelegd toen hij met Paul Toll de bouwonderneming Kreuger en Toll oprichtte. Maar de van expansie bezeten Zweed wilde meer en zag grote mogelijkheden in de luciferindustrie. Die branche was hem niet geheel vreemd: zowel zijn vader als zijn broer bezat een luciferfabriek. Rondom 1930 beheerste zijn Swedish Match ongeveer driekwart van de wereldproduktie. In Nederland werden zijn Zwaluw-lucifers een begrip. In veel landen had hij een monopoliepositie verworven door regeringen, in ruil voor het alleenrecht op produktie en verkoop, voordelige leningen te verschaffen. Het benodigde kapitaal verwierf hij door de verkoop van aandelen en door bankkredieten. Vooral in de VS was, voor de beurskrach van 1929, de vraag naar aandelen enorm.

Kreugers imperium was van een grote diversiteit en omvatte bedrijven als Svenska Cellulosa (pulp en papier), LM Ericsson (telecommunicatie) en Bolidens Gruv (mijnindustrie). Bovendien had hij grote belangen in tal van banken (o.a. de Hollandsche Koopmansbank) en bedrijven. Multinationals als Swedish Match, SKF (kogeillagers), Alfa Laval (machines), Stora (papier) en Electrolux (huishoudelijke apparaten) bestaan heden ten dage nog steeds (SKF, Swedish Match en Electrolux behoren in hun branche tot de grootste ter wereld) en nemen een belangrijk deel van de Zweedse export voor hun rekening. In Nederland had Kreuger een groot aantal belangen ondergebracht in zijn N. V. Financieele Mij. Kreuger en Toll in Amsterdam.

De beurskrach van New York markeerde het begin van zijn einde. De zaken gingen slechter, Kreuger raakte in onoverkomelijke liquiditeitsproblemen en besloot ten einde raad zich van het leven te beroven. Althans dat was lange tijd de gangbare lezing. De laatste jaren echter wordt steeds meer nieuw materiaal uit de archieven opgediept waaruit blijkt dat die voorstelling van zaken correctie behoeft en dat achter de schermen meer aan de hand is geweest: intriges, achterklap, aandelenmanipulaties en misschien zelfs moord.

Geheim materiaal

Vergeleken bij de Kreuger-zaak waren de manipulaties die onlangs in de geruchtmakende Guinness-affaire aan het licht kwamen niet meer dan peanuts.

Op 12 maart 1932 werd Kreuger dood in een Parijse hotelkamer aangetroffen. De constatering van zijn dood is in feite het enige dat onomstotelijk vaststaat. Dat hij de hand aan zichzelf zou hebben geslagen, heeft zijn broer Torsten van meet af aan bestreden. In diverse publikaties heeft hij feiten naar voren gebracht die aannemelijk maken dat zijn broer niet vrijwillig het tijdelijke met het eeuwige heeft verwisseld. Sindsdien hebben ook andere auteurs, onder wie de gerespecteerde bankdirecteur Claes Lindskog die nauw zaken met Kreuger deed, voortdurend nieuw materiaal aangedragen dat de zelfmoordlezing op zijn minst in een merkwaardig daglicht stelt. In het meest recente boek wordt aan de ware toedracht, gezien de titel, geen moment getwijfeld: Darfor mordades Ivar Kreuger (Daarom werd Ivar Kreuger vermoord). Op grond van tot dusver streng geheim gehouden materiaal in het Zweeds Rijksarchief trekt de auteur, Lars Jonas Angstrom zijn conclusies. Het belang van zijn boek ligt vooral in het feit dat hij vroegere gevolgtrekkingen en theorieen met het nieuw gevonden materiaal (waaronder geheime regerings- en politierapporten) kan staven.

Een groot raadsel is nog steeds waarom de rechtshandige Kreuger zich linkshandig door het hart heeft geschoten. Verder staat vast dat het pistool dat bij het lijk werd gevonden, niet door hem zelf was gekocht maar door een Rus, Bogovoud die veel op Kreuger leek. De Franse politie heeft altijd geweigerd het geval als zelfmoord te classificeren en het blijft natuurlijk vreemd dat naderhand in Zweden sectie op last van hogerhand werd verboden. Kreuger schreef drie afscheidsbrieven, hetgeen op zelfmoord duidde. Maar het mysterieuze is dat hij die in het Engels schreef hoewel ze aan Zweden (onder wie zijn zuster) waren geadresseerd. Zekerheid over de ware toedracht zal wel nooit meer te krijgen zijn maar minstens zo intrigerend als de vraag hoe hij stierf, is de vraag wat er na - en vooral ook vlak voor - zijn dood gebeurde.

Twee vragen dringen zich op: a) wie had belang bij zijn dood en b) wie heeft er het meest van geprofiteerd? Dat de schok van Kreugers overlijden door bepaalde groeperingen optimaal is uitgebuit, is bewezen, evenals het feit dat grote pakketten Kreuger-effecten al luttele uren voor zijn dood in zowel Europa als Amerika op de beurs werden aangeboden. Evenmin kan men er omheen dat door moedwillig in omloop gebrachte geruchten de koersen van de aandelen Kreuger razendsnel kelderden. De belangengroepen die de aandelen eerst massaal hadden gedumpt, kochten ze vervolgens tegen absolute bodemprijzen terug.

Vijanden

Een man als Kreuger had natuurlijk vele vijanden. Zo kon het Stalin-regime zijn bloed wel drinken. De leningen die hij verstrekte aan diverse staten, in ruil voor een monopoliepositie, zorgden er voor dat de Russen die een belangrijke luciferindustrie hadden, van hun exportmarkten werden verdreven. Bovendien hadden zijn kredieten een stabiliserende invloed op de economie zodat de Russen ook nog eens van een gunstige voedingsbodem voor hun politieke systeem werden beroofd. De luciferkoning werd vaak heftig in de Sovjet-pers aangevallen en Moskou heeft diverse staten openlijk voor de Kreuger-leningen gewaarschuwd. Vooral kredieten aan Polen en de Balkan-staten alsmede Kreugers weigering om de Sovjet-Unie een lening met een lage rente te verstrekken, waren het Kremlin een doorn in het oog. Het is bekend dat Stalin voor minder heeft gemoord maar of de acties van Kreuger voldoende reden zijn geweest hem uit de weg te ruimen is moeilijk vast te stellen.

Dat geldt nog sterker voor zijn beide andere aartsvijanden: de Amerikaanse J. P. Morgan- en de Zweedse Wallenberg-groep. Voor keiharde (beurs)manipulaties draaiden ze hun hand niet om, maar moord is natuurlijk een andere zaak.

Sinds 1927 vocht Morgan een vete uit met Kreuger over diens lening aan Frankrijk. Kreuger had Parijs 75 miljoen dollar geleend tegen een rente van slechts vijf procent. Uiteraard in ruil voor bepaalde concessies aan Swedish Match. Door Kreugers goedkope lening viste de Morgan-groep die acht procent rente had geeist, achter het net. Bovendien stelde de lening Parijs in staat om een eerder krediet van Morgan vervroegd af te lossen. Frankrijk is slechts een van de voorbeelden waar Kreuger met zijn leningen de Morgan-groep de loef wist af te steken. Maar Kreugers goedkope leningen waren niet de enige reden voor hun animositeit. De Zweed had vergevorderde plannen om zijn telefoonbedrijf LM Ericsson een monopoliepositie op de wereldmarkt te bezorgen, naar het voorbeeld van de beproefde Swedish Match-methode. Morgan, die ITT controleerde, was van dat voornemen op de hoogte en er was hem natuurlijk veel aan gelegen dat te verhinderen.

De Zweedse Wallenberg-groep was de derde grote tegenstander. Dat de groep al lang een begerig oog op bepaalde delen van het Kreuger-imperium had laten vallen is geen geheim, evenmin als het feit dat die na Kreugers dood als rijpe appels in hun schoot zouden vallen.

Manipulaties

De beurskrach en zijn (te) goedkope staatskredieten hadden Kreuger in grote moeilijkheden gebracht. Bovendien moest hij op de Newyorkse effectenbeurs aan zware aanvallen het hoofd bieden. Al in 1930 had Morgan de aanval op zijn steeds gevaarlijker wordende Zweedse concurrent ingezet door grote hoeveelheden Kreuger-aandelen en obligaties op de markt te gooien om die vervolgens weer op te kopen zodra de koers een dramatisch dieptepunt had bereikt. De groep beheerste dit soort manipulatietechnieken als geen ander, zoals Jeffrey Garten onlangs in zijn boek The house of Morgan heeft aangetoond. De aanvallen werden begeleid door omvangrijke geruchtencampagnes in zowel de Amerikaanse als Europese pers. In de VS werden de geruchten verspreid door de aan Morgan gelieerde dagbladen terwijl Marcus Wallenberg sr. de paniekzaaierij in Zweden voor zijn rekening had genomen. De laatste concentreerde zich vooral op de Boliden-mijn van Kreuger. Het dagblad Dagens Nyheter publiceerde met veel tamtam een uiterst negatief, volkomen uit de lucht gegrepen artikel, compleet met cartoon, over het bedrijf. De Amerikaanse en Europese pers nam het bericht gretig over en de banken die Kreuger van kredieten voorzagen, reageerden geschrokken en namen hun maatregelen. Het gevolg was dat de positie van de luciferkoning nog verder verslechterde.

Kreuger wist de aanslag op zijn imperium echter voor een deel te ondervangen door zelf grote partijen van de gedumpte effecten op te kopen. Enerzijds maakte dat zijn financiele situatie natuurlijk nog benarder maar anderzijds bracht hij zijn vijanden, de baissespeculanten die hun plannen door zijn tegenmanoeuvre zagen mislukken, in grote moeilijkheden. Vooral begin maart 1932 werd hun situatie kritiek toen bleek dat Kreuger zijn acute financieringsmoeilijkheden (althans voorlopig) had overwonnen. Hun positie werd echter nog benarder toen bekend werd dat Kreuger een proces tegen hen had aangespannen en dat hij bewijzen in handen had waaruit bleek dat ze op grootscheepse wijze met zijn effecten hadden gezwendeld. Kreugers overlijden voorkwam een openbaar proces.

Toen de dood van Kreuger bekend werd, brak er op de financiele markten wilde paniek uit. In Zweden kwam het bericht natuurlijk het hardst aan en de beurs van Stockholm werd voor een week gesloten. De wildste geruchten deden de ronde, culminerend in de loze bewering dat Kreuger Italiaanse staatsobligaties zou hebben vervalst.

Meesterzet

Al een paar dagen na het fatale schot werd in Stockholm een 'Kreugercommissie' in het leven geroepen die zichzelf geheel ten onrechte met het epitheton koninklijke tooide. Het adjectief was bedoeld om vertrouwen in te boezemen door te suggereren dat een door de staat benoemde commissie aan het werk was. De 'koninklijke' Kreugercommissie was een ware meesterzet van Kreugers grootste concurrenten die zelf zitting in de commissie bleken te hebben. Een van haar leden was Jacob Wallenberg.

De totstandkoming van de commissie is een verhaal apart. Hugo Stenbeck, een jong ambitieuze advocaat, die onder andere voor de Wallenbergs optrad, repte zich enkele dagen na Kreugers dood naar de minister van financien om hem mee te delen dat de leiding van Kreuger en Toll een commissie had samengesteld die haar belangen moest behartigen. Vervolgens vertelde hij op het hoofdkwartier van Kreuger en Toll dat de regering die commissie in het leven had geroepen. De commissie was dus noch koninklijk noch een echte commissie. Op 18 maart vervoegde Stenbeck zich als vertegenwoordiger van de Kreugercommissie op het hoofdkwartier van Kreuger en Toll en wist zich toegang te verschaffen tot alle daar aanwezige papieren.

Vijf dagen later werd het accountantskantoor Price, Waterhouse en Co. aangezocht om Kreuger en Toll door te lichten. Verbluffend snel, al op 4 april, werd een voorlopig, uiterst negatief, rapport uitgebracht dat zowel in de Zweedse als de internationale pers uitgebreid aandacht kreeg en opnieuw het paniekgevoel onder de beleggers aanwakkerde. Die paniek werd compleet toen de accountants een week later bekend maakten dat Kreuger Italiaanse obligaties had vervalst. Het gevoel dat hier sprake was van een zwendelaffaire die zijn weerga in de geschiedenis niet kende werd steeds sterker.

De gevolgen laten zich raden: op de beurs werden de Kreuger-effecten voor een paar cent te koop aangeboden. Velen werden volledig geruineerd. Het tegendeel gold echter voor de Wallenberg-groep die van de gelegenheid die ze zelf had helpen scheppen, gebruik maakte om enorme hoeveelheden aandelen voor een grijpstuiver in handen te krijgen. De belangrijkste bedrijven uit de failliete Kreugerboedel (de faillissementsaanvraag werd door de Kreugercommissie op aandrang van Wallenberg al in mei 1932 ingediend) kwamen in handen van de Wallenberg-groep die ontegenzeglijk het meest van het Kreuger-debacle heeft geprofiteerd. Het gros van de toen overgenomen bedrijven maakt ook nu nog deel uit van het Wallenberg-imperium dat tegenwoordig circa veertig procent van de aan de Stockholmse beurs genoteerde fondsen controleert (waarde ongeveer 250 miljard Zweedse kronen). In dezelfde tijd dat deze gebeurtenissen zich in Zweden voltrokken, wist Morgan in Amerika zijn slag te slaan en grote delen van het Kreuger-imperium te annexeren.

Accountant

Pas sinds kort is bekend dat Waterhouse, Price en Co., niets te maken had met de gerenommeerde Engelse accountantsfirma van die naam, maar een geheel zelfstandig opererend bureau in Parijs was. De naam zou hebben gediend om aan de rapporten extra gewicht te geven. De accountants die het onderzoek uitvoerden, bleken geen woord Zweeds te kennen en waren aangewezen op de hulp die de Kreugercommissie hen verschafte. Opmerkelijk is natuurlijk ook dat de Parijse firma al binnen enkele dagen onrustbarende mededelingen kon doen over het wereldomvattende Kreuger en Toll-concern terwijl de vroegere, te goeder naam en faam bekend staande, accountants nooit grote onregelmatigheden hadden ontdekt.

De positie van Kreuger en Toll was lang niet zo desastreus als ze door de Kreugercommissie werd voorgesteld. Er bleken enorme (veelal verborgen) reserves te zijn. Bovendien moet men niet vergeten dat de werkelijke waarde van de Kreuger en Toll-bedrijven, als gevolg van de door de Kreugercommissie gekweekte paniekstemming, (tijdelijk) uitermate werd ondergewaardeerd. Ivars broer Torsten heeft erop gewezen dat alle schulden betaald hadden kunnen worden door slechts de Duitse staatsobligaties die gedekt waren door het lucifermonopolie (dat overigens pas in 1983 afliep), te verkopen.

Bij dit alles dient men natuurlijk niet uit het oog te verliezen dat Ivar Kreuger allesbehalve een heilige was, dat zijn boekhouding bepaald geen schoonheidsprijs verdiende (ook al bleken de meeste aantijgingen van de Kreugercommissie onhoudbaar) en dat hij ter wille van de winst inderdaad een paar lucifers minder in een doosje heeft gedaan (hetgeen overigens geen misdaad is zolang de inhoud niet nauwkeurig is aangegeven). Fictie en waarheid lopen in de Kreuger-affaire vloeiend in elkaar over maar anno 1990 duidt veel erop dat Kreuger eerder het slachtoffer dan uitvoerder van zwendelpraktijken is geweest. Gerard Aalders is met Cees Wiebes auteur van 'Zakendoen tot iedere prijs: de Wallenbergs' welk boek bij de publikatie in november vorig jaar vooral in Zweden grote deining verzoorzaakte.

Steeds meer aanwijzingen dat 'luciferkoning' geen zelfmoord pleegde De echo van het schot dat in 1932 een einde maakte aan het leven van Ivar Kreuger galmt nog steeds na. Moord of zelfmoord? Tot op de dag van vandaag verschijnen nieuwe publikaties over de befaamde Zweedse 'luciferkoning' wiens dood destijds velen ruineerde maar tegelijkertijd ook de economische macht van zijn gezworen tegenstanders buitensporig deed toenemen. Een financieel genie of een geniale zwendelaar? Of misschien zelf het slachtoffer van onoirbare praktijken?

    • Gerard Aalders