IN HET RODE MOERAS

De gisteren verschenen Miljoenennota 1991 bevestigt dat de staat der Nederlanden kopje-onder is gegaan. Uit de staatsbalans blijkt namelijk dat eind 1989 het bedrag van de schulden voor het eerst sinds de naoorlogse wederopbouw groter was dan de waarde van het staatsbezit. In december van het afgelopen jaar stond de staat zelfs al acht miljard gulden rood. De komende jaren zakt Nederland steeds dieper weg in een moeras van rode inkt. De staatsschuld blijft jaarlijks met meer dan twintig miljard gulden oplopen, terwijl er slechts mondjesmaat wordt geinvesteerd in het milieu, rijkskantoren en de infrastructuur.

Volgend jaar geven de ministers tien miljard gulden uit voor nieuw beleid en leuke dingen voor de mensen. Daarvan is slechts anderhalf miljard bestemd voor het milieu en het openbaar vervoer. De rest gaat hoofdzakelijk op aan een verbetering van de ambtenarensalarissen (2,5 miljard) en een verhoging van de sociale uitkeringen (drie miljard). Voor onderwijs, politie en gezondheidszorg is een miljard extra uitgetrokken, voor het werkgelegenheidsbeleid een half miljard. In totaal nog eens een miljard gulden gaat naar Oost-Europa, ontwikkelingshulp, de opvang van asielzoekers en de automatisering van de belastingdienst. Deze vluchtige meeruitgaven ter grootte van in totaal 8,5 miljard gulden leiden niet tot een uitbreiding van het staatsbezit. Het negatieve saldo op de staatsbalans springt daardoor omhoog.

Om voor dit nieuwe beleid ruimte vrij te maken, stond het kabinet voor de te zwaar gebleken opgave om zeven miljard gulden aan bezuinigingen te vinden. Slechts met kunstgrepen zijn de boeken op papier sluitend gemaakt. Diverse eenmalige ingrepen moeten ruim vier miljard gulden opleveren. Zo worden opnieuw voor een miljard staatsdeelnemingen verkocht. Het potverteren uit de jaren tachtig gaat onverdroten door. Ook moeten bedrijven in 1991 vervroegd een miljard gulden winstbelasting aan de schatkist afdragen. Daardoor valt in 1992 een even groot gat. Voor dat probleem is nog geen oplossing gevonden.

Het kabinet suggereert naast vier miljard door eenmalige ingrepen nog eens drie miljard door permanente bezuinigingen te hebben gevonden. Die bestaan echter voor een belangrijk deel uit lucht. Zo wordt de helft van de beoogde permanente bezuinigingen gevonden door de ministeries dit jaar en het volgend jaar geen compensatie voor gestegen prijzen te geven. Er zijn echter in het kabinet geen concrete afspraken gemaakt welke bedragen op welke posten zullen worden gekort. Dus ontbreekt de garantie dat het nagestreefde bezuinigingsbedrag van anderhalf miljard ook wordt gehaald. Hetzelfde geldt voor de afgesproken algemene korting op de subsidie-uitgaven en de opbrengst die is ingeboekt wegens een verbeterde efficiency van het ambtenarenapparaat.

Op papier schijnt alles te sluiten als een bus. Minister Kok zet een pluimpje op zijn eigen ministerssteek als hij constateert dat het tekort volgend jaar precies uitkomt op 4,75 procent van het nationale inkomen zoals het regeerakkoord eist. Het Centraal Planbureau blaast die veer van Koks hoed. Volgens de ramingen van het CPB komt het tekort in 1991 uit op 4,9 procent van het nationale inkomen, tegenover de kabinetsdoelstelling van 4,75 procent.

Het ongeloof van het Planbureau in de mooie voornemens van de regering wordt nergens zo duidelijk verwoord, maar ook elders in de Macro economische verkenning klinkt nauwelijks verholen kritiek door op de financieel-economische luchtfietserij van het derde kabinet-Lubbers. Het cynische pennetje van de nieuwe CPB-directeur Zalm is in vele ongebruikelijke openhartige MEV-passages duidelijk herkenbaar. Voor dat cynisme is alle aanleiding.

In het vijfde hoofdstuk van de Miljoenennota rekent Kok zelf voor dat hij de komende jaren miljarden tekort komt. Vanaf 1992 zit er ten opzichte van de cijfers uit het vorig jaar gesloten regeerakkoord een extra gat van vijf miljard gulden per jaar tusen de uitgaven en de ontvangsten van de staat. Niemand weet op dit moment hoe die kloof moet worden overbrugd. Het kabinet schuift de moeilijkheden bewust voor zich uit, door nu al aan te kondigen dat er komend voorjaar een tussenbalans wordt opgemaakt. Dan zal blijken dat de financiele problemen nog veel groter zijn dan de minister van financien ze nu voorschotelt. De opstellers van de Miljoenennota hebben namelijk verondersteld dat de rente op de staatsschuld, nu bijna negen procent, vanaf 1992 slechts zes procent bedraagt. Blijft de rente even hoog als die nu is, en dat lijkt waarschijnlijk, dan kost dat aan het einde van de kabinetsperiode vier miljard gulden extra. Tussenstand: vijf miljard wegens nu al bekende tegenvallers, plus vier miljard hogere rente-uitgaven brengt het totale gat in 1994 op negen miljard gulden.

Daarenboven tekenen zich nieuwe tegenvallers af bij de sociale uitkeringen en bij de collectieve financiering van de gezondheidszorg. Die belopen op zijn minst enkele miljarden. Wie met z'n gezonde boerenverstand gaat rekenen, komt onvermijdelijk tot de conclusie dat er een voorzienbaar gat in de publieke financien gaapt dat openscheurt tot meer dan tien miljard gulden tegen het eind van de kabinetsperiode. Het jaarlijkse tekort en de staatsschuld dreigen te exploderen.

Er zijn twee wegen uit het rode moeras: belastingverhoging, of extra bezuinigen. Het CDA is tegen lastenverzwaring, de PvdA wil niet beknibbelen op uitkeringen en ambtenarensalarissen. In zo'n klimaat ontstaan snel politieke broeikaseffecten. Het wordt een heet voorjaar.